[p. 13]
De Sneeuw-eters
De Sneeuw-eters wonen in Sneeuw-eterland,
ze hebben víjf voeten, ze hebben één hand,
tien ijsbloemen bloeien er op hun buik,
tien ijspegels bungelen in hun pruik,
ze leren alléén op de Sneeuw-eterschool
de B van Bevroren, de P van de Pool.
Hun koning heet: Griegragelágom Galóegrillegulbrand,
hij eet alle dagen een sneeuwballentulband.
De Sneeuw-eters hebben hun mond altijd open,
ze hoeven hun eten, als wij, niet te kopen,
de wind blaast de sneeuw in een wolk in hun keel,
want Sneeuw-eters eten gewéldig veel.
Ze heten Marietje of Piet of Jan Gijs,
Ze slapen 's nachts 't liefst in een bijt in het ijs.
De Sneeuw-eters wonen in Sneeuw-eterland;
ze hebben víjf voeten, ze hebben één hand.