[p. 14]
Haantje Pik
Haantje Pik
at zich dik
aan een dertiencentskadetje,
toen kreeg Haantje Pik de hik.
Oude tante Jetje
legde hem in bedje,
oude tante Kee
bracht hem wat puree,
oude tante Fietje,
zong een haneliedje,
oude tante Maartje
bakte een lekker taartje,
oude tante Mop
gaf hem wat veterdrop.
Maar toen kwam oude tante Jaan
die zei: ‘Zo zal 't nóóit overgaan!’
Ze liep naar Pik zijn bedje toe
en riep heel onverwachts:
ABOE!!!!
Wat kreeg die arme haantje Pik
toen een VERSCHRIKKELIJKE schrik.
Maar even later kraaide hij:
‘De hik is weg! Wat ben ik blij!
Ik ben weer beter, o wat fijn,
nooit zal ik weer zo gulzig zijn.’
[p. 15]