[p. 16]
In een grote groene appel
In een grote groene appel
woonde wijfje Wonderwat,
met een vogel voor het venster
en een dikke ronde kat.
Als de vogel riep: ja ja!
zei de kat: welnee! welnee!
en het wijfje veegde de vloer
of ze wreef de kanapee.
En dat ging zo alle dagen,
ja en nee en nee en ja,
en toen zei het wijfje: BA!
en toen nog eens twee keer: BOE!
en ze veegde kat en vogel
met één veeg naar buiten toe.
Toen at ze de groene appel
op, als was het een stuk koek,
ging met kanapee en bezem
naar een ander huis op zoek.
In een grote groene peer
woont nu wijfje Wonderwat,
zonder vogel voor het venster,
zonder dikke ronde kat.
Maar ook zonder ja en nee,
en ze veegt de vloer tevree,
of ze wrijft de kanapee.