terug  begin  verder
[p. 17]

Trijntje Bollewijntje

 
Trijntje Bollewijntje
 
zat achter een gordijntje
 
met achttien strikjes in het haar
 
en in haar hand een grote schaar,
 
met kant en knoopjes op haar bloes
 
en vóór zich een bord appelmoes.
 
 
 
Toen gaf de wind een harde zucht
 
en blies het gordijntje in de lucht.
 
 
 
En Trijntje Bollewijntje
 
met achttien strikjes in het haar
 
en in haar hand een grote schaar
 
met kant en knoopjes op haar bloes
 
en vóór zich een bord appelmoes
 
sprong schreeuwend uit het venster:
 
BOM!
 
 
 
En niemand zag haar ooit weerom.


illustratie

terug  begin  verder