terug  begin  verder
[p. 20]

In de zee van Pimpompee

 
In de zee van Pimpompee
 
zwemt de vis Hatsjiehatsjee
 
met een zakvol zoute dropjes
 
en een kopje uienthee,
 
met een warme waterkruik
 
op zijn koude vissebuik,
 
aan zijn lijf een winterjas
 
om zijn staart een ruitjesdas.
 
Als die vis: ‘Hatsjie! Hatsjee!’
 
niest in de zee van Pimpompee
 
gaan de golven gloep! omhoog,
 
gaan de golven glop! omlaag.
 
Alle vissertjes gaan naar de kant,
 
roepen: ‘Het stormt!’ en springen aan land.
 
 
 
En ze vangen pas weer vis
 
als de verkoudheid over is.


illustratie

terug  begin  verder