[p. 21]
De Slok-op
De Slok-op
windt zijn klok op,
stapt in zijn rijtuig, rijdt wat rond,
weegt wel achthonderdzestien pond,
heeft drie ogen en vier handen,
en een mond met grote tanden,
hij is dol op pepernoten
en gekookte schelvismoten,
en op chocola en worstjes,
en op aangebrande korstjes,
en op kiezelsteen en glas,
en op kolengruis en gras;
zand en zeep en jaegerbroeken,
kranten, touw en rekenboeken,
blik en porselein en staal
ALLES vindt-ie een heerlijk maal.
Waar de Slok-op NIET van houdt:
't rijtuig en zijn klok van goud.