[p. 26]
Vier zwarte katten
Vier zwarte katten
wilden een muisje vangen.
De eerste nam een dikke steen,
daarmee wou hij gaan smijten,
de tweede sleep z'n tanden bij,
daarmee wou hij gaan bijten,
de derde pakte een grote tang,
daarmee wou hij gaan knijpen,
de vierde zocht twee harken uit,
daarmee wou hij gaan grijpen.
Maar nét toen ze op stap wilden gaan
kwamen er vier zwarte honden aan
met wild gewaf en woest gegrom,
en de katten? die rolden van schrik haast óm!
Ze hólden naar huis, zo wit als krijt,
en de tang en de harken waren ze kwijt.