terug  begin  verder
[p. 28]

In de boom van Japik-oom

 
In de boom van Japik-oom
 
woonde vogel Wop,
 
zeven poten zonder teen
 
en een ezelskop.
 
Hij stal kranten, hij stal planten,
 
hij stal krenten, hij stal centen,
 
hij stal klokken, hij stal sokken,
 
hij stal alles, slecht of best,
 
bracht het naar zijn roversnest.
 
Op de laatste dag van 't jaar
 
werd dat nest zo zwaar, zo zwaar...
 
brak de boom van Japik-oom...
 
KNAP!
 
viel het nest van vogel Wop
 
bovenop zijn ezelskop,
 
met de kranten, met de planten,
 
met de krenten, met de centen,
 
met de sokken, met de klokken,
 
met de hele zware last,
 
en 't zat als een múúr zo vast.
 


illustratie

 
En het wil er niet weer af:
 
dat is vogel Wop zijn straf.
[p. 29]


illustratie

terug  begin  verder