[p. 31]
Meneertje Peertje
Meneertje Peertje zocht een vrouw
die zijn huisje schoonmaken wou.
Maar
de vrouw van Joop
boende alles met stroop,
de vrouw van Wim
gooide het bed vol vim,
de vrouw van Bas
deed kikkerdril in de was,
de vrouw van Bob
zette de kast op zijn kop,
de vrouw van Geert
deed alles verkeerd,
en de vrouw van Jan
kon er ook al niks van.
Toen riep Meneertje Peertje: ‘Zeg!
Gaan jullie allemaal maar weg!’
Hij deed een mouwschort aan, en klompen,
hij zocht een emmer en een teil
een bezem en een grote dweil,
hij ging een heleboel water pompen
en met een lekker, schuimend sop
knapte hij zélf toen zijn huisje op.