[p. 34]
De Magogel
De Magogel
is een vogel
en hij woont in Waterland
met zijn pootjes in de hoogte
en zijn kopje onder 't zand
op de berg van Veterband.
Alle dagen zit hij daar
en hij slaapt, het hele jaar.
Maar op negentien november
wordt hij wakker, geeft geluid,
pakt een kam en kamt zijn veren
en zijn staart zorgvuldig uit.
Dan neemt hij een grote spiegel,
kijkt zichzelf aandachtig aan:
Zijn z'n snavel en zijn poten
niet een beetje scheef gaan staan?
Vindt hij alles nog in orde
dan strekt hij zijn lange hals,
fluit een oud Magogelliedje -
peinzend, langzaam, en heel vals.
Zo zit hij nog lang alleen,
zachtjes fluitend voor zich heen.
De Magogel
is een vogel
[p. 35]
en hij woont in Waterland
met zijn pootjes in de hoogte
op de berg van Veterband.
Op de twintigste november
gaat zijn kop weer onder 't zand
en hij slaapt weer, dagen, weken,
om opnieuw te onderbreken
als de dag van kammen dáár is,
en te fluiten als hij klaar is.
Vind je niet, dat dit wat ráár is?