terug  begin  verder
[p. 40]

Wie gaat er mee uit wandelen?

 
Wie gaat er mee uit wandelen met de Rommelebommelereus?
 
Twee bloemetjes in de oren en twee blaadjes in de neus?
 
De zakken vol met dropjes, de nagels groen en blauw,
 
een blikken kop en schotel en een lepeltje aan een touw.
 
In Hillegom krijgen we koekjes,
 
in Katwijk krijgen we thee,
 
het lepeltje en het schoteltje
 
dat gooien we in de zee.
 
In Middenmeer woont een koetje,
 
in Noordscharwoude een schaap,
 
het schaap geeft ons een bedje,
 
de koe zingt ons in slaap.
 
Het zonnetje maakt ons wakker,
 
het wolkje regent ons nat,
 
de reus brengt ons weer huistoe langs
 
het Rommelebommelepad.
 
Wie gaat er mee uit wandelen met de Rommelebommelereus?
 
Twee bloemetjes in de oren en twee blaadjes in de neus?
 
De zakken vol met dropjes, de nagels groen en blauw,
 
een blikken kop en schotel en een lepeltje aan een touw.
[p. 41]


illustratie

terug  begin  verder