[p. 42]
Koning Kaneepje
Koning Kaneepje
zat in een scheepje
zat in een scheepje van zilverpapier,
met zestien katten,
met zestien ratten,
met één trommel koekjes en één glaasje bier.
De ratten aten de koekjes: Knap!
De katten aten de ratten: Hap!
De koning dronk uit het glaasje: Slok!
en het scheepje?
dat zonk...
Klorrelórborrel - KLOK!
De koning sprong gauw op de Harlingerpier
en voer nooit weer in scheepjes van zilverpapier.