0 C 1b Die eerste bliscap van Maria

Ms. U.B. Leuven, z. sign. Beschrijving: 1 De Schepper, blz. 43 e.v.


(fol. I/1r) (inc.:) Derfsonde werdt bi haer ontladen
  (expl.:) Los benic van allen toorne
(fol. I/1v) (inc.:) Want my dingel heeft verhueght
  (expl.:) Op den uwen ghy hittelyck laeyt
(fol. I/2r) (inc.:) U groote gewichte es openbaer
  (expl.:) Wat soudense dien goeden man so besca[men]
(fol. I/2v) (inc.:) Voer [al] dat volck in vollen temple
  (expl.:) En so hem God gheen en verleent
(fol. II/1r) (inc.:) Dingel || So hoort na my
  (expl.:) Lof salich kint gebenedyt
(fol. II/1v) (inc.:) Van Gode die ons die boetscap brachte
  (expl.:) Vader ick ben geneghen
(fol. II/2r) (inc.:) ije jonge || Dat es sy warachtich
  (expl.:) Tes messelyck wie onsen meskief genesen sal
(fol. II/2v) (inc.:) Syn roede sal bloeyen die brugom wesen sal
  (expl.:) Wiens roeye dat bloeyt mach wel verblyen
  personen: zie 0C1a.
  editie: 1 De Schepper, blz. 43 e.v. (facsimile van de bron)
  inhoud: zie aant. bij 0C1a.