0 D 1 Die sevenste bliscap van onser vrouwen

Ms. K.B. Brussel, no. II 478. Beschrijving: 1 Deschamps, no. 44b.


π1r. Die viiste blyscap || van onser vrouwen
π1v. Den tijt is cort de [doot] || is snel wacht u || van sonden soo doedij || wel 1681 || Joannes Verheijleweghe || Als kerckmeester van Onse Lieve Vrauwe || van de Savel
fol. 1r. Ghespeelt bij Franchoys van Ballaer || facteur van Bruessele Anno 1559 - || daer naer noch 1566 || (volgt lijst van requisieten)
fol. 1v. Dierste prologe || (volgt de tekst van de proloog, 60 vss.)
fol. 2r. (einde van de proloog)
fol. 2v. (blanco)
fol. 3r. (begin van de tekst van het spel, 1632 vss.)
fol. 36v. (einde van het spel) || Amen || De na prologhe || (volgt de tekst van de epiloog, 41 vss.)
fol. 37r. (einde van de epiloog) || (in andere hand:) Es den zulcken wel int ghedachte || Maer al dat wy doen daghen en nachten || Es tuwer eeren in alder wijs
fol. 37v. En op dat ghy verblyen muecht in dit || saysoen al || compt tavont en hoort || compt tavot en
fol. 38r-v. (blanco)
fol. 39r. 1680 || Joannes Verheijleweghen || Geeraerdt
  personen: Maria; Sint Jan; Een jode; Dander jode; Potestaet; Douwere; God; Gabriël; Een gebuer; Dander gebuer; Die derde gebuer(inne); Peter; Andries; Mathijs; Bertelmeeus; Pauwels; Jacob; Philips; Symon; Lucifer; Een viant; Dander viant; Michael; Een ingel; Dander ingel; Confessor; Een maecht; Dander maecht; Die derde maecht; Thomaes.
  editie (o.a.): 1 Beuken, blz. 142 e.v.; 1 Endepols, blz. 151 e.v.; 2 Leendertz, blz. 329 e.v.
  inhoud (o.a.): 9 Kalff II, blz. 312 e.v.; 1 Worp I, blz. 28 e.v.; 1 Te Winkel II, blz. 348 e.v.