1 D 15 Wie voirmaels waeren de victoriöste
d. Cornelis Meesz. van Hout.
Ms. K.B. 's-Gravenhage no. 71 J 27 (oud: N 137). Papier, 15,2 × 19,7 cm. 15 bladen, gefolieerd 1-15, vanaf fol. 2r gepagineerd 1-27. Erachter volgt, ingeplakt op bijgebonden bladen een referein getekend Joris / Const Bemin Ick / Pietersz || 1528 || Op een van de bijgebonden bladen, voorafgaande aan het ms., is in 18e-eeuwse hand o.a. aangetekend dat het spel gespeeld is in 1552 te Dordrecht door de Witte Acoleyen van Leiden; zie echter 1 Schotel I, blz. 175 e.v. Voor de toeschrijving aan Reyer Gheurtz zie 1 Esbattement blz. 97.
Beschrijving van het ms. in de B.N.M.
| fol. 1r. |
Een esbatement spel gemaect tho || Leijen van die camer der accoleijen || ŭp die vraege van Dordrecht Wie || voirmaels waeren de victoriöste ver || heven welcker werken noch blijcken || int leven || Leijen || Lanck 653 regulen || (andere hand:) G. |
| fol. 1v. |
(blanco). |
| fol. 2r. |
Prologe (volgt tekst). |
| fol. 2v. |
(einde proloog) Tgeloof mŭet wercken. |
| fol. 3r. |
Conclusie || (volgt tekst). |
| fol. 3v. |
(einde conclusie) (andere hand:) Tgheloof muet wercken. |
| fol. 4r. |
(begin van de tekst van het spel). |
| fol. 15r. |
(einde van het spel) Lanc 653 regelen. |
| fol. 15v. |
(blanco). |
| |
personen: Vraghe; Antwoort; Arguacie; Gepeijs. |
| |
editie: 3 Schotel blz. 105 (fragm.); 6 Meertens blz. 82 e.v. |
| |
inhoud: 1 Esbattement blz. 104 e.v.; 6 Meertens blz. 76 e.v. |
|