terug  begin  verderprepost

Zijn toneelbemoeiingen

Huydecoper schreef drie treurspelen in Frans-classicistische stijl: De triompheerende standvastigheid of verydelde wraakzucht (1717); Achilles (1719); Arzases of 't edelmoedig verraad (1722). Zijn voorbeeld was vooral Corneille, wiens Edipe hij in 1720 vertaalde. Zijn stukken hadden succes en werden regelmatig opgevoerd tot diep in de 19e eeuw.

Wat hij met deze toneelarbeid nastreefde, blijkt uit de voorredes van zijn tragedies en zijn (tegen Voltaire gerichte) Corneille Verdedigd van 1720. Hem stond een echt Nederlands treurspel voor de geest, wel naar het voorbeeld van de Fransen, maar met een eigen stof en vormgeving, en geschreven in goed, verantwoord Nederlands.

Huydecoper had als regent van de Schouwburg veel met het op-

[p. 10]

voeren, beoordelen en verbeteren van toneelstukken te maken. Hoe de regenten in deze tijd hun taak opvatten en uitoefenden, heeft hij o.a. vastgelegd in een Journaal van het gepasseerde tusschen de regenten van den Schouwburg; raakende de Fransche comedianten, Ao 1727 en Memorie van het gepasseerde tusschen de regenten van den Schouwburg en den dichter Sybrand Feitema, wegens het recht onzer privilegie. (Uitgegeven in Jaarboek Amstelodamum met een inleiding van H.A. Ftt, jaargang 43, 1949, 25-79.) Ook hield hij zich blijkens vele aantekeningen, die bewaard zijn gebleven, uitgebreid bezig met de geschiedenis van de rederijkerskamers en de Schouwburg. Toen hij geen Schouwburgregent meer was, bleef men hem toch regelmatig consulteren over toneelstukken.

prepostterug  begin  verder