A. Over Huydecoper kan men, behalve C.J.J. van Schaik, Balthazar Huydecoper, een taalkundig, letterkundig en geschiedkundig initiator, Assen, 1962, waarin een uitvoerige literatuuropgave voorkomt, verder nog raadplegen:
| J.J.E. van Dijck, Balthazar Huydecoper en Vondel, een hoofdstuk uit de geschiedenis der achttiende-eeuwse Vondelwaardering, in Uit de school van Michels, Nijmegen, 1958, 76-116. |
| H.A. Ett, Balthazar Huydecoper, Een Hollandsch geleerde uit de achttiende eeuw, Amsterdam, 1947. |
| H.A. Ett, De briefwisseling Balthazar Huydecoper - Gerard Meerman en Huydecoper's onvoltooide voorrede tot de Rijmkroniek van Melis Stoke, in Bijdr. en Med. Hist. Gen., 66, 1948, 93-189. |
| H.A. Ett, Balthazar Huydecoper en zijn kring, in Ts. v. Lev. Talen, 1954, 104-115. |
| H.A. Ett, Verjaard Briefgeheim, Brieven aan Balthazar Huydecoper, Amsterdam-Antwerpen, 1956. |
| C. Kruyskamp, Huydecoper als lexicograaf, TNTL, 75, 1957, 50-55. |
B. Voor het toneel in de achttiende eeuw en het Frans-classicisme verwijzen we naar:
| B. Albach, Jan Punt en Marten Corver, Nederlandsch tooneelleven in de 18e eeuw, Amsterdam, 1946. |
| R. Bray, La Formation de la Doctrine Classique en France, Parijs, 1957. |
| L. Rotgans, Eneas en Turnus, uitg. L. Strengholt, Zwolle, 1959, 9-12. |
| Ch. van Schoonneveldt, Over de navolging der klassiek-fransche tragedie in nederlandsche treurspelen der achttiende eeuw, Doetinchem, 1906. |
| H.J.A.M. Stein, Boileau en Hollande, essai sur son influence aux XVIIe et XVIIIe siècles, Nijmegen-Utrecht, 1929. |