4230. F. van Schooten de Jonge3). (L.B.)
In Leiden wordt wel voor mij gewerkt, maar ik vrees voor den Haag, omdat de heer van Wimmenum4) zijn best doet voor J.J. Stampioen5), die nu ook les geeft aan den jongen Prins. Sedert tien jaren heb ik bij ziekte van mijn vader diens lessen waargenomen; ik hoop, dat Z.H. en de heer Wimmenum hun woord niet aan een ander geven. Wilt gij er nog eens over spreken met den heer Poulot6)? Ook de heer Gleser zal voor mij spreken. Uit Leijden, den 17 Decemb. 1645.