Trijntje Cornelis


auteur: Constantijn Huygens


bron: Constantijn Huygens, Trijntje Cornelis. Een volkse komedie uit de Gouden Eeuw (ed. H.M. Hermkens en Paul Verhuyck). Prometheus / Bert Bakker, Amsterdam 1997.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

Naebericht.

 
Mijn' Heeren, vindt niet vreemd, datm' hier een einde maeck:
 
All wat Trijn hebben wil dat Claes weet' vande saeck
 
Vertelts' hem onderweegh van achteren tot voôren;
 
Maer 'tschip is wat te verr, ghij kont het hier niet hooren.
1565
Hebt ghij tot nu gehoort dat hoorens waerdigh waer,
 
Dat's voor uw Milten goed, of 'tlogen is of waer;
 
En, of't met onse Moer ten halven pluijs, of heel is,
 
Gedenckt, all evewel is tryn tryntje kernelis.1568
 
Dat docht de Schipper oock. en die van 'thijlick weet
1570
Kan dencken, quamt eens uijt, hoe 't met der tijd versleet.
 
En wat sou Trijn en Claes met kijven leggen malen?
 
De Vrede was in 'tland, den uijtslagh van Westphalen.1572