terug  begin  verder

eerste bedrijf, eerste toneel

marie, trijn
marie
 
Maar Jeizus, wat is dit?
 
Maar, nichtje, zijde gij 't? Wat een plezant resconter!
trijn
 
Dat mens spreekt als die paap. Ik dacht eerst, ik verstond 'er
 
Maar toch begrijp ik niets. Wablief? - Wat zei je daar?
marie
 
Maar zijde 't?
trijn
 
Wie ik ben? Mezelf natuurlijk, klaar.
marie
145
Wie da' ge zijt, me kind, zou ik dat dan niet weten?
 
Dat mogen zotten en ondankbaar volk vergeten,
 
Maar mijns gelijken niet.
trijn
 
Wat wil je?
marie
 
Niemendal.
[p. 43]
(Tot zichzelf)
 
Een ratteke als gij, dat wil ik in mijn val.
 
Kom, kijk eens goed naar mij: hedde dan niet onthouwen
150
Hoe dat eens, 't is al lang geleden, er twee vrouwen...
 
Hoe dat er vriendekes van ver naar 't Waterland...
trijn
 
Ja, 'k woon in Waterland.
marie
 
... Hoe dat ik met mijn tant'
 
Uw brave ouders kwam bezoeken? Wete 't nog?
trijn
 
Je stinkt naar muskus. Wat een stank is me dat toch.
marie
(Ze stopt haar handschoenen weg)
155
Foei, 't zijn mijn handschoenen.
 
... En dat we dagelijks
 
Uit spelevaren gingen? Maar 'k hoef niet meer blijks.
(Francisco komt op en gaat in een hoek staan luisteren)
 
Uw oogskes, neus en mondje zouden het verklappen.
 
Me dunkt, ik zie u nog met blote beentjes stappen
 
Langs 't water, laat eens zien, niet ver van Amsterdam,
160
Die grote, grote stad.
trijn
 
Dat 's waar, 'k woon in Zaandam.
marie
 
Zaandam, mijn kind, daar was t. 't Is vreemd, maar mijn memorie
 
Wordt korter met de dag. Toch kan 'k een heel historie
 
Vertellen van die reis; het was er zo plezant,
 
Zo lustig, zoet en net, daar in dat Waterland.
165
Maar gij waart toen nog jong; gij kunt het niet meer weten
 
Wat er toen is gebeurd; maar ik wil 't niet vergeten.
[p. 45]
 
'k Heb het er goed gehad en 't lekker traktement
 
Heeft zo'n indruk gemaakt - al zijn we wat gewend -
 
Da 'k er nog over spreek. Maar uw zoet converseren
170
Vergeet ik nooit. Dat wil ik aan m'n kindjes leren
 
En ik vertel hun elke dag met veel plezier
 
Hoe dat lief meideke, dat nichtje... Kom es hier,
 
Hoe heet' ook weer?
trijn
 
Ik? Trijn Kornelis.
marie
 
Christen trouwe!
 
M'n lieveke, da's juist, zo had ik het onthouwe.
trijn
175
En moeder heet An Jans.
marie
 
Een goei vrouw! Vol vermaak!
 
Wat heeft z'ons getrakteerd! Wat was ze goed van spraak
 
En conversatie!! Maar wat staan we hier te kouten
 
Op straat in wind en slijk!? Kom, laat ik me verstouten...
 
Nee, nee, ik insisteer, ik laat u zo niet gaan.

eerste bedrijf, tweede toneel

francisco, marie, trijn
francisco
(In Maries oor)
180
Dat meen ik ook wel, Maai! Ik heb u goed verstaan
 
En ik ken ik uwe zang. Dat vogeltje is binnen.
marie
(Over haar schouder)
 
Houd gij uw bakkes toe. Hoe kan ze 't ook verzinnen,
[p. 47]
 
Die nobele Fortuin! Kozijn Francisco, vriend,
 
Gij komt mij goed van pas. Heb ik u ooit gediend
185
Met mijn presentie, d'uw kan me zeer obligeren.
 
Laat ons naar binnen gaan, om ons nicht te trakteren,
 
Mijn vleselijke nicht, men lieve nicht Katrijn:
 
We moeten deze nacht - en langer - vrolijk zijn.
trijn
 
Maar Nichtje, 't wordt wat laat en ik heb ver te lopen,
190
Eer ik mijn slaapstee vind.
marie
 
Ge zult hier blijven slapen,
 
Dat zweer ik op mijn ziel: wat voor een praat is dat!
 
Zou ik u laten gaan? 'k Zat liever op het rad.
 
Voor één keer da'k mijn nicht uit Holland zie verschijnen,
 
Zou ik dan dat geluk in 't wiegske zien verkwijnen
195
Als 't pas geboren is?
francisco
 
't Ware niet billijk.
marie
 
Nee,
 
Kozijn Francisco, kijk, als wij het met ons twee
 
Niet kunnen redden, zal ik nog wat mensen halen.
 
Het feest moet nobel zijn, ik kan het best betalen.
trijn
 
Daar twijfel ik niet aan.
(Tot zichzelf)
 
En evenwel, bij get,
200
Ziet het er slordig uit en ruikt het naar 't toilet.
 
Maar, Nichtje, luister eens, die slaapstee van daarnet,
 
Dat is die van mijn man, want ik slaap in zijn bed.
[p. 49]
marie
 
Wat zegde daar? Een man?
trijn
 
Mijn man.
marie
 
Hedde 'ne man?
 
En zijde dan getrouwd?
trijn
 
Ja zeker.
marie
 
Bij Sint-An!
205
Ge doet me lachen, nicht. Dat had ik niet gepeinsd.
 
Ge houdt ons voor de zot met streken en ge veinst.
 
'k Meen dat ik wel verstand van maagden heb, en zou
 
De tekenen herkennen, bij een man of vrouw;
 
En gij, gij zijt nog maagd of is een kraai geen vogel!?
trijn
210
Maar mijn man is er één, een zeer parmante vogel,
 
Zo fris, zo flink, zo fiks, daar kan ik hem voor prijzen,
 
En als hij straks nog kan, zal hij zijn deugd bewijzen.
marie
 
Waar is die man dan wel? Niet te imaginere
 
Dat gij getrouwd zoudt zijn, hoe 'k 't ook considerere.
215
Waar is die man dan toch, als hij althans bestaat.
trijn
 
Het is er één die flink op beide benen staat,
 
En mij ontmaagdde toen het pas gaf, vijftien weken
 
Na Wormer Beestenmarkt, vandaag twee jaar verstreken.
[p. 51]
marie
 
Maar kind, waar is hij dan? Toe, zeg het, is hij hier?
trijn
220
Al is hij pas getrouwd, hij gaat niet aan de zwier,
 
Zoals de dwazen doen. Hij houdt zijn woord, hoor moer,
 
En 't vrouwvolk van zijn lijf. Als elk op zijn koers voer,
 
Dan zou er minder schande zijn in 't schippershuis,
 
Waar lustig wordt gespeeld, door 't vrouwtje eenzaam thuis,
225
Die als een jonge non in 't klooster na drie dagen
 
Op 't dak naar mansvolk speurt, naar mans begint te vragen.
marie
 
'k Vraag u er maar naar één, uw man, mijn lieve kind,
 
Kom, haal hem voor den dag: is hij uw beste vrind,
 
Dan is hij ook de mijne. 'k Zweer het op mijn eer,
230
En da's mijn liefste pand.
trijn
 
Mijn man ligt hier aan 't veer,
 
Niet ver van 't Hoofd vol Bier...
francisco
 
Het Bierhoofd, wil ze zeggen.
trijn
 
Van 't Bierhoofd (noem je 't zo? Ik ken hier heg noch stegge).
 
Dat is mijn man...
marie
 
Uw man? Die ligt hier aan de kaai?
 
En ik, ik weet van niks!
francisco
 
Dat loopt verkeerd af, Maai,
[p. 53]
235
Wat duvel, hare man in 't stad.
marie
 
Zwijg stil, gij Hans!
trijn
 
Dat is Klaas Gerritse, mijn man, en heel wat mans.
(Francisco en Marie onder elkaar)
francisco
 
Per dio, dat zit scheef, Maai, wij hebben geen geluk.
marie
 
Och, arme hinkepoot, hoe komde aan een kruk?
 
Heeft iets mij ooit gestopt? Waar hedde dat vernomen?
240
En in wat kwaliteit is Kozijn Klaas gekomen?
trijn
 
Noem je dat kwaaie tijd? De tijd is goed dit jaar,
 
Maar dat hij kwalijk tijd om t' eten vindt, dat 's waar,
 
Zo bezig was hij deze ochtend met zijn makker.
 
De lading van een schip is 't koren op de akker.
245
Door 't lossen van het schip, haalt Klaas de oogst van 't veld.
 
Me dunkt, hij is nu klaar, want hij werkt met geweld.
marie
 
Ik vroeg u naar Signor Kozijn Niklaas' vocatie
 
Nu denk ik, Nichteke, behoudens uw goei gratie,
 
Dat hij een schipper is.
trijn
 
Wat dacht je dat hij was?
250
Een vellenploter soms? Een vuilak eerste klas?
 
Nee, nee, zo gaan de zaken niet bij Klaas en mij:
 
Wij horen bij het puikje van de burgerij.
[p. 55]
marie
 
'k Hoor met contentement dat 't mijn familie goed gaat.
 
Maar, Nichtje, nog een vraag, wanneer ge mij dat toestaat.
255
Als uwe lieve man in 't Stad wil gaan logeren,
 
Dan doet hij dat gewis zoals de chique heren.
 
Waar is zijn herberg dan, opdat sinjeur Kozijn
 
Francisco in mijn naam hem eens van dienst kan zijn
 
Met een kus op zijn hand?
trijn
 
Zijn hand? Hij lijkt wel gek!
260
Daar geef je toch geen kus! Die zijn zo zwart als pek!
 
Laat dat maar uit je hoofd; we doen niet aan die mode.
 
En zoek je zijn hotel, dat 's op zijn eigen bodem,
 
Zijn eigen erf, zijn hout, zijn eigen stevig scheepje,
 
Daar is hij baas, ik vrouw, dat is ons hele sleepje.
marie
265
Zou dus Ser Nicolo Gerardi, ons Kozijn,
 
Op 't schip gaan slapen? Hier op 't Scheld? Dat kan niet zijn!
 
Of ge 't nu wilt of niet, ik zal een boodschap sturen,
 
Al is 't wat ver van hier, lang zal het wel niet duren
 
Eer hij zijn vrouwtje ziet, dat kan ik u beloven.
270
En zegt het spreekwoord niet, door bieden en door loven
 
Komt men tot vergelijk? Dan zal hij mogen kiezen
 
Wat hij bij mij in huis kan winnen of verliezen
 
Bij 't scheepse logement. Da's toch niks voor zo'n vent.
 
Wij waren vroeger wel wat groter chic gewend
275
Maar met de kwaaie tijd raakt iedereen ten achter,
 
Zowel de eigenaar als ook zijn arme pachter.
 
En of we niet genoeg miserie hadden, nicht,
 
De geestelijkheid maakt eerst onze beurzen licht
 
En dan stuurt het Kasteel zijn Señores Soldados:
280
Die worden graag geëerd als Hidalgos Honrados
[p. 57]
 
En roven onze beurzen leeg tot de laatste duit.
 
Hier wordt de burger kaalgeplukt tot op de huid.
 
Toch schiet er nog wat over, mag ik althans hopen,
 
Om een goei schotel voor goei vriendekes te kopen.
285
En dan nog een zacht bed.
trijn
(Bij zichzelf)
 
Dat kan wel zijn misschien
 
Maar heel veel rijkdom valt er hier niet echt te zien.
 
Je kunt mijn man wel halen, maar hem ook doen blijven?
 
Dat zie ik je niet doen, al was je met zijn vijven.
 
Daar is hij t' eigenwijs en veel t' eenkennig voor.
marie
290
Wie niet kent, niet bemint, zo luidt de zegswijs, hoor!
 
Ge zult het straks wel zien. 'k Stuur er mijn juffer hene:
 
Die kan goed praten en heeft flink gevormde benen.
trijn
 
Een juffer naar hem sturen? Rustig, malle moer,
 
Laat dat maar uit je hoofd. Klaas Gertse zoekt geen hoer.
295
Ik ben hem vrouws genoeg en jong genoeg van lenden.
marie
 
Nicht, excuseer, maar ik bedoel: mijn meisje zenden,
 
Mijn meid, hoe noemde gij 't? Mijn dienstmaagd! Hoe subtiel
 
Is jullie taal bij d' ons; dat zweer ik op mijn ziel.
 
'k Wil nog eens uitgebreid in uw schoon land op reis
300
Om jullie taal te leren.
francisco
(Bij zichzelf)
 
Ja, maak haar wat wijs.
 
Wat men haar ook vertelt, dat kind gelooft het al,
 
Eerst had ik het niet door, maar nu zie ik de val
[p. 59]
 
Waaraan ze denkt, die Maai, de kwaaiste aller meiden.
 
Ze zoekt hem zogenaamd, maar tracht hem te vermijden,
305
Zodat men hem niet vindt en zij intussen hier
 
Haar slag kan slaan met hulp van flink wat wijn en bier.
 
Maar bij Sint-Jan, ik ook! 'k Zal ook mijn slag slaan, Maaike,
 
Op mijn manier. Per Dios, dit Hollands papegaaike
 
Kan elke edelman plezier doen. Vel is vel
310
En vlees is vlees, da 's waar, maar 't Hollands scheelt toch wel
 
Bij 't Brabants, en men moet van alles toch eens proeven.
marie
 
Kom, stop met uw gepeins. Ge moet u niet bedroeven,
 
Mijn lieve Nicht: Uw Klaas zal cito bij u zijn.
 
Drink ondertussen eens een teugske Spaanse wijn:
315
Wie moe is van het lopen moet dat niet versmaden.
 
'k Heb voor ons per persoon een kieken laten braden.
 
En ook nog een kapoen, met oesters gegarneerd
 
En tevens een kalkoen, met worsten gelardeerd
 
En snippekes daarbij, twee koppeltjes patrijzen
320
En nog wat vogeltjes. En om u te bewijzen
 
Hoe Brabant kan trakteren: wat kardoen erbij
 
Wat selder, zout en olie, ja, dat vinden wij
 
Het beste wat er is. En om u te vermaken
 
Met wat variëteit van spijzen en van smaken,
325
Heb ik meteen ook iemand uitgestuurd om vis,
 
Twee moten zalm, het neusje, als het beschikbaar is,
 
Een karperke om droog in een servet te winden,
 
Wat spiering en wat baars, en als men het kan vinden,
 
Wat verse kabeljauw, wat schelvis, wat pladijs,
330
Wat bot en ook wat tong, die weleens de patrijs
 
Der zee genoemd wordt, en...
francisco
(Terzijde)
 
Wat schept ge daar weer op,
 
Maai, schei er toch mee uit!
[p. 61]
marie
 
Houd gij toch uwe kop!
 
Ik weet wel wat ik zeg. 'k Zie 't aan uw ogen, Trijn,
 
Da'ge daar zit te peinzen: 't is hier veel te klein
335
Om zo veel pottekes vanavond te doen koken.
 
Maar zet dat uit uw hoofd. Dat braden en dat roken,
 
Daar doen wij hier niet aan. Dat vinden wij niet goed,
 
't Verpest het huis geheel met rook en as en roet.
 
Gelukkig zijn er nu wel honderd braderijen,
340
Nicht, da's de beste vondst van oud' en nieuwe tijden.
 
Wat dat ge ook bestelt, de schotel wordt verzorgd
 
- Het lijkt wel toverij - en op verzoek bezorgd.
 
En opgediend met veel respect.
trijn
 
Kom nou, met spek?
 
'k Mag lijden dat het hem de mond in loopt als drek,
345
De eerste man die spek in fijne repen snee
 
En door de vogels reeg. Alleen al het idee!
 
Ik lust geen spek.
francisco
(Terzijde tegen Marie)
 
Amai, die is niet rap content,
 
Marie, verstade dat?
marie
 
En ik ken gene vent
 
Zo laf als gij. Zwijg stil en laat haar maar begaan,
350
Ze pimpelt rustig door, dat staat mij best wel aan.
 
Met slokjes stijgt de wijn haar naar het hoofd. Zeg, liefke,
 
Wanneer gij soms moet gaan, hiernaast is het geriefke,
 
Ge weet wel.
trijn
 
Nee, ik zal 't wel zeggen als ik moet.
 
Bij ons beheersen we ons achterste heel goed,
[p. 63]
355
En ook dat ander ding.
francisco
 
Daar durf ik op vertrouwen:
 
Da's net als wij, denk ik, en dan vooral de vrouwen.
marie
 
Maar wat een groot verzuim! Ik heb niet eens een ei
 
Voor bij de dis besteld, en geen zoete pastei,
 
Niet een amandeltaart en zulke aardigheidjes.
francisco
360
Daar gaan we weer!
marie
 
Maar wacht, daar horen nog pasteitjes
 
Van merg, van zwezerik, van hanenkammen toe.
trijn
 
Je maakt veel kosten. 'k Ben van dat geschrans al moe
 
Eer her op tafel komt.
marie
 
Ja, inderdaad, Cousine,
 
't Is ruim voorzien. De kans om zoveel op te dienen
365
Laat ik me niet ontgaan. Dat is zo ons manier,
 
Ook al trakteerde maar een gast of drie of vier.
trijn
 
Hoe vreemd zal onze Klaas staan kijken van dit eten!
 
Ik wilde dat ik hem meteen kon laten weten
 
Hoe 't hier gesteld is. Nicht, duurt het nog lange tijd
370
Voordat hij komt, mijn man? En waar blijft toch je meid?
marie
 
Nog wat geduld, mijn schat. Laat ons een uurtje praten,
 
Totdat hij arriveert. 't Zijn hier wat langer straten
[p. 65]
 
Dan bij u in Leerdam - 'k wil zeggen in Noordam.
francisco
(In haar oor)
 
Wat raaskalt ge nu weer! Stom wijf, zeg toch: Zaandam,
375
Of ge verknoeit de zaak.
marie
 
In Zaandam, wou ik zeggen.
 
Pardon, ik was verstrooid; ik was aan 't overleggen
 
Welk soort van brood en kaas 'k zou geven als besluit,
 
En een zoet smaakje toe. Maar drink uw glas eerst uit
 
Eer ik daarover spreek, want wijn wil niet echt smaken
380
Op zoetigheid. En zou dit kruikske leeg geraken
 
Eer Klaas hier arriveert, er is genoeg te drinken.
 
Zeg Nicht, kent gij dat spel, van kussen bij het klinken?
 
Hedde bij jullie al eens op een kus gedronken?
 
Dat is echt heel plezant! Zie Sinjoor Frans eens lonken,
385
Die wil u wel te lijf. Dat kan hij pertinent.
 
Kom zitten, lekker stuk, ge zijt dat toch gewend.
 
Ik drink op u en Nicht; en één, twee, drie vier kuskes.
 
Voilà, dat hebben wij geleerd van al de muskes.
 
Nu is 't aan u, Kozijn, kieskeurig ben ik niet.
390
Nu is 't aan u en Trijn, kom, doe me geen verdriet.
 
Dat klinkt, da's goed! Is 't leeg? Giet het dan op de nagel!
francisco
(Terzijde tegen Marie)
 
Amai, zo'n Hollands wijf, dat kust zo rap als hagel!
marie
 
Er is nog meer op komst! Ze bloost al, ziede wel?
 
De Spaanse wijn begint te blinken door haar vel.
[p. 67]
trijn
395
Nu moet ik toch eens gaan, je weet wel; 't kan niet missen,
 
Wie veel drinkt moet...
marie
 
Ja, zeg het maar: die moet veel pissen.
 
't Is feest, ge doet dus wat ge wilt. Kom, ga maar vrij
 
Dat hoekske om, mijn lief. Hoog water, goed getij.
(Trijn gaat naar achter)

eerste bedrijf, derde toneel

marie, francisco
marie
 
Wat vinde daar nu van? Ge hadt eerst niet veel moed,
400
Hedde d'r nu wat meer?
francisco
 
Verdoeme, dat loopt goed!
 
Gij zijt een duivelin. Dat heb ik nooit gezien.
 
Hoe loopt ze in de val! Da's pas een stomme trien.
 
We zullen haar, per Dios - ze zal ons niet ontlopen -
 
In onze klauwen krijgen en haar hemd losknopen
405
En dan kleden we z' uit en stelen heel haar boel
 
En roven schip en vracht!
marie
 
Stom rund, houd uwe smoel!
 
Daar komt ze. Kijk toch eens, om Gods wil, naar haar benen,
 
Hoe dat ze knikken.

eerste bedrijf, vierde toneel

marie, trijn, francisco
marie
 
Nicht, pas toch op voor die stenen,
 
De vloer is ongelijk. 'k Wacht op de metselaar
410
Die hem zal repareren.
[p. 69]
trijn
 
Klaasje, ben je daar?
(Ze pakt Francisco bij het hoofd)
 
Kom, koning, geef me 'n zoen. Je speelt met mijn verlangen!
 
Daar straf ik je wel voor, met kussen op je wangen.
(Ze kust hem over zijn schouder)
 
Maar hé, dat ist-ie niet. Ik dacht al, dat 's niet goed,
 
Hoe komt die rare vent aan 't pluimpje op zijn hoed!
415
Of is 't zijn korenbloem?
francisco
 
Ho! Z' is al in de blommen,
 
't Gaat naar de bonen toe.
marie
 
Hij is nog niet gekomen,
 
Maar 'k heb zojuist gehoord dat we hem spoedig zien,
 
We drinken er nog één op zijn succes.
trijn
 
Wel tien!
 
Bij get, dat is goed nieuws; 'k weet waar ik ze kan laten.
420
Ik heb ruim baan gemaakt. En wil je erbij praten
 
En zoentjes wisselen, Monsieur, mijn wang is 't doel.
(Ze kust hem weer)
 
Hoe meer ik denk aan Klaas, hoe heter ik me voel.
 
Courage, achternicht, laten we nog een teug
 
Op zijn gezondheid drinken, ieder naar zijn meug.
425
Maar ik sta droog! Wat overkomt mij nu toch weer?
 
De Brabander drinkt traag, mijn keeltje dorst naar meer.
 
'k Moet zoeken naar mijn glas als met een luizenkam,
 
't Is net of jullie niet graag zien dat ik hier kwam.
 
Zo'n soort van bekertjes zet je mij voor de neus!
430
Heb je geen groter glas in huis? Vive le geus!
 
Ik drink er drie op jou, François, of is het Frans
[p. 71]
 
Of Sint-Franciscus? Zeg, wat ben je voor een hans?
francisco
 
Ik ben al wat ge wilt, mijn lieveke, mon coeur,
 
Ik heet, hoe was 't ook weer? 'k Heet uwe serviteur.
435
Ge wilt hem eens goed raken? Weg, dat lijsterbakske!
 
Doe weg dat ding, vooruit, en hang het aan een takske:
 
Da's voor de vogeltjes.
trijn
 
Dat 's goed gezegd, Kozijn,
 
Gesproken als een man. Hoe kan men vrolijk zijn
 
Met een tekort aan drank?]
marie
 
Hé daar, ik wil niet horen
440
Dat mijn nicht zeggen zou da 'k het feest wil verstoren.
(Ze geeft Trijn een volle fluit wijn)
 
Blaas op dat fluitje eens een liedje als ge kunt.
 
Hier is een glas vol wijn, en hartelijk gegund.
trijn
 
Een liedje? Ja, dat 's leuk. Ik heb er een onthouwe
 
Dat heel goed klinkt. Joechei!
(Zij zingt)
 
Wilhelmus van Nassouwe...
445
Maar eerst moet 't fluitje leeg, nietwaar, mijn vrienden?
francisco
 
Ja!
marie
 
Daar twijfel ik niet aan.
trijn
 
'k Begin. Doe me maar na.
(Zingt weer)
[p. 73]
 
En volg me na, na, na, zo spraken alle veugels.
 
Wat denk je, nichtje, heeft een schellevisje vleugels?
 
Jandrie, ik ken dat lied. Maar 'k zing het nu niet uit:
450
'k Wil minder zingen. Ik blaas liever op de fluit.
 
O fluitje van de vreugd, je kan bij mij logeren,
 
Kom hier! Maar één is geen! Wie wil dit retourneren?
francisco
 
De duivel mag ze halen, die kan heel wat op!
 
Maar lang kan dat niet duren, 't stijgt naar hare kop.
455
Gezondheid, Nicht.
(Hij geeft haar een tweede fluit)
trijn
 
Dat 's uit. Nog één!
francisco
 
Maar zie toch uit,
 
Da's toch niet mogelijk.
(Zij wil er wat uit gieten)
 
Voorzichtig met die fluit!
 
Dat is geen eerlijk spel. Dat kan toch niet! Ten halve
 
Loopt dat nog mis. Pas op. Die volle koe moet kalven.
(Trijn braakt en valt op de vloer)
 
Daar ligt de viezerik, het beest in 't kinderbed;
460
Wie wil de peter zijn?
marie
 
Hoe is 't, gij sloor, gij slet?
 
Hoe is 't, Nicht Katelijn? Wat! Zijde dood? Of leefde?
 
Is dat niet meer plezier dan iemand ooit beleefde?
francisco
 
De stad is ingenomen, 't fort is nu van ons
 
Victorie, Maai! Ze slaapt, als lag ze in het dons.
[p. 75]
marie
465
En nu aan 't plunderen! De poorten zijn gesprongen,
 
De schildwachten zijn dood. Ik barst schier uit mijn longen
 
Van 't lachen.
francisco
 
Stil nu, zij beweegt!
marie
 
Dat kan niet.
francisco
 
Sssst,
 
Ik hoor iets als een sluis!
marie
 
Dat kan goed zijn: ze pist.
francisco
 
Maar hoor, ze spreekt.
trijn
 
Kelaas, Kela..., Kela..., Kelaasje.
marie
470
Ze droomt van hare Klaas.
trijn
 
Nog, nog! Nog, nog een glaasje.
francisco
 
God Seminis!
marie
 
Geen nood, dat zal wel overgaan,
 
Dat kaarsje flikkert in de kandelaar. De maan
[p. 77]
 
Zakt in een zwarte wolk en zal niet gauw meer schijnen
 
Voordat het morgen is.
francisco
 
O, Spaanse wijn der wijnen,
475
Wat komd' ons goed van pas! Wat was 't een nobel man
 
Die u eerst uit de druif, in 't vat en in de kan
 
En in zijn keeltje goot! Wat zijde zoet en krachtig,
 
Wat zijd' een nobel nat!
marie
 
Zie daar: ze slaapt waarachtig
 
Of z'in de rozen lag.
francisco
 
Dat doet ze ook, Maai, maar
480
In wat voor rozen! Foei!
marie
 
Daar kijk ik niet eens naar,
 
Da's zo gekuist. Maar kom, laat ons het spel beginnen.
 
Eerst deze zilv'ren riem. Ik zou lang moeten spinnen
 
Eer ik die kopen kon. En nu die gouden knop.
 
Amai, wat is die zwaar! Nu 't mutske van haar kop:
485
Dat linnen is heel fijn. Daar kan ik wat van maken
 
Dat mij goed passen zal. Ik zal het zo vermaken
 
Als was 't voor een prinses. Nu 't lijfken uit: hou vast,
 
Sta daar niet zo, help mee. En dit, is dit damast?
 
Och nee, het is katoen, maar prima kwaliteit!
490
Als 'k dat moest maken, kostte het me heel wat tijd.
francisco
 
Zie wat een borstjes, Maai, zie wat een boezem, zie,
 
Om op te eten!
[p. 79]
marie
 
Zot, ge peinst toch niet dat die
 
Wat meer zijn dan de mijn? 't Is vel zoals een ander.
francisco
 
Maar kijk, ze staan zo stijf, zo stevig uit elkander.
marie
495
Doe voort, gij beuzelaar, we hebben niet veel tijd
 
Om zo te frutselen. Hier, sukkel dat ge zijt,
 
Til deze lap eens op, ik kan de strik niet vinden
 
Van 't schortje. Sta toch stil! 'k Probeer hem los te binden
 
Hij zit goed in de war... Voilà! Zo! Nu de rok,
500
De rok los. Waar 's de spleet? Hij is rond als een klok:
 
Francisco, waar 's de spleet?
francisco
 
Dat zoude moeten weten,
 
Daar weet ik niks van af, toch niet van dat soort spleten.
marie
 
Hier is ze, vlak van voor. Wat doet zo'n ding nu daar?
 
Die boerenkleren zitten aardig in elkaar.
505
Kijk, Frans, da's pas een rok, echt laken, kijk, en koord!
 
En wat een dure voering! 'k Heb nog nooit gehoord
 
- Van heel mijn leven niet - van zo veel praal en pracht.
 
En nu de onderrok. Waar gaat die open? Wacht!
 
Waar is de spleet? Van voor, van achter of ter zijde?
510
Alweer van voor. Da's sterk! Hoe weten z' het te snijden,
 
Die lompe Hollanders.
francisco
 
Zit uw spleet ook daar niet?
marie
 
Houd uwen bek en trek.
[p. 81]
francisco
 
Pas op dat ik subiet
 
Niet in die hutspot trap!
marie
 
Laat ons ze wat verschuiven.
francisco
 
Amai, dat stinkt hier zwaar naar vers geperste druiven!
marie
515
Zijde daar vies van, Frans...? De onderrok is uit,
 
En, par ma foi, dat is zowat de beste buit.
 
Zie, wat een ondergoed, met kant en broderie
 
En lintjes. Draagt dat volk zelfs ook nog lingerie
 
Om naar de wei te gaan? Stapt het zo door de dauw?
520
Eens zien: is 't lang genoeg? Ja, maar het is wat nauw.
 
Ik ben wat meer voorzien dan Trijn, om 't zo te zeggen,
 
Maar er zit speling in. Ik zal het wel uitleggen...
 
De kousenbanden los.
francisco
 
Da's mijn werk.
marie
 
Juist, Monsieur,
 
Ge wilt wat snuffelen. Goed, pak ze dan, parbleu,
525
Ge krijgt ze.
francisco
 
Is dat al wat ge me geeft, Marie,
 
In ruil voor al mijn trouw? Ik ben niet gelijk wie!
 
'k Heb ook een woordje in te brengen, da's verdiend.
 
We moeten eerlijk blijven, 'k ben toch uwe vriend.
[p. 83]
marie
 
Ja, ja, het is al goed. Gekijf geeft ongemak!
530
Trek haar twee kousen uit en steek ze in uw zak.
 
Aan kousen geen gebrek: 'k ben rijkelijk voorzien
 
Van dergelijke waar.
francisco
 
Da's waar, maar laat eens zien.
 
Ik doe hier een goei zaak, meer dan ik had gedacht!
 
Da's één, da's twee. Puur zij! Amai! Zo duur en zacht!
535
Ha, ha!
marie
 
Da's toch niet waar!
francisco
 
Wel waar, of 'k mag verrekken!
 
Ik wil z' op goed geluk direct eens aan gaan trekken.
 
Goddorie, daar zal ik eens fraai mee gaan flaneren,
 
Dan kan ik me pas echt aan chic volk presenteren.
 
Mijn laarzen zijn zo oud en zo dikwijls gelapt
540
Da 'k mij daarover schaam.
marie
 
Wete wel hoe ge klapt?
 
Hoe kan een vrouwenkous aan mannenbenen passen?
francisco
 
Ja, ja, dat weet ik wel. 'k Laat er een stuk aan lassen
 
Van wollen stof of taf. De broeken zijn nu lang:
 
Dat vrouwelijke zal men niet zien aan mijn gang.
545
Ik ben ermee content. Dus trek het u niet aan!
 
Laat mij mijn goesting doen.
marie
 
Ziede die ster daar staan?
[p. 85]
 
Die staat al een stuk verder dan daarstraks. 't Wordt laat:
 
Hanneken-Uit, de nachtwacht, is al lang op straat,
 
De nacht is schier voorbij. We moeten plannen maken
 
Hoe dat we die figuur hier kwijt kunnen geraken.
francisco
 
Dat is heel juist. Stel dat die kerel, hare man,
 
Haar wist te vinden, hetgeen best gebeuren kan,
 
Wat moeten we dan doen? Het zijn heel sterke boeven,
 
Dat Waterlands gespuis: als dat u af zou troeven
555
Met draaien om uw oren... Nee, da's niks voor mij.
 
Hun vuisten zijn te hard, ik zoek geen vechtpartij.
marie
 
Hedde dan geen rapier en zijde gene krijgsman?
francisco
 
't Rapier kan alles niet, al wint het wel de prijs van
 
De meeste wapens; maar die gasten zijn zo snood:
560
Ze trekken gauw hun mes van wel twee handen groot
 
En snijden u in repen, maken u te schande.
marie
 
Bah ja, ik weet het niet. Een mens heeft toch ook handen?
 
Als iemand, wie dan ook, me aan zijn mes wou rijgen,
 
Dan zou ik hem... ik zou... hij zou me niet klein krijgen!
565
Versta me wel.
francisco
 
Ja, maar zo'n mes mag er ook wezen!
 
Maar zie, wij kouten maar, als was er niks te vrezen,
 
Als zaten we bij 't vuur en deelden vrijers uit
 
En vrijsters met de tang. En ik vrees dat die guit
 
Die nu zijn wijf al mist, als hij niet al te zat is,
570
Haar gangen nagaat en met iedereen op pad is
 
Op zoek naar haar.
[p. 87]
marie
 
Da's waar, wie vraagt die zal er komen,
 
Al wou hij naar Parijs, of van Parijs naar Rome.
 
Maar zij gerust, ik heb die dingen niet zomaar
 
Vandaag bedacht. Ik heb mijn planneke al klaar;
575
'k Heb het goed overwogen, heel de avond lang.
 
Ik regel dat wel, Frans; zij voor die man niet bang.
francisco
 
Ik ben niet bang, maar mijd 't gevaar als het kan zijn.
marie
 
Ja, ge bedoelt: men vindt geen most in den azijn.
 
En gij, gij houdt uw lijf veel liever onverlet
580
En gaat bij voorkeur met een hele huid naar bed.
 
En g' hebt gelijk.
francisco
 
Vooruit, Marie, kom op ermee!
 
Wat is uw plan?
marie
 
Ik heb een eerste klas idee:
 
't Is de subtielste vondst die ooit al door een vrouw
 
Te voorschijn is gebracht.
francisco
 
Wat is het? Zeg het gauw
585
En red me van de dood. Ik zou het gaarne weten.
 
Het is een wonder ding, me dunkt, zo'n slecht geweten,
 
Want waar ik me ook keer, ik zie die sukkelaar,
 
Die smeerlap, die vervloekte schipper achter haar,
 
Met zijn vlijmscherpe mes.
[p. 89]
marie
 
Laat mij die boon maar doppen.