Epiloog
Mijn' heren, vind 't niet vreemd dat 'k er een eind aan maak.
Al wat Trijn hebben wil dat Klaas weet van de zaak,
Vertelt z' hem onderweg van achteren naar voren:
Maar 't schip is wat te ver, u kunt het hier niet horen.
1565
Wat horens waardig was, hebt u tot hier gehoord,
Dat 's voor uw milt heel goed, ook het gelogen woord.
En of 't met onze moer ten halve pluis of heel is,
Gedenk:
in elk geval is trijn trijntje kernelis
.
Dat dacht de schipper ook. En wie van 't huw'lijk weet
1570
Kan denken, al kwam 't uit, dat 't met de tijd versleet.
Wat zouden Trijn en Klaas daar verder nog om malen?
De vrede was in 't land, de uitslag van Westfalen.