Regelnummers proza laten
vervallen
Bijlage 2 Aen Vrouw Geertruijd Huijgens+ geseght Doublet, Vrouwe van St. Anneland, etc.
1 Me Vrouw en Waerde Moeije;1
2 De Wijsen van eertijds hebben't soo verstaen, ende het is altoos23
waerachtigh gebleven, dat Vrught en Vreughd, Voordeel en Vermaeck2/3
34
in een getwernt den deughdelixten draed maken. Daer op sagh ick dat45 mijn
Vader gesien hadde, als hij sich gelusten liet de lichamelicke4/5
56 lusten van
sijn Hofwijck soo te bescrijven, datse de ziel raeckten;7 makende van
die Wandeling een' Handeling, die naer hem sijn' Erven,78
oock naerden ondergangh vande plaetse, te stade komen moght.8
9 Ende het soete voornemen alsoo uijtgevoert heeft mij te
dienstigen9
10licht gedocht voor de Corenmate; daer onder het
geschapen was voor9/10
1011 eerst te
smooren, sonder de moeijte die ick aengewent hebbe, om het10/11
1112 oock onse eeuwe te moghen bekent maken.
Hoe het dese neus-wijse1213 Wereld
sal op nemen, staet te sien. Bij V.E. en meen ick geenen1314 ondanck verdient te hebben. De Stichter van
Hofwijck is haer te lief,14
15om een stuxken wercks van den Dichter te verwerpen. Een stuxken1516
Bijwercks noemde ick het beter: dewijle wij heel wel weten, en qualick1617
gelooven konnen, dat hij daeraen all gaende en staende niet meer en1718 heeft besteedt, als de brockelinghen van
vier der druckste maenden die19 hij beleeft heeft; sonder dat ijemand
getwijffelt hebbe, dat hij in't17/19
19
20gewoel van soo vele andere besigheden ijet sulx onder de leden
soude19/2021 hebben. Nu het Kind schielick ter wereld is
gekomen, ende mij, den20/21
21
22oudsten vande Voor-kinderen, als het jongste van 't
tweede Bedd2223
vertrouwt, weet ick het niet beter te besteden als bij V.E. beider oudste24 Moeije; die ick wenschte dat sich somwijlen daermede wilde
verlusten23/24
25tegens de swaermoedigheden die haer overigh moghen zijn, zedert
sij24/25
2526 de twee lieve derdendeelen van haere eighen
Bedde-vruchten uijt der2627 tijd heeft sien halen; wel goeds tijds, in ons
gevoelen; maer26/2728 ontwijffelijck te goeder tijd, dewijl het Gods tijd was. Hem bidd
ick2829 V.E. in alle tijden ende naer alle tijden te
segenen met tijdelick ende29
30eewigh wei-zijn, blijvende,
31 Me Vrouw en Waerde Moeije,
32 V.E. ootmoedighe Neef en Dienaer
33 C. Huijgens.
+Geertruijd Huijgens: jongere zuster van Huygens, geb. 10
juni 1599, gest. 4 juni 1680, huwde in 1632 Philips Doublet, Heer van Sint
Annaland, geb. 22 januari 1590, gest. 31 mei 1660. Een zoon Philips Doublet
trouwde in 1632 met Huygens' dochter Susanna (zie de geslachtslijst achter
in
Dagboek), de andere twee zonen stierven jong (vgl. de
Opdracht, r. 20).
1Waerde Moeije: Geachte tante.
2De Wijsen ... verstaen: De oude
filosofen hadden de opvatting, waren van mening.
2/3ende ... gebleven: (tussenzin waarin
het verwijst naar de semantische vulling
dat
... maken).
3waerachtigh: waar.
Vrught ... Vermaeck: (tweemaal de bekende combinatie van
utile en
dulce).
4in een getwernt: ineengedraaid, vervlochten,
als ze met elkaar verenigd zijn (pred. toev. bij
Vrught ...
Vermaeck).
deughdelixten: beste, sterkste.
4/5Daer ... hadde: (proleptisch
Daer op) Ik zag dat mijn vader daarop het oog had (Dat was, zag
ik, het oogmerk van mijn vader).
als ... liet: toen het hem behaagde (lett.: toen hij zich
liet welgevallen).
5de ... lusten: de stoffelijke
genietingen (tegenover
ziel).
7makende ... Handeling: door van die wandeling (door
Hofwyck) een verhandeling (betoog) te maken (latinistisch participium
gebruik, conjunct).
naer hem: na hem, na zijn dood.
Erven: kinderen (vgl. Hofwijck 2001).
8oock ... plaetse: ook na het verdwijnen van
de buitenplaats.
te stade ... moght: van nut zou kunnen zijn.
9het ... uijtgevoert: de
volvoering (voltooiing) van het liefelijke (aantrekkelijke) voornemen (plan)
(latinistische constructie, vgl. mijn art. Bijzondere
participiumconstructies bij Hooft, N. Tg. 68, p. 170 en vgl. Hofwijck, 79).
9/10te dienstigen
licht: een te dienstig licht (te dienstig een licht, met gereduceerd
onbep. lidw.
en aan het adj. gehecht).
10voor de Corenmate: om onder de
korenmaat te zetten (naar het woord van Jezus, Matth. 5, 15: Noch steekt men
eene kaars aan en zet die onder eene korenmaat, maar op een kandelaar, en
zij schijnt voor allen die in het huis zijn).
10/11daer onder ... smooren: waaronder het
aanvankelijk bestemd was langzaam te doven (
daer onder
proleptisch, hoort bij
smooren.
11sonder de moeijte ...: als ik niet
de moeite enz.
12onse Eewe:
onze tijd, de mensen van onze tijd.
neus-wijse: zeer critische (eigenlijk: goed kunnende
ruiken, met een fijne neus, WNT neuswijs 1907, 4).
13staet te sien: moet nog gezien worden, moeten
we afwachten.
14ondanck:
misnoegen (WNT ondank 1182, 1).
haer: = Uwe Edelheid, te vertalen met U.
15Dichter: tegenover
Stichter (correctie in het hs van d tot D).
16Bijwercks: bijwerk, werk buiten, naast
het gewone werk dat men verricht.
noemde: zou ... kunnen noemen.
qualick: moeilijk, ternauwernbood.
17all ... staende: terwijl hij ging en stond
(WNT staande 92, 2
gaande en staande geeft geen hier
passende bet.).
17/19niet
... heeft: Huygens schreef Hofwijck in hoofdzaak (afgezien van de
eerste 252 vss), in minder dan vier maanden, van 14 augustus 1651 tot 8
december 1651 (zie Inl. 1). Dat het drukke maanden waren begrijpen we als we
bedenken dat hij toen midden in de rompslomp en de zorgen van de regeling
van de voogdij over de kleine Willem III zat. Vgl. Br. III, blz. XIII.
19getwijffelt hebbe: vermoed heeft.
19/20in 't gewoel: tijdens de
drukte.
20/21ijet ...
hebben: iets zodanigs (zoiets) in zich zou hebben, van iets zodanigs
zwanger zou gaan (Vgl. de verdere beeldspraak).
21schielick: plotseling, onverwachts.
den ... Voor-kinderen: de oudste van de kinderen uit het
eerste huwelijk (bedoeld wordt het huwelijk van Constantijn met Suzanne;
Constantijn was hun eersteling, geb. 10 maart 1628).
22als ... Bedd: (pred.
toev. bij
het Kind)
het Kind dat Huygens
gebaard heeft is het eerste van zijn tweede huwelijk, nl. met de Muze.
vertrouwt: toevertrouwd.
te besteden: uit te besteden.
23/24als ... Moeije: dan
bij U, oudste tante van beiden (Geertruid is de oudste tante van Constantijn
jr. en tevens van het kind Hofwijck, eerste kind uit het ‘tweede huwelijk’).
24/25die ... zijn: (proleptisch
rel. pron.
die, subjekt in de objektszin bij
wenschte; vgl. mijn art. Hooftiana III,
Twee
prolepsisgevallen, N. Tg. 68, p. 454) (wij kennen de constructie
nòg:) die ik zou willen dat zich soms daarmee zou willen verlustigen tegen
(ter bestrijding van) de bekommeringen, die voor haar teveel zouden kunnen
zijn; andere constructie: en ik zou graag hebben dat U zich enz. (
overig = overmatig, boven de maat).
25sij: Uwe Edelheid, te vertalen met
gij.
26de twee ...
Bedde-vruchten: twee geliefde kinderen van uw eigen drie
kinderen.
26/27uijt ... halen: uit
het leven hebt zien weggenomen worden.
goeds tijds: vroegtijdig.
in ... gevoelen: naar onze mening, opvatting.
28te goeder tijd: op de goede,
juiste tijd.
29naer ...
tijden: na alle tijd, in de eeuwigheid (het spel met
tijd wordt tot het eind volgehouden. Constantijn
imiteert Vaders trant!).