
Als mijn herte opgezwollen was, en ik in mijne nieren geprikzelt wierd, toen was ik onvernuftig, ende en wiste niets: Ik was een groot Beest by U. Psal. 73.21, 22.
De mensche die in waarde is, en geen verstand en heeft, word gelijk als de beesten die vergaan. Psal. 49.21.
Jesus zeide: En hebbe ik niet u twaalve uitverkoren? ende een uit u is een Duivel. Joh. 6.70.
MEn kan niet ontkennen, dat den mensch geschapen is
om hier op aarde een
Pronk-beeld van Gods goed-
heid, macht en wijsheid te zijn, zo door het navolgen van
Gods
liefde, barmhertigheid, weldadigheid en lankmoe-
digheid met het allerinnerlijxte van zijn gemoed, als door
't wel
en heilig gebruiken van alle de vermogens en krach-
ten van geest, ziel en lichaam tot zulk een einde, en alzo
door
de uitmuntende kennis waar mede de goedheid des
Scheppers hem zo
rijkelijk verzien heeft, als van verre
enigzins na te volgen het diep
beleid en d' ondoorgronde-
lijke voorzichtigheid Gods.
Dus zou de mensch een navolger Gods zijn als een ge-
liefd kind, en wandelen in de liefde, gelijk Christus hem
lief
gehad heeft; maar, helaas! byna alles wat in en aan
hem is, is
veräard en ten quade verandert; zijn goedheid
in
boosaardigheid, zijn macht in strengigheid, en om zijn
naasten te
beschadigen, zijn wijsheid en kennis in door-
traptheid en schalkheid, om te bedriegen en te misleiden,
en een
uitvinder te zijn van quade dingen: En aldus blijkt
het waarheid te
wezen 't geen de Prediker zegt
cap. 7.29.
Dat God den Mensche recht gemaakt heeft, maar zy hebben
vele vonden gezocht.
Hierom is ons niet nodiger, zullen wy gelukkig wor-
den, als dat wy alle wederkeren van onze boze vonden en
aangenome quaadaardigheid, en weder trachten te wor-
den lieve Kinderen Gods, door ons te laten wederbaren
van Gods
Woord en Geest, op dat wy alzo Erfgenamen
worden van alle onze Vaders
goederen.
O laat ons hertelijk en ernstig verlaten en verzaken alle
boosaardigheid, hovaardigheid en leugenachtige eigen-
schappen, innerlijk en uiterlijk, waar door wy de boze
Duivelen
gelijk zijn geworden, alle wreedheid en har-
digheid des herten, die ons een Leeu en Beer schenen te
maken,
alle overdadigheid in spijs en drank, en alle on-
tuchtigheid, die ons het Beeld van een Zwijn deden dra-
gen, alle bedriegelijkheid, geveinstheid en loosheid, op
dat wy
niet meer Vossen en schijnen, alle inhalendheid
en lust tot overtollige
bezittinge der aardsche dingen, om
niet de geest der Gieren te
vertonen, en alle nijdigheid en
afgunstigheid, om die van de Honden
niet na te volgen;
maar door het tegendeel, de goedernierenheid, de
liefde
en goedaardigheid het Beeld der heilige Engelen uit te
drukken, en door zachtmoedigheid, matigheid, kuis-
heid, oprechtigheid, eenvoudigheid, vergenoegzaam-
heid, weldadigheid en goedgunstigheid dat aanminnige,
dat
liefelijke, dat uitverkoren Afdruksel en Beeld Gods,
Jesus Christus, te
vertonen.
Heilige en gezegende Heer! die ons, als wy zo diep
vervallen waren, van
God zijt geworden, Wijsheid,
Rechtvaerdigheid, Heiligmaking, en Verlossing, wy
roepen
U aan, laat ons genade vinden in uwe ogen, op dat onze
zielen leven en niet en sterven; maak ons wijs, om U,
uwen Vader, uwe
heilige Wil, uw Woord, uw Geest en
ons zelven wel te leren kennen; maak
ons vry van alle
zonden, door vergeving, quijtschelding en verzoening
by
uwen Vader, door en in uwe bloedige offerhande: geef
dat wy
waarlijk heilig worden, doende en volbrengende
door de kracht uwes
Heiligen Geestes uwe heilige Wil,
die uwe goedheid verzorgt heeft dat
uwe getrouwe Ge-
zanten ons in de Boeken des Niewen Verbonds hebben
nagelaten.
En inzonderheid, ô Allergoedertierenste, zo heilig dog
eens
den innerlijxten grond van onzen geest; Heer, daar
bidden wy U om, op
dat wy alzo, volkomen verlost en
vry gemaakt van de hand aller onzer
Vyanden, U alleen
dienen zonder vreze, in heiligheid en gerechtigheid,
alle
de dagen onzes levens, en door die innerlijke verlossing
der
zonden, verzekerd worden dat 'er de verlossing van
de ewige dood en 't
verderf gewisselijk op zal volgen, en
Gy ons stellen in die staat daar
men bevindelijk uit zal
roepen: de Dood is verslonden tot
overwinninge, Dood waar is
uwe prikkel? Helle waar is uwe overwinninge? Nu is onze Grote
Verlosser uit Sion gekomen! nu zijn de Godloosheden van Jacob
afgewend! nu heeft God zijn Volk bezocht met den opgang uit de
Hoogte! Dit is de Dag des Heeren, laat ons blijde zijn met vol
-
kome blijdschappen, want de ewigheid is daar, en de zaligheid
onzes Gods is verschenen! nu zullen wy in zijn licht wandelen,
tot in alle ewigheid!
O zalige hervorming! welx uitkomst zo overzalig is!
wie omhelst u niet?
wie zoekt u niet, van de eerste ure
aan dat hy eenige kennis van u
heeft? O laat ons weder-
keren van onze verbasterde aart, eer het te laat is, om al-
zo van nieus en van boven wedergeboren te worden; laat
ons
haasten, want onze tijd zal gewisselijk heel kort
zijn.
Heere, help tot deze Wedergeboorte door d' ingewan-
den uwer ontferming, op dat wy Spruiten en Planten wor-
den uwer gerechtigheid, lieflijk groejende en bloejende in
't
ontslote Paradijs, 't welk ons uw lieve Zoon zo gena-
delijk geopend heeft en ingeweid door het Voorhangsel,
dat is,
zijn Vleesch, en ons aldus door die grote herstel-
ling uit den Dood in 't Leven overgezet, om ons ewig te
doen
leven het ware Leven dat uit U is.
't Geen we van U, ô Vader, bidden, is immers tot
uwe
Eere, op dat Gy in ons verheerlijkt zoud worden;
en daarom vertrouwen
wy op U en op uwe oneindige
liefde, dat het U behagen zal onze Bede te
zijner tijd
genadelijk te vervullen, om uwes zelfs wille en om
uwes
Heiligen Naams wille, Die geprezen zy in ewigheid.
Amen.
Jesus antwoorde ende zeide: Voorwaar, voor-
waar zegge ik u, 't en zy dat iemand wederom
geboren worde, hy en
kan het Koninkrijke Gods
niet zien.
Voorwaar, voorwaar, Zo iemand niet gebo-
ren en word uit Water ende Geest, hy en kan
in het Koninkrijke
Gods niet ingaan. Joh. 3.3, 5.