
Indien wy zeggen dat wy gemeinschap met Hem hebben, en wy in de duisternisse wandelen, zo liegen wy, ende en doen de waarheid niet, 1 Joh. 1.6.
ZYt heilig, want Ik ben heilig, zegt de Heere onze
God:
waar mede niet alleen te kennen word gegeven, dat
men heilig
moet zijn, maar ook met eenen, dat men daar
door tot gelijkaardigheid
met zijn God, en gevolgelijk tot
Verëeniging met Hem kan
komen: nadien gelijke dingen
zig lichtelijk verëenigen. Hierom
is de Mensch de ware
kennisse, de gewisse betragtinge en verkrijginge
der heilig-
heid ten allerhoogsten van noden, indien hy zal komen
tot de
staat der Verëeniging.
Dewijl nu de Heere zijne heiligheid den Mensche
voorsteld als een
Voorbeeld om na te volgen, en de Hee-
re gezegend volkomen en in alles heilig is, zo blijkt dan,
dat
ook van den mensche een volmaakte heiligheid in al
zijn wandel
geëischt word; die, gelijk ze voor een groot
gedeelte in de
Heere onze God bestaat (voor zo veel wy
tot zijn navolginge en
gelijkaardig-wordinge geroepen
worden) in een ongekreukte
rechtvaerdigheid, trouheid
en oprechtigheid, beneffens een
gehele en ewige afzonde-
ringe van alle bedrog, geveinstheid, quaadaardigheid en
boosheid,
als welke niet konnen vallen in Hem die de
liefde, goedheid en ewige
waarheid zelf is, zo is met ee-
ne waar, dat het bekomen en bewaren van deze uitne-
mende en zalige eigenschappen, geen gering deel van
onze
heiligheid uit zullen maken: want door de regt-
vaerdigheid of vaerdigheid tot altijd recht te doen, is men
bevrijd van ooit met wil of weten, God, of mensch, of zig
zelf t'
onthouden 't geen elk toekomt, zijnde dit de grond-
slag van alle billijkheid, vrede en eendracht. Door de
Trouheid
worden alle verbonden en beloften onverbre-
kelijk, en de rust en veiligheid ten ewigen Troon ge-
voerd. d' Oprechtigheid is die edele voedster van alle
onderling
vertrouwen, en een schets van 't hemelsche le-
ven, daar d' ongeveinsde herten voor alle ogen bloot zul-
len leggen, en 'er niet anders in gezien worden als alle
oprechtigheid, trouheid, liefde, heiligheid, goedheid en
waarheid.
Maar als hier bykomt de heiligheid Gods, zo als Die
Menschlievende zig
in en door zijn welbeminden en uit-
verkoren Zoon ontdekt heeft, zo vol van goedheid, lank-
moedigheid, vergeeflijkheid, barmhertigheid en bran-
dende liefde: wat navolging en hoge top van heiligheid
word dan
niet van ons geëischt?
O Vader! ô Zone! heilig ons, en wy zullen geheiligd
zijn; want
hier zwichten alle onze tot noch toe ontfan-
gen krachten, hier verstommen alle monden, hier ver-
dwijnen wy voor uwe heilige Majesteit.
Zend ons uwen Geest, en wy worden herschapen na
uw Beeld, in ware
gerechtigheid en heiligheid, en be-
quaam om, U aanhangende, een geest met U te worden
in ewigheid.
Heere, Heere! wat zijt Gy beminnelijk! wat zijt Gy
begerelijk! en wie
dorst niet na uwe heiligheid en zalige
Verëeniging? O! dat
voortaan alle onheiligheid in ons
voor ewig onderga en
versterve, en 't leven dat uit U is,
alleen in ons opga en overblijve
tot in ewigheid! Uwe
zwakke schepselen roepen U hierom zo ernstig aan,
na-
dien zonder die Verëeniging noch heil noch vrede, noch
vreugde noch zaligheid in onze Ziele kan genoten wor-
den. Heere! Almachtige Vader! haast U tot onze hulpe,
en laat de
Bede uwes Zoons waar worden, dat wy alle,
die aan Hem geloven, met
elkander, met U en met Hem
Een worden en blijven in alle ewigheid.
Wy bekennen van herten, dat uwe goedheid ons alles,
wat tot dit
verëenigde leven behoord, geschonken heeft, door
de kennisse des genen, die ons geroepen heeft door heerlijkheid
en
deugd: maar dat wy onachtsaam zijn geweest, om daar toe
ook alle naerstigheid te voegen, en dus is veroorzaakt dat
ons
d'ingang in uw geestelijk koninkrijk ook niet overvloe-
diger vergund is; maar, heilige en genadige Vader! onze
bede is
tot U, op dat Gy ons geve, na den rijkdom uwer heer
-
lijkheid, met kracht versterkt te worden door uwen Geest in den
inwendigen mensche; op dat Christus door 't geloof in onze her
-
ten wone, en wy in de liefde geworteld en gegrond mogen
zijn, en
alzo bestendiger en vaster geworden zijnde, bequaam be-
vonden worden door uwe genade, om ten vollen te konnen be
-
grijpen met alle Heiligen, welke de breette, en lengte, en diep
-
te, en hoogte zy, en bekennen de liefde van Christus, die de
ken
-
nisse te boven gaat, op dat wy vervuld worden tot alle de
volheid
van U, onzen groten God! Die magtig zijt,
meer als overvloe
-
delijk, te doen boven al dat wy bidden of denken, volgens de
kracht die in ons werkt: U zy de heerlijkheid in de gemeinte,
door Jesus Christus in alle gestachte tot alle ewigheid.
Amen.