
Gedenkt waar van gy uitgevallen zijt, ende bekeert u, en doet de eerste werken. Apoc. 2.5.
Ziet toe voor u zelven, dat wy niet en verliezen 't gene wy gearbeid hebben, maar eenen vollen loon mogen ontfangen. 2 Joh. 8.
NAdien het God behaagt heeft, dat de mensch uit twee
strijdige delen
bestaan zou, waar van 't eene na de
aarde en zig zelven, en 't ander na
God en den hemel zou
neigen, zo ontstaat 'er een gedurige twist,
tusschen die zo
zeer verschillende partyen, 't welk duurt tot dat de
eene
of de andere de overhand verkrijgt, en zijn partye t'onder-
gebracht en gedood is. En schoon de Geest de gelukkige
overwinning over 't zondige Vleesch, door Gods genade,
mogt hebben
bekomen, zo blijft noch altijd over, dat 'er
vyanden zijn, die hem dit
geluk wel hevig benijden: waar-
om ze wel Duivelen, als boze Menschen, niet zelden daar
op zullen
toeleggen, dat ze dien gelukkigen, door aller-
hande voorvallen van verzoekingen en verlokkingen, en
al wat God
om hem te beproeven haar zal toelaten, zul-
len trachten van dat zalige goed te beroven. Hy zal ook
haar
konsten en listen wel krachtig ondervinden, en ge-
vaar lopen om verleid te worden.
Hier tegen komt hem nu ten allerhoogsten, de Volstan-
digheid en Standvastigheid te pas, om door geen vreze
voor zijn
vyanden, hem te laten verschrikken, noch door
geen beloften en
schoon-schijnende aanlokselen, te laten
aflokken, maar altijd voor ogen
en in 't herte te hebben, de
woorden van zijn Zaligmaker,
die volstandig zal blijven tot den einde, die zal zalig
worden,
Matth. 10.22.
O Standvastigheid! ô deugd der deugden! en kroon van
alle
goed! die u bezit, klimt onverschrikt na de zalige
ewigheid. Die u in
zijn binnenste heeft, geniet een fon-
tein waar uit het geloof, de hoop en liefde haar laven. Wie
zal u
verkrijgen? Wie zal u behouden? Wie anders als de
gene, die een
getrouwe dienstknecht is in 't weinige, en
daarom van zijn Heer, over
veel zal gezet worde?
Jesus Christus! standvastige Voleinder des geloofs,
kom ons zo zeer
zwakke schepselen te hulp, op dat wy
in en door U standvastig mogen
zijn, en de strijd des ge-
loofs gelukkig ten einde brengen. Gy hebt een goed werk
in ons
begonnen, volëindig het tot op uwe toekomste.
't Is uw heilig
gebod, dat wy tot den einde volherden zul-
len. Zijt Gy by ons, in onze gedachten, woorden en wer-
ken; en geef, ô Heere! dat wy doch in geen goede en U-
behagelijke dingen en verslappen; doe ons op onze hoede
zijn en
waken. Leer ons de lagen van onze vyanden ken-
nen, en de zelve ernstig en voorzichtig te boven komen.
Wat zal 't een vreugde voor des menschen ziele zijn!
God ten einde toe
standvastig gediend, geëerd en gelieft te
hebben, en te
gevoelen dat een oneindige ewigheid der
ewigheden aanstaande is, waar
in men, zonder te konnen
vervallen, zo ewig vast en onbewegelijk zal
gesteld wor-
den in alle heil en zaligheid, als onze gezegende Vader
zelf is,
en ons belooft heeft door zijn lieve Zoon Jesus
Christus.
Ach! oneindige goedheid! wie zou niet ernstig pogen in
uwe liefde
standvastig te zijn, daar Gy zo standvastig zijt
in ons lief te hebben,
te waarschouwen, aan te moedigen
en gedurig aan ons herte te
kloppen, op dat wy U daar
in zouden laten, en ons alzo met U
verëenigen.
Gewisselijk, wy zouden van veel trouloosheid en wis-
pelturigheid met recht te beschuldigen zijn, indien wy U
ooit
verlieten; Ach of wy U nooit verlaten hadden!
Want wy moeten tot onze
schaamte, en echter met waar-
heid, bekennen, dat wy U menigmaal verlaten hebben,
en geensins
zo gedurig, gestadig en standvastig U zijn by
gebleven met al ons
herte, gedachten en krachten, als het
ons wel betaamd had; en zo uwe
standvastige liefde ons
niet eerst was voorgekomen; en ons weder
opgezocht en
tot U geroepen had, wie weet waar wy niet toe gekomen
zouden zijn.
Ach! dat dit afwijken, en deze onze onstandvastigheid
doch eenmaal
ophoude, door uwe genade! Want dan zul-
len wy eerst weten, wat goederen Gy weggelegt hebt voor
uwe
vrienden, als wy U gedurig en standvastig aanhan-
gen, om dat Gy ze ons dan als getrouwe en beminde
zult deelachtig
maken.
O Heere! geef ons toch een diepen indruk van uwe
heilige
tegenwoordigheid, op dat die ons gedurig in ons
herte vast zette, en
ons alle onoplettelijkheid, ongesta-
digheid en onstandvastigheid beneme, en brenge tot een
diepe
aandacht, opmerkelijkheid, eenparigheid en vol-
herdinge, ter eere uwes groten en heiligen Naams, door
Jesus
Christus, Amen.