
Ende vele scharen gingen met Jesus, doch Hy Hem omkerende zeide tot haar, Indien iemand tot my komt, en niet en haat sijnen Vader, ende Moeder, en Wijf, en Kinderen, en Broeders, en Zusters, ja ook zelfs sijn eigen leven, die en kan mijn Discipel niet zijn, Luc. 14.25, 26.
HEt herte des menschen is, of aan sich zelven, aan de
aarde en de
schepselen, of aan God en 't ewige onzie-
nelijke vast. En hier van kan een iegelijk doorgaans wel
kennisse
hebben; want de overvloed sijner gedachten,
woorden en werken, zullen
zulx wel aan hem openba-
ren, dewijl niemand kan onkundig zijn, waar van hy
liefst en
meest denkt, spreekt, en meê bezig is; en 't geen
daar in de
mensch sich het werkelijxte bevind, daar liefd
en leefd hy, often
minsten daar is hy met strijd aan vast.
Hierom is ons niet nodiger noch profijtelijker voor on-
ze ziele, als dat ons herte, door Gods genade, los worde
van
alles, wat onze ziele toch niet en kan helpen, maar
veel eer
verdrukken, beroven en altijd met angst en met
berou belonen.
Die eens gekomen was tot die edelheid des gemoeds,
van geen vryheid te
zoeken, als daar ze waarlijk te vinden
is, die zou weten wat heil die
staat der ziele, hem zou ver-
schaffen.
Niemand wil gevangen zijn, en alle byna zijn wy vry-
willig de grootste en ellendigste slaven, de eene van deze,
en
d'ander van gene lust, zonde, vreze of driftige herts-
tocht, menende dwaselijk, in d'opvolginge van die har-
den dienst en dat ondragelijke jok, de ware vryheid te zul-
len bekomen: maar helaas! hoe meer die wrede heer ge-
diend, hoe verder en meerder van alle vryheid berooft.
Heeft de edelmoedige mensch dan lust tot ware vry-
heid, hy zoeke die daar ze is, namelijk, in God te dienen,
volgens sijn heilige wil, door Jesus Christus geopenbaart,
Die gezegt
heeft
Joh. 8.31, 32.
Indien gy lieden in mijn woord blijft, zo zijt gy
waarlijk mijne discipelen, ende zult de waarheid verstaan, en de
waarheid zal u vry maken. Indien dan de
Zone u zal vry gemaakt hebben, zo zult gy waarlijk vry
zijn, vs. 36.
Want door dien Zoon, dien Verlosser, word de mensch
vry van alle zonden,
alle vreze, dood en verdoemenis,
als hy maar waarlijk in sijn Woord
blijft. Hy word gerust
en vergenoegt met het ewige goed, en maakt sich
een klein
onderwind van alle de nooddruftige dingen des lighaams.
Ja verheugt sich hoe hy al verder van die slavernye sich
kan los maken,
om zo veel te meerder in de vryheid en
dienst sijnes Gods sich te
konnen ophouden en over-
geven. Hy kan de aarde met 't geen aardsch is
vergeten, en met
sijn innerlijxte grond de vryheid
der heerlijkheid der Kinderen Gods
nagaan en omhelzen,
en dus in voorsmaak en hoop bezitten dat
allerwensche-
lijxte goed, 't geen het koninklijk volk des gezegenden
Zaligmakers eigen is.
Laat dan, hier toe te komen, onze strijd zijn die wy
hier strijden;
alles wat ons hier in belet, de Vyanden die
wy hier verslaan en
overwinnen: en de vaste bezitting van
die zalige vryheid, de kroon die
wy hier behalen.
Die hier met Gods hulpe toekomt, overtreft de edel-
moedigste en onvertsaagste krijgsman der waereld, na-
dien hy een heerlijke overwinnaar is van de allermach-
tigste Vyanden, een bezitter van de Kroon aller kronen,
de Krone
des ewigen en zaligen levens, en hy gekomen is
tot de
allerëdelste en Goddelijke vryheid: sijn geluk is on-
uitsprekelijk, en sijn goed onwaardeerlijk.
Maar allerliefste Heere Jesus! schoon wy dit met ons
verstand bevatten
en toestemmen waarheid te zijn, zo en
hebben wy het daarom noch niet in
ons herte. En hoe wy
het klaarder en krachtiger begrijpen, hoe het ons
meer
doet treuren, als wy zo waarden schat moeten derven.
En derhalven nemen wy onze toevlucht tot U, die ons
kan en wil vry maken
en verlossen, van alles dat onze zie-
len verhinderd en belet om U, in een helder en opgetogen
gemoed,
gedurig voor ogen te houden.