
Ende daar geloofden 'er veel meer om sijns Woords wille, ende zeiden tot de Vrouwe, wy en geloven niet meer om uwes zeggens wille, want wy zelve hebben Hem gehoort, en weten dat deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der waereld, Joh. 4.41, 42.
DE Mensch pleeg op twe'erleye wijse tot kennis van sa-
ken te komen, namelijk door enkele verstandelijke
bevattingen,
ontstaande uit bedenken, redenkavelen en
overleggen: waar door hy dan
tot vaststelling en geloof
van 't een en 't ander komt, schoon hy het
nooit met sijn
ogen gezien of ondervonden heeft: Want zo gelooft
men
dat 'er Oostindien, Turkyen, &c. is, alhoewel men 'er
nooit geweest is, om al de ontwijfelbare bewijzen die daar
van zijn.
Dus stemt men in zaken van religie toe, dat 'er
zulk een Enige, Ewige
en Almagtige God is, als de Schrif-
ture ons leert, en dat 'er, voor ruim zestien en een halve
eeuw,
Enen op aarden is geweest, die genaamt wierd Je-
sus de Christus, die wy voor de ware Messias houden: als
mede, dat de Boeken van 't Oude en Niewe Verbond,
waarachtig en
Goddelijk zijn, om dat 'er voor alle deze
dingen zo veel redenen en
bondige bewijzen zijn, dat een
oprecht en na-de-waarheid-overhellend
gemoed, niet kan
nalaten die by te vallen en aan te nemen.
Maar ten anderen, men geraakt ook aan kennis door
ondervindinge en
ervaring: by voorbeeld, zo weet men
by ondervinding, dat men leeft,
hertstochten, honger,
dorst, pijn, droefheid of blijdschap heeft: En in
't Gods-
dienstige, of wy in wroeging of vrede met onze conscien-
tie staan. Of we, biddende om kracht tegen de zonden,
die
verkrijgen of niet. Of we veel of weinig liefde tot God
hebben. Of ons
de Wille en Eere Gods ter herten gaat of
niet. Met wat smaak en lust wy
sijn heilig Woord lezen.
Hoe zeer wy daar van geraakt worden. Wat
overleggin-
gen en gedachten ons meest by zijn. Of ons de Beloften
Gods, ten
goeden aanmoedigen, en of de dreigementen
ons van 't quade afschrikken.
Of wy zo ver gevordert
zijn, dat wy den Heere onzen God op een
kinderlijke wij-
ze beginnen lief te krijgen. Of de wortel der zonden in
ons
begint te versterven, dan of ze door de eerste of twede
beweging tot
zonden, noch toont dat ze leeft. Of de hoop
en de nabyheid Gods en des
ewigen levens ons nader
komt. Of d'ewigheid ons in onzen geest groot
begint op
te gaan. Of wy de sterke kracht der zonden en des Dui-
vels wel kennen, en gewaar zijn geworden, en daar te-
gen de werkelijke en levendige kracht Gods, die door sijn
Geest
in de Godvrezende sterker bevonden word, als de
gene, die in de waereld
is. Of wy gevoeld hebben en noch
gevoelen, dat de liefde
Gods in onze herten uitgestort is door den
hoiligen Geest.
Of wy alleen, om dat de heilige Schrift getuigt, dat
God goed, wijs en
almachtig is, zulx geloven, dan of wy
het ook by ondervinding, in onze
ziele op een levendige
wijze zijn gewaar geworden. Of wy veel van 't
Evange-
lium houden, alleen om dat 'er zulke heerlijke dingen in
worden voorgesteld, dan of ook de ware deelachtig wor-
ding dier zaken, voor zo veel ze in dit leven konnen geno-
ten worden, ons tot die hoge waardering heeft doen over-
gaan.
In 't kort: of wy alle deze en diergelijke dingen in 't
Woord Gods
lezende, alleen daarom geloven, dan of wy
't ook zo in ons herte
bevinden, gewaar worden, gevoe-
len en smaken, en derhalven mede door ondervindinge,
weten de
dingen die ons van God geschonken zijn.
Waarlijk dit onderscheid is zeer groot! Alleen te re-
denkavelen en daarom te geloven, zonder het ooit bevon-
den te hebben, dat Brood het herte des menschen sterkt,
en dat
Wijn, het zelve verquikt, dan door 't eeten des
Broods, en 't nuttigen
des Wijns het in sich zelven krach-
tig t'ondervinden. 't Is heel wat anders, alleen te horen,
en met
het verstand na te gaan, de sterke en beroerelijke
liefde, die een
Moeder tot 'er Kind heeft, of zelf een Moe-
der te zijn, en die tedere bewegingen der liefde te gevoe-
len. Van de hitte des vuurs te horen, hoe verterende het
is, en
wat smertelijke en doordringende pijn het kan ver-
oorzaken, als men het te na komt, zonder nochtans ooit
vuur
gezien of gevoelt te hebben; 't welk heel wat anders
zou zijn, als het
zo te kennen, gelijk wy alle nu door on-
dervindinge doen.
Dus is het ook gelegen met het geestelijk voedsel der
zielen, het brood
des ewigen levens, Jesus Christus: met
de Wijn des heiligen Geestes:
met by redenering alleen,
of ook by Wedergeboorte en ondervindinge een
Christen
te zijn. De Helle en Hemel te kennen, alleen door lezen,
of daar en boven ook door een helsche en hemelsche stand
enigermate
geproeft te hebben. De Godsdienst te handha-
ven en waar te nemen als een Dienstmaagd het kind van
haar Vrou
doed, of als de Moeder. Het vuur der liefde
Gods te voelen, en in sich
te hebben, of' er alleen van te
spreken.