terug  begin  verderprepost
[p. 4]

[Voorwoord door Gerrit Kamphuis]

De titel van deze bibliografie zou de titel kunnen zijn van een studie, die nog geschreven zal moeten worden. Ongeduldigen hebben beweerd, dat de periode van onderdrukking en verzet, die nu reeds een tiental jaren achter ons ligt, al te gauw en te gaarne werd vergeten, dat het beschamend is een nog steeds ontbreken te moeten constateren van een standaarduitgave der verzetspoëzie, enz.

Zijn deze verwijten billijk? Het zal goed zijn te bedenken, dat zelfs (of moet ik zeggen: juist?) een studie als de bovengenoemde, over een onderwerp dus uit een zo recent verleden, niet in haast te schrijven is. Zowel het verzamelen van materiaal als het ordenen en beschrijven daarvan eisen veel tijd. De snel levende mens van heden mag dan al (en inderdaad niet ten onrechte) bang zijn, dat het nog betrekkelijk kort achter hem liggende en door hem zelf zo intens beleefde verleden al te spoedig in de herinnering terugwijkt, wie de reconstructie van dat verleden beproeft, of zelfs maar van een enkel aspect daarvan, zal al gauw ontdekken, dat eigen vroegere belevenis en activiteit wel van grote waarde is bij de terugblik, maar slechts aangevuld door veel studie kan leiden tot het grotere geheel, dat hij zich voorstelde. Dit nu kost, als gezegd, veel tijd. Men zou hierover met enig recht Vondel kunnen nazeggen: ‘Dees' langzaamheid past grote zaken’.

Het is dan ook geen wonder, dat de Heer Dirk de Jong eerst thans, dertien jaar na de bevrijding, zijn zo uiterst zorgvuldig bewerkte bibliografie der illegale en clandestiene letteren uit de periode 1940-1945 in druk kan doen verschijnen.

Het plan voor de uitgave van dit boek dateert reeds van kort na de bevrijding. Maar de uitwerking, zoals die thans voor ons ligt, verschilt door allerlei oorzaken aanmerkelijk van de oorspronkelijke opzet.

Reeds tijdens de bezetting kwam het voornemen op om, zodra de

[p. 5]

bevrijding een feit zou zijn geworden, een zo volledig mogelijke tentoonstelling te organiseren van wat er aan illegale en clandestiene literatuur in ons land was verschenen. In de eerste helft van april 1945, die periode van honger en hoop, welke in het bijzonder de bewoners der grote steden zo lang zal heugen, besprak Prof. Dr. N.A. Donkersloot, toenmaals voorlopig voorzitter der Federatie van Beroepsverenigingen van Kunstenaars, met mij de mogelijkheden van het realiseren van een dergelijke tentoonstelling. En reeds enkele weken na de bevrijding, op woensdagavond 23 mei, werd in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek de eerste vergadering van het werkcomité ter voorbereiding gehouden. Behalve Prof. Donkersloot (voorzitter) en ondergetekende (secretaris) maakten van dit comité in zijn eerste opzet deel uit mejuffrouw H. Tielrooy (2e secretaresse) en de heren Mr. H. dela Fontaine Verwey en H. van der Bijll (resp. bibliothecaris en conservator van genoemde Universiteitsbibliotheek; de laatste fungeerde als penningmeester van het comité), G. Lubberhuizen (directeur van de uitgeverij ‘De Bezige Bij’), Reinold Kuipers en Jhr. W.J.H.B. Sandberg (directeur van het Stedelijk Museum).

Tijdens deze vergadering reeds werd besloten een gedenkboek van de tentoonstelling te laten verschijnen. Dit zou, behalve een bibliografie van de clandestiene en verzetsliteratuur, ook bijzonderheden bevatten over de tentoonstelling, benevens de teksten der voordrachten en lezingen, die zouden worden gehouden, o.a. door Dr. K. Heeroma, Jac. P. Romijn, Chr. Leeflang en ondergetekende. De tentoonstelling ‘Het Vrije Boek in Onvrije Tijd’ werd op 27 juni door de dichter Martinus Nijhoff geopend in het Stedelijk Museum en duurde tot 12 augustus. Het ‘Feestcomité Amsterdam ter viering van de bevrijding der hoofdstad uit Duitse druk’ zegde bij monde van zijn secretaris, de Heer Ben Groenier, een garantie toe van f 2.000,-. Aangesproken behoefde deze echter niet te worden, want de belangstelling was, ondanks de toen nog uitermate gebrekkige verkeersmiddelen tengevolge waarvan voor velen in den lande Amsterdam bijna onbereikbaar was, boven verwachting groot: in die zes weken werd een bezoek genoteerd van 14.270 personen. De expositie leverde zelfs een klein batig saldo op, dat thans mede de uitgave van dit boek mogelijk maakt.

Hoewel de toen tentoongestelde boeken, prenten en curiosa de

[p. 6]

grootste verzameling op dit gebied vormden, die ooit is bijeengebracht (er werden voordien enkele en nadien vele van dergelijke tentoonstellingen in verschillende plaatsen van ons land georganiseerd), kon zij toch allerminst volledig heten. Blijkens de gids voor deze expositie waren de inrichters zich daarvan ook zeer goed bewust. Zij zegden een uitvoerige bibliografie toe, maar konden niet vermoeden, dat het nog zo lang zou duren, voor deze het licht zou zien.

Thans, nu het zo ver is, heeft het weinig zin het oorspronkelijke plan te handhaven. Omtrent de opzet en indeling der tentoonstelling kan men uitvoerige gegevens vinden in het bovengenoemde gidsje. Van de redevoeringen en lezingen zijn de teksten deels verloren gegaan, deels gepubliceerd in tijdschriften. Alleen van de toen gemaakte foto's der expositie zijn er in dit boek enkele opgenomen. Het belangrijkste deel van het toen ontworpen gedenkboek, de bibliografie, vindt men echter hierna afgedrukt, omvangrijker en vollediger, dan deze in die tijd had kunnen worden samengesteld. Want in het laatste halfjaar van de oorlog en ook nog een tijdlang daarna waren de communicatiemiddelen zo gebrekkig, dat ons land (nog afgezien van het feit, dat in eerstgenoemde periode een gedeelte bezet een gedeelte bevrijd was) wel scheen uiteengevallen in een aantal min of meer zelfstandige gemeenschappen, die van elkaars activiteiten niet of zeer slecht op de hoogte waren.

Door de enthousiaste en onvermoeibare ijver en speurzin van de Heer De Jong is pas in de loop der jaren de fragmentarische kennis, die aanvankelijk op dit terrein bestond, o.a. ook ten opzichte van de anoniemen, pseudoniemen en dateringen, gecompleteerd kunnen worden tot een geheel, dat de onmisbare grondslag vormt voor elke studie, die over het verzet der schrijvers zal worden opgezet. Ook de auteurs van werken over andere aspecten der geschiedenis van deze periode zullen in dit boek veel van hun gading kunnen vinden. Zo draagt dan dit werk het zijne bij om voor het nageslacht de gedachte levend te houden aan een periode, die van zo ingrijpende betekenis is geweest voor het geestesleven van ons volk.

 

Gerrit Kamphuis

prepostterug  begin  verder