terug  begin  verderprepost
[p. 7]

Verantwoording

Sprak men in de eerste oorlogsjaren in het algemeen van illegale literatuur, later kwam men tot de overtuiging dat er onderscheid gemaakt diende te worden - zoals dat ook in de ondertitel van deze bibliografie tot uiting komt - tussen illegale en clandestiene literatuur.

Wanneer men tracht de grenzen te trekken tussen deze beide groepen, dan moet vooropgesteld worden dat zij beiden het ideaal van de vrijheid in het algemeen en die van onze letterkunde in het bijzonder gediend en hoog gehouden hebben.

Illegaal waren het proza en de poëzie die rechtstreeks gericht waren tegen de bezetter en zijn trawanten. Clandestien daarentegen was de ‘normale’ literatuur die geschreven en uitgegeven werd door auteurs en uitgevers, die zich niet wensten te onderwerpen aan de door de bezetter gestelde voorwaarden. De voornaamste daarvan waren: het lidmaatschap van de in 1942 ingestelde kultuurkamer en de vergunning voor het gebruik van papier, waarmede de censuur door een achterdeurtje werd binnengehaald. Een kleine, aparte groep tenslotte vormt het werk van de auteurs van Joodsen bloede en van de Duitse deserteurs.

Er is naar gestreefd een zo volledig mogelijke beschrijving van de tot deze groepen behorende werken te geven. Niet opgenomen werden de clandestiene herdrukken van reeds voor de oorlog verschenen proza en poëzie. Evenmin werden opgenomen de talrijke afzonderlijk-verschenen, meestal getypte of gestencilde, gedichten en liedjes. Zij zullen een plaats vinden in een compleet ‘geuzenliedboek’, tot de samenstelling waarvan Gerrit Kamphuis en ik inmiddels van het Ministerie van onderwijs, kunsten en wetenschappen de opdracht ontvingen. Daarentegen werden wel opgenomen enkele uitgaven die niet tot de bellettrie behoren - maar die ook nergens elders een onderdak zouden kunnen vinden - en die uit-

[p. 8]

gaven, die tijdens de jaren 1944 en 1945 geheel gereed gemaakt werden, maar die pas in de eerste maanden na de bevrijding verschijnen konden.

Met betrekking tot de titelbeschrijvingen zij opgemerkt dat hieraan de volledige tekst van het titelblad ten grondslag ligt. De hieraan toegevoegde aanvullingen, verbeteringen, enz. werden tussen haakjes geplaatst. Daarna volgt de volledige, ongewijzigde tekst van het colofon, indien aanwezig. Alleen de veel voorkomende zinsnede aan het eind: ‘Dit exemplaar is No....’ werd meestal weggelaten. In de daarna volgende aantekeningen vindt men de gegevens, die noch in de titelbeschrijving noch in het colofon een plaats konden vinden.

Tenslotte is het mij een oprechte behoefte mijn dank uit te spreken aan allen die door hun inlichtingen daadwerkelijk medewerkten aan de samenstelling van deze bibliografie.

 

Dirk de Jong

prepostterug  begin  verder