De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog


auteur: L. de Jong


bron: L. de Jong, De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog. Van Loghum Slaterus, Arnhem / J.M. Meulenhoff, Amsterdam 1953  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 191]

Tweede deel
Werkelijkheid

[p. 193]

Hoofdstuk IX
Polen

Het duitse aanvalsplan - In de maanden die verliepen tussen de Overeenkomst van München (29 September 1938) en de bezetting van Praag (15 Maart 1939), werd Polen van Duitse zijde onder sterke politieke druk geplaatst. Het werd Warschau duidelijk gemaakt dat Duitsland wijzigingen wilde brengen in de status van Danzig en een ‘oplossing’ wenste voor het probleem van de Poolse Corridor. Of Hitler er innerlijk van overtuigd was dat de Poolse regering zou toegeven dan wel aannam dat zij onder alle omstandigheden het been stijf zou houden, is niet bekend. Hij hield vermoedelijk met de laatste mogelijkheid van meet af aan rekening en kwam in elk geval in de tweede helft van Maart, toen Polen dat zich steeds sterker bedreigd voelde, gedeeltelijk mobiliseerde en een garantie van Engeland verwierf, tot de conclusie dat de voorbereiding van een beslissend militair offensief bespoedigd moest worden. De eerste schetsen voor de aanval op Polen - code-aanduiding: Fall Weiss - lagen toen reeds gereed. Op 3 April 1939 echter, bracht generaal Keitel, chef van het Oberkommando der Wehrmacht, aan de opperbevelhebbers van leger, vloot en luchtmacht (von Brauchitsch, Raeder, Goering) Hitlers wens over dat de plannen in een dusdanig tempo uitgewerkt moesten worden dat de uitvoering van 1 September 1939 af ten allen tijde mogelijk zou zijn1.

Wat het leger betrof, geschiedde deze uitvoering onder de verantwoordelijkheid van von Brauchitsch door de chef van de generale staf, Halder. Von Brauchitsch en Halder dachten bij uitstek in strikt-militaire begrippen. Duitslands superioriteit kennend, wilden zij het Poolse leger door middel van een dubbele omsingelingsoperatie vernietigen, waarbij de Duitse legers niet in het centrum maar aan de flanken diep in Polen zouden doorstoten. (Zie hiervoor en voor de ligging van de in dit

[p. 194]

hoofdstuk genoemde plaatsen de kaart op p. 53). Het was aanvankelijk onzeker of de uitvoering van dat plan door de opstelling van de Poolse divisies bevorderd zou worden. Nog op 14 en 28 Juni 1939 noteerden de Duitse militairen die met de uitwerking der offensieven bezig waren, dat zij geen betrouwbare inlichtingen bezaten omtrent de Poolse mobilisatie- en operatie-plannen.1 Later werd van Duitse zijde aangenomen dat de Poolse troepen in Westelijk Polen geconcentreerd zouden worden voor een offensief in de richting van Berlijn.2

Uit geen van de bekendgeworden Duitse stukken3 blijkt dat de Duitse generaals in het algemeen uit Rijks- of Volksduitsers bestaande militaire of semi-militaire formaties van aanzienlijke omvang bij hun operaties ingeschakeld hebben. Daaruit mag evenwel niet geconcludeerd worden dat de Rijks- en Volksduitsers overal passief zijn gebleven.

 

de rijksduitsers - Van de Rijksduitsers is weinig bekend. In 1938 telden zij in Polen ongeveer 13.000.4 De meesten woonden in Polens Westelijke provincies die Duitsland bij de Vrede van Versailles had moeten afstaan, en in Galicië. Van hen waren in 1938 1800 lid van de Landesgruppe van de Auslands-Organisation der NSDAP. Bij de nevenorganisaties van de Landesgruppe die men voor arbeiders en employé's en voor vrouwen in het leven had geroepen, waren nogmaals 1200 personen aangesloten5. In totaal waren er dus in 1938 3000 georganiseerde Nazi's. De Duitse ambassade te Warschau probeerde met zoveel mogelijk Rijksduitsers in contact te blijven en had daartoe in 1939 in overleg met de Landesgruppenleiter een geheim net van vertrouwenslieden opgebouwd die elk de zorg voor een aantal Rijksduitsers op zich genomen hadden. De bedoeling was, hen in geval van oorlog of oorlogsdreiging te beschermen. Vermoedend dat dit niet geheel zou lukken, werd de Rijksduitse mannen in de zomer van '39 aangeraden hun vrouwen en kinderen naar Duitsland te zenden. In de laatste week van Augustus zou de ambassade ook de mannen die geen werk hadden ‘of van wie men moet aannemen dat zij in bijzondere mate gevaar lopen’, de raad geven naar Duitsland terug te gaan. Wie bleef, moest zelf trachten zich te beschermen tegen de onvermijdelijk geachte vervolgingen. Partijfunctionarissen en journalisten

[p. 195]

moesten pogen een toevlucht te vinden bij bevriende burgers van neutrale staten.

In de grensprovincies waar de meeste Volksduitsers woonden, lag de zaak iets anders. Daar zouden de Rijksduitsers, aldus het stuk dat wij hier volgen1, ‘betrokken worden bij de maatregelen die daar ter bescherming der Volksduitsers voorbereid zijn.’

Op 24 Augustus gaf het hoofd van de Auslands-Organisation, Bohle, telegrafisch last dat het kader van de Landesgruppe op post moest blijven.2 Diezelfde dag kregen de Rijksduitsers in Polen in het algemeen van Berlijn de raad, het land te verlaten.3 Hoeveel personen die raad opgevolgd hebben, is niet bekend, zodat wij ook niet weten hoeveel Rijksduitsers zich nog op het moment van de Duitse aanval in Polen bevonden. Het zijn er vermoedelijk aanzienlijk minder geweest dan de bovengenoemde 13.000.

Bewijzen dat deze Rijksduitsers of dat de nationaal-socialisten onder hen de Duitse militaire operaties bevorderd hebben, zijn niet voorhanden. Wij maken daarbij een uitzondering voor die gebieden waar de Rijksduitsers bij ‘de maatregelen ter bescherming der Volksduitsers’ betrokken waren.

 

de volksduitsers - Hoeveel Volksduitsers in totaal in Polen woonden, staat niet met zekerheid vast. De schattingen lopen sterk uiteen. In het algemeen zeiden de Polen: ongeveer driekwart-, de Duitsers: ruim één millioen. In de Inleiding bij het eerste deel zagen wij reeds dat zij van Poolse zijde aan een steeds toenemende druk onderhevig waren. Daarmee hing samen dat onder de Volksduitsers de voorstanders van aggressief optreden na 1933 aan invloed wonnen. Naast feitelijk nationaal-socialistische, bestonden er bij de Volksduitsers echter ook liberale, katholieke en socialistische groeperingen. Zij voerden onderling veel strijd, hetgeen de partij-instanties in Berlijn een doom in het oog was. In 1938 stelde een Berlijns partijbureau, de Volksdeutsche Mittelstelle, het plan op, alle Volksduitse organisaties in Polen in één organisatie te verenigen waarvan Berlijn de Führer zou aanwijzen. Het Auswärtige Amt vreesde dat de Poolse regering deze ‘spontane’ éénwording der Volksduitse organisaties zou doorzien; het voorstel werd niettemin eind Mei door bemiddeling van de Duitse consuls aan de leiders der voornaamste organisaties doorgegeven. Die hadden tegen de voorgestelde Führer bezwaar.4 Het overkoepelend verbond, de Bund der Deutschen in Polen,

[p. 196]

werd niettemin in Augustus 1938 opgericht. Dat zijn leiding nauw met de Volksdeutsche Mittelstelle samenwerkte, is alleszins waarschijnlijk; nadere gegevens zijn echter nog niet gepubliceerd. De liberale, katholieke en socialistische groeperingen hebben wellicht een deel van hun kader weten vast te houden; ook daaromtrent hebben wij echter geen zekerheid kunnen krijgen.

Bewijzen dat enige Volksduitse organisatie van politieke of economische aard zich als zodanig opgemaakt heeft steun te verlenen aan Duitse militaire operaties, zijn niet voorhanden. Uit verspreide gegevens krijgt men de indruk dat Rijksduitse instellingen die een oorlog met Polen voor onvermijdelijk hielden, ten dele rechtstreeks, ten dele via de verbindingen van sommige dier organisaties gebruik maakten van de wil die vooral bij een deel van de Volksduitse jeugd aanwezig was, bij te dragen tot de ‘bevrijding’ van gebieden die tot 1918 Duits waren geweest. Sommige der voorbereide maatregelen droegen een defensief karakter: afweer, desnoods gewapenderhand, van de aanvallen waaraan de Volksduitsers in geval van conflict bloot zouden staan. Daarvoor zijn misschien op vele plaatsen geheime organisaties in het leven geroepen die wellicht ook, vooral dicht bij de grens, met uit Duitsland gesmokkelde wapens uitgerust werden; wellicht waren sinds de gevechten van 1918-1919 wapens verborgen gehouden. Met zekerheid is hieromtrent niets bekend. Eén Duits auteur vermeldt de spontane vorming van een Duitse Selbstschutz door oudere Volksduitsers in een dorp in de Poolse Corridor ten Zuiden van Danzig.1

Er werden echter ook voorbereidingen getroffen die bepaald geen defensief karakter droegen.

 

het werk van de abwehr - De bij een deel der Volksduitsers aanwezige bereidheid tot het verlenen van hulp aan Duitsland maakte het de Abwehr - de organisatie van de Duitse weermacht die de spionnage, de contra-spionnage en de commando-operaties voor haar rekening nam - gemakkelijk, het offensief tegen Polen op tal van wijzen te ondersteunen. Onder de jonge Volksduitsers die in geval van oorlog gemobiliseerd zouden worden, was zowel door de Abwehr als door instellingen van de NSDAP het parool verspreid, zich niet voor mobilisatie te melden; kon men daaraan niet ontkomen, dan moest men niet op Duitse troepen schieten doch bij de eerste de beste gelegenheid naar hen overlopen.2 Dat is in een aantal gevallen geschied.3 Andere Volksduitsers hadden

[p. 197]

opdracht, in het leger défaitistische propaganda te voeren; overeenkomstige opdrachten waren aan Oekraïners verstrekt - ook al vertegenwoordigers van een door Polen onderdrukte minderheid.1

Weer andere Volksduitsers en Oekraïners hadden in Duitsland een opleiding ontvangen om hen geschikt te maken voor sabotagewerk en het voeren van de guerrilla. Er zijn wellicht verschillende soorten cursussen geweest. Eén opleidingskamp bevond zich in het Dachsteingebergte ten Zuidoosten van Salzburg; zogenaamd vond daar een sportopleiding plaats van boeren uit de bergstreken, in werkelijkheid werden er vanaf 1 Augustus 1939 ongeveer 250 Oekraïners2 geschoold in ‘het zelfstandig uitvoeren van kleine, op list en verrassing gebaseerde acties door stoottroepen’3.

Deze en dergelijke aanvalsdetachementen hadden opdracht, straatversperringen op te ruimen ten behoeve van de naderende Duitsers, te verhinderen dat de Polen bruggen en straatwegen zouden vernielen, guerrilla te voeren en de Poolse verbindingen te verbreken. Sommige leden der detachementen zouden in burgerkleding opereren; zij hadden in dat geval een rode doek met grote gele cirkel in het midden, een lichtblauwe armband met geel centrum of een armband met het hakenkruis als onderscheidingsteken. Hun wachtwoord was ‘echo’. Andere leden zouden optreden in beige overall met gele tekens op kraag en mouw of als parachutist in een groenachtig-grijze overall, eveneens met gele tekens. Bepaalde parachutisten zouden in burgerkleding afgeworpen worden.4

Welke omvang de operaties dier agenten aangenomen hebben, is niet te zeggen. Van Duitse zijde wordt beweerd dat door het snelle oprukken van de Duitse divisies veel sabotage- en guerrilla-opdrachten niet uitgevoerd zijn.5

Dat bepaalde opdrachten wel uitgevoerd werden, is een felt.

 

opper-silezië - Het Oberkommando der Wehrmacht was er in het bij-

[p. 198]

zonder in geinteresseerd, te verhinderen dat de Polen in het belangrijke industriegebied van Oostelijk Opper-Silezië de gelegenheid kregen, vernielingen uit te voeren.1 Daartoe werd de grote electrische centrale in Chorzow tijdig onklaar gemaakt zodat de electrische ontstekingen van de dynamietladingen die de Polen aangebracht hadden, niet langer functionneerden.2 Voorts had het Abwehr-bureau in Breslau een detachement van drie- tot vijfhonderd Sudetenduitse nationaal-socialisten gevormd en opgeleid die in de nacht voor het Duitse offensief begon, in burgerkleding over de grens glipten teneinde in samenwerking met nationaal-socialistische Volksduitsers de belangrijkste fabrieken en mijnen te bezetten. De Volksduitsers wezen daarbij de weg.3 Hierbij zij nog vermeld dat een overeenkomstige, eveneens enkele honderden personen tellende Kampf- und Sabotage-Organisation van Oekraïners in Slowakije gereed stond, gerecruteerd uit kringen van de door Overste Melnyk geleide Organisatie van Oekraïnse Nationalisten, OUN4; zij werd niet ingezet teneinde de Sowjet-Unie niet te prikkelen.5 Admiraal Canaris, hoofd van de Abwehr, ontving op 12 September instructie, in het Oekraïnse deel van Polen een volksopstand te ontketenen, ‘gericht op de vernietiging van de Joden en de Polen’6. Of die instructie uitgevoerd is, is niet bekend. Er hebben zich tijdens de Poolse veldtocht in Zuidoost-Polen waar de Oekraïners woonden, wel ongeregeldheden voorgedaan. Dat Duitse agenten daarmee te maken hadden, staat niet vast.

 

weichselbruggen - Aan plannen tot de verovering-bij-verrassing van twee voorname bruggen in de Poolse Corridor was door Hitler persoonlijk grote aandacht besteed. Het betrof hier de spoorwegbruggen van Dirschau, ongeveer 20 km. ten Zuiden van Danzig aan de Weichsel gelegen, en van Graudenz, 60 km. verder Zuidwaarts. Voor het vormen van een snelle verbinding met Oost-Pruisen van waaruit Duitse legers tot achter Warschau moesten oprukken, waren beide bruggen van vitale betekenis. Het plan was, met parachutisten en als spoorwegpersoneel verklede militairen de Poolse bezetting te overrompelen. Uiteindelijk werd de aanval op Graudenz niet uitgevoerd - de kansen op succes werden te gering geacht7 - die op Dirschau ging door, en wel met inschakeling van twaalf ter plaatse goed bekende SS-ers en een compagnie geniesoldaten die in burgerkleding op een goederentrein die door een pantser-

[p. 199]

trein gevolgd werd, de spoorbrug zouden naderen terzelfdertijd dat het Poolse bewakingsdetachement gebombardeerd werd. De overval mislukte echter en de Polen konden de brug tijdig opblazen.

 

danzig - In de Vrijstaat Danzig werden de Poolse ambtenaren en troepen in de vroege ochtend van 1 September 1939 overvallen door leden van de Brigade Eberhardt, aldus genoemd naar de commanderende generaal, die in het geheim gevormd was uit leden van de SA, de SS en de plaatselijke politie.1

 

spontane volksduitse hulp - Het is waarschijnlijk dat naast al deze van te voren door de Abwehr en andere Duitse instellingen georganiseerde operaties op verschillende plaatsen aan de oprukkende Duitse divisies door Volksduitsers spontane hulp geboden is. Het blad Flieger, Funker, Flak, van de Luftwaffe schreef kort na het einde van de veldtocht dat de Volksduitse mannen ‘de beste kameraden van onze soldaten’ geworden waren:

‘Zij hebben geholpen op de wegen de boomversperringen en stenen hindernissen op te ruimen. Zij hebben geweten en gespionneerd waar de Polen valstrikken gelegd hadden. Zij hebben bomen geveld om te helpen bij het vervangen van vernielde bruggen, tot grote vreugde van onze genietroepen. Zij zijn door de aanplant en door het struikgewas gekropen om samen met de soldaten, zo goed zij maar konden, de bossen te zuiveren van Poolse struikrovers.’2
In Pless (Oostelijk Opper-Silezië) werd op de tweede dag van het Duitse offensief een Duitse tank door Volksduitsers gerepareerd.3 Daar trad ook een Volksduitser als gids op waartoe hij plaats had genomen in de auto van de regiments-commandeur.4 Bij Lemberg wees op 12 September een Oostenrijker de Duitsers de weg.5 Het is alleszins waarschijnlijk dat deze en dergelijke vormen van assistentie zich veel meer voorgedaan hebben. Waar de Duitse troepen verschenen, werden zij door de Volksduitsers hartelijk begroet en veelal met feestmaaltijden verwelkomd.6

 

spionnage - Omtrent de door Rijks- en Volksduitsers uitgevoerde spionnage is van Poolse zijde bekend geworden dat het aantal processen wegens spionnage dat van 1935 tot 1938 300 per jaar bedragen had, in de zes maanden van Maart tot Augustus 1939 verdubbeld werd.7 Men mag gevoegelijk aannemen dat er in dat laatste halve jaar, voor het sein tot

[p. 200]

de aanval gegeven werd, met ijver gespionneerd is. Al in October 1938 was aan een ambtenaar van het Auswärtige Amt gebleken dat op de Volksduitsers regelmatig een beroep gedaan werd om militaire spionnage te bedrijven; hij achtte het vooral gevaarlijk dat men daarbij personen betrok die in het Duitse verenigingsleven een leidende rol speelden. De Abwehr beloofde beterschap en deed de toezegging dat men voortaan zo weinig mogelijk Volksduitsers zou inschakelen; ‘het zou echter niet mogelijk zijn’, werd verklaard, ‘geheel afstand te doen van hun medewerking.’1

Het verdient vermelding dat na het begin van het offensief de Duitse militaire attaché in Warschau die met het overige personeel der ambassade het land verliet, op 3 September per telefoon van uit het Litause Kowno alles aan Berlijn kon berichten wat zijn geschoolde blik tijdens de treinrit van dertig uren gezien had.2

 

provocaties door de sicherheitsdienst - Ook andere acties zijn voor het uitbreken van de oorlog uitgevoerd. Zo zond de Duitse Sicherheitsdienst agenten naar Polen, die tot taak hadden, misdrijven te plegen die men de Polen in de schoenen kon schuiven en die zowel bij de Volksduitse minderheid als in Duitsland verontwaardiging en verbittering zouden wekken. De plannen voor het bedrijven van dergelijke provocaties die de Sicherheitsdienst zorgvuldig uitgewerkt had, waren van aanzienlijke omvang. Zij hadden betrekking op meer dan 200 verschillende acties die vermoedelijk in de maand Augustus 1939, bij voorkeur in de tweede helft, uitgevoerd moesten worden door minstens een twaalftal Kommandos (kleine, uit slechts enkele personen bestaande groepjes), waarbij ook in Polen woonachtige Duitsers ingeschakeld waren.3 Boerderijen en schuren van Volksduitse boeren moesten in brand gestoken worden, Volksduitse verenigings- en coöperatiegebouwen opgeblazen. In Danzig zou men o.a. schijnaanslagen plegen op de Duitse radiozender en het hoofdpostkantoor. Daar en in enkele steden in Oost-Opper-Silezië waar grote spanning heerste, zouden de Kommandos van de Sicherheitsdienst Duitse gedenktekenen opblazen. Ook drukkerijen en fabrieken, aan Volksduitsers toebehorend, zouden vernietigd worden, o.a. in Bielitz het bureau van de Jungdeutsche Partei; daarvan verwachtten de organisatoren van de aanslag ‘grosse moralische Wirkung’.4 In Bromberg moesten twee particuliere gymnasia en de Deutsche Bühne, toch maar een

[p. 201]

oud en lelijk gebouw, in vlammen opgaan. Weer elders, bij Hohensalza, kon de Sicherheitsdienst zorg dragen voor het verontreinigen van uit de eerste wereldoorlog daterende Duitse soldatengraven en het vernielen van de kransen die er neergelegd waren.1

In hoeverre deze provocaties uitgevoerd zijn, staat niet vast, doch men kan zich nauwelijks indenken dat de Sicherheitsdienst het bij papieren plannen gelaten heeft. Het was aan de leiding van de Abwehr bekend dat het een aantal provocateurs van de Sicherheitsdienst gelukt was Polen binnen te dringen ter uitvoering van verstrekte opdrachten2 en uit een uit Augustus 1940 daterend overzicht blijkt bovendien dat de Sicherheitsdienst met ‘bijzondere detachementen (Einsatzkräfte) voor het uitvoeren van illegale acties’ betrokken geweest was bij de ‘voorbereiding van de oorlog tegen Polen.’3

 

andere intriges - Waarschijnlijk is voorts, dat de z.g. Volksdeutsche Mittelstelle een actievere rol gespeeld heeft dan uit het voorgaande gebleken is en dat vermoedelijk ook organisaties der NSDAP als de Hitler-Jugend geheime betrekkingen met vertegenwoordigers der Volksduitsers onderhouden hebben. Hieromtrent kan echter niets met stelligheid beweerd worden. De archieven zijn vernietigd, de getuigen hebben gezwegen.

 

omvang der acties - Tenslotte bestaat evenmin zekerheid, hoeveel Rijks-en Volksduitsers in totaal bij de op touw gezette geheime operaties betrokken zijn geweest. Het waren er minstens vele honderden, wellicht enkele duizenden. Inschakeling van een belangrijk groter aantal personen zou de geheimhouding, waarop Hitler en de Duitse militaire leiders in het algemeen hoge prijs stelden, in gevaar gebracht hebben. Het lijkt waarschijnlijk dat de grote meerderheid der Volksduitsers tot aan de komst der Duitse troepen een passieve rol gespeeld heeft.

 

٭

 

onbevestigde berichten - Veel door de Polen waargenomen Vijfde-Colonne-verschijnselen, die wij in hoofdstuk I geschetst hebben, stemmen overeen met de geheime operaties die, naar thans uit Duitse bronnen gebleken is, inderdaad op touw gezet en uitgevoerd zijn.

De Poolse bronnen maakten echter ook melding van andere operaties, zoals:

[p. 202]

De Volksduitsers brachten op hun dak figuren aan, verfden hun schoorstenen in bepaalde kleuren, zetten hun stromijten op een vreemde wijze neer, maaiden hun gras ‘volgens plan’ en stampten of ploegden figuren in de grond - dat alles teneinde afgesproken signalen te geven aan de Duitse weermacht, in het bijzonder aan de Luftwaffe;

de Volksduitsers wezen de Luftwaffe de weg door het licht in hun huizen te laten branden, het door de schoorstenen omhoog te laten stralen, lucifers af te strijken, of tekens te geven met rook, met spiegeltjes of met witte stof;

de Volksduitsers maakten zich als agent aan elkaar kenbaar door middel van bepaalde knopen, pullovers of halsdoeken;

de Volksduitsers bedreven spionnage, vermomd als priesters en monniken;

de Volksduitsers stonden met de Duitse troepen in contact door middel van talrijke geheime zenders, sommige in holle bomen of graven verborgen, andere zo klein dat ze in een doosje, niet veel groter dan een lucifersdoosje, pasten. -

Bewijzen, dat deze, door de Polen gerapporteerde waarnemingen herleid moeten worden tot acties van Volksduitsers die met de Duitse militaire operaties in enig verband stonden, zijn niet voorhanden. Men zal ze ook vergeefs zoeken in de uitgave The German Fifth Column in Poland, waaruit wij veel dergelijke waarnemingen aanhaalden. Over de waarde dier uitgave als historische bron kan men twisten. Er werden minstens 500 verklaringen voor verzameld1, waarvan echter slechts 109, de meeste fragmentarisch, afgedrukt werden. Bedoelde verklaringen zien er in zoverre betrouwbaar uit, dat wij niet de indruk hebben dat de getuigen die er in aan het woord komen, niet inderdaad weergeven wat zij met eigen ogen gezien of met eigen oren gehoord hebben. Dat desniettemin voor vele der gerapporteerde waarnemingen ieder aantoonbaar verband met de Duitse militaire operaties ontbreekt, is een opmerkelijk feit dat wij hier voor het eerst tegenkomen.