|
|
|
| |
| | | |
Tweede deel Werkelijkheid
| | | |
Hoofdstuk IX Polen
Het duitse aanvalsplan - In de maanden die verliepen tussen de
Overeenkomst van München (29 September 1938) en de bezetting van Praag (15 Maart
1939), werd Polen van Duitse zijde onder sterke politieke druk geplaatst. Het
werd Warschau duidelijk gemaakt dat Duitsland wijzigingen wilde brengen in de
status van Danzig en een ‘oplossing’ wenste voor het probleem van de Poolse
Corridor. Of Hitler er innerlijk van overtuigd was dat de Poolse regering zou
toegeven dan wel aannam dat zij onder alle omstandigheden het been stijf zou
houden, is niet bekend. Hij hield vermoedelijk met de laatste mogelijkheid van
meet af aan rekening en kwam in elk geval in de tweede helft van Maart, toen
Polen dat zich steeds sterker bedreigd voelde, gedeeltelijk mobiliseerde en een
garantie van Engeland verwierf, tot de conclusie dat de voorbereiding van een
beslissend militair offensief bespoedigd moest worden. De eerste schetsen voor
de aanval op Polen - code-aanduiding: Fall Weiss - lagen toen
reeds gereed. Op 3 April 1939 echter, bracht generaal Keitel, chef van het Oberkommando der Wehrmacht, aan de opperbevelhebbers van
leger, vloot en luchtmacht (von Brauchitsch, Raeder, Goering) Hitlers wens over
dat de plannen in een dusdanig tempo uitgewerkt moesten worden dat de uitvoering
van 1 September 1939 af ten allen tijde mogelijk zou zijn1.
Wat het leger betrof, geschiedde deze uitvoering onder de verantwoordelijkheid
van von Brauchitsch door de chef van de generale staf, Halder. Von Brauchitsch
en Halder dachten bij uitstek in strikt-militaire begrippen. Duitslands
superioriteit kennend, wilden zij het Poolse leger door middel van een dubbele
omsingelingsoperatie vernietigen, waarbij de Duitse legers niet in het centrum
maar aan de flanken diep in Polen zouden doorstoten. (Zie hiervoor en voor de
ligging van de in dit | | | | hoofdstuk genoemde plaatsen de kaart op p.
53). Het was aanvankelijk onzeker of de uitvoering van dat plan door de
opstelling van de Poolse divisies bevorderd zou worden. Nog op 14 en 28 Juni
1939 noteerden de Duitse militairen die met de uitwerking der offensieven bezig
waren, dat zij geen betrouwbare inlichtingen bezaten omtrent de Poolse
mobilisatie- en operatie-plannen.1 Later werd van
Duitse zijde aangenomen dat de Poolse troepen in Westelijk Polen geconcentreerd
zouden worden voor een offensief in de richting van Berlijn.2
Uit geen van de bekendgeworden Duitse stukken3 blijkt dat de Duitse generaals in
het algemeen uit Rijks- of Volksduitsers bestaande militaire of semi-militaire
formaties van aanzienlijke omvang bij hun operaties ingeschakeld hebben. Daaruit
mag evenwel niet geconcludeerd worden dat de Rijks- en Volksduitsers overal
passief zijn gebleven.
de rijksduitsers - Van de Rijksduitsers is weinig bekend. In
1938 telden zij in Polen ongeveer 13.000.4 De meesten woonden in Polens Westelijke provincies die
Duitsland bij de Vrede van Versailles had moeten afstaan, en in Galicië. Van hen
waren in 1938 1800 lid van de Landesgruppe van de Auslands-Organisation der NSDAP. Bij de nevenorganisaties van de Landesgruppe die men voor arbeiders en employé's en voor
vrouwen in het leven had geroepen, waren nogmaals 1200 personen aangesloten5. In totaal waren
er dus in 1938 3000 georganiseerde Nazi's. De Duitse ambassade te Warschau
probeerde met zoveel mogelijk Rijksduitsers in contact te blijven en had daartoe
in 1939 in overleg met de Landesgruppenleiter een geheim net
van vertrouwenslieden opgebouwd die elk de zorg voor een aantal Rijksduitsers op
zich genomen hadden. De bedoeling was, hen in geval van oorlog of
oorlogsdreiging te beschermen. Vermoedend dat dit niet geheel zou lukken, werd
de Rijksduitse mannen in de zomer van '39 aangeraden hun vrouwen en kinderen
naar Duitsland te zenden. In de laatste week van Augustus zou de ambassade ook
de mannen die geen werk hadden ‘of van wie men moet aannemen dat zij in
bijzondere mate gevaar lopen’, de raad geven naar Duitsland terug te gaan. Wie
bleef, moest zelf trachten zich te beschermen tegen de onvermijdelijk geachte
vervolgingen. Partijfunctionarissen en journalisten | | | | moesten pogen
een toevlucht te vinden bij bevriende burgers van neutrale staten.
In de grensprovincies waar de meeste Volksduitsers woonden, lag de zaak iets
anders. Daar zouden de Rijksduitsers, aldus het stuk dat wij hier volgen1, ‘betrokken worden bij de maatregelen die daar ter
bescherming der Volksduitsers voorbereid zijn.’
Op 24 Augustus gaf het hoofd van de Auslands-Organisation,
Bohle, telegrafisch last dat het kader van de Landesgruppe op
post moest blijven.2 Diezelfde dag kregen
de Rijksduitsers in Polen in het algemeen van Berlijn de raad, het land te
verlaten.3 Hoeveel personen die
raad opgevolgd hebben, is niet bekend, zodat wij ook niet weten hoeveel
Rijksduitsers zich nog op het moment van de Duitse aanval in Polen bevonden. Het
zijn er vermoedelijk aanzienlijk minder geweest dan de bovengenoemde 13.000.
Bewijzen dat deze Rijksduitsers of dat de nationaal-socialisten onder hen de
Duitse militaire operaties bevorderd hebben, zijn niet voorhanden. Wij maken
daarbij een uitzondering voor die gebieden waar de Rijksduitsers bij ‘de
maatregelen ter bescherming der Volksduitsers’ betrokken waren.
de volksduitsers - Hoeveel Volksduitsers in totaal in Polen
woonden, staat niet met zekerheid vast. De schattingen lopen sterk uiteen. In
het algemeen zeiden de Polen: ongeveer driekwart-, de Duitsers: ruim één
millioen. In de Inleiding bij het eerste deel zagen wij reeds dat zij van Poolse
zijde aan een steeds toenemende druk onderhevig waren. Daarmee hing samen dat
onder de Volksduitsers de voorstanders van aggressief optreden na 1933 aan
invloed wonnen. Naast feitelijk nationaal-socialistische, bestonden er bij de
Volksduitsers echter ook liberale, katholieke en socialistische groeperingen.
Zij voerden onderling veel strijd, hetgeen de partij-instanties in Berlijn een
doom in het oog was. In 1938 stelde een Berlijns partijbureau, de Volksdeutsche Mittelstelle, het plan op, alle Volksduitse organisaties
in Polen in één organisatie te verenigen waarvan Berlijn de Führer zou aanwijzen. Het Auswärtige Amt vreesde dat de
Poolse regering deze ‘spontane’ éénwording der Volksduitse organisaties zou
doorzien; het voorstel werd niettemin eind Mei door bemiddeling van de Duitse
consuls aan de leiders der voornaamste organisaties doorgegeven. Die hadden
tegen de voorgestelde Führer bezwaar.4 Het overkoepelend verbond, de Bund der Deutschen in Polen, | | | | werd niettemin in
Augustus 1938 opgericht. Dat zijn leiding nauw met de Volksdeutsche
Mittelstelle samenwerkte, is alleszins waarschijnlijk; nadere gegevens
zijn echter nog niet gepubliceerd. De liberale, katholieke en socialistische
groeperingen hebben wellicht een deel van hun kader weten vast te houden; ook
daaromtrent hebben wij echter geen zekerheid kunnen krijgen.
Bewijzen dat enige Volksduitse organisatie van politieke of economische aard zich
als zodanig opgemaakt heeft steun te verlenen aan Duitse militaire operaties,
zijn niet voorhanden. Uit verspreide gegevens krijgt men de indruk dat
Rijksduitse instellingen die een oorlog met Polen voor onvermijdelijk hielden,
ten dele rechtstreeks, ten dele via de verbindingen van sommige dier
organisaties gebruik maakten van de wil die vooral bij een deel van de
Volksduitse jeugd aanwezig was, bij te dragen tot de ‘bevrijding’ van gebieden
die tot 1918 Duits waren geweest. Sommige der voorbereide maatregelen droegen
een defensief karakter: afweer, desnoods gewapenderhand, van de aanvallen
waaraan de Volksduitsers in geval van conflict bloot zouden staan. Daarvoor zijn
misschien op vele plaatsen geheime organisaties in het leven geroepen die
wellicht ook, vooral dicht bij de grens, met uit Duitsland gesmokkelde wapens
uitgerust werden; wellicht waren sinds de gevechten van 1918-1919 wapens
verborgen gehouden. Met zekerheid is hieromtrent niets bekend. Eén Duits auteur
vermeldt de spontane vorming van een Duitse Selbstschutz door
oudere Volksduitsers in een dorp in de Poolse Corridor ten Zuiden van
Danzig.1
Er werden echter ook voorbereidingen getroffen die bepaald geen defensief
karakter droegen.
het werk van de abwehr - De bij een deel der Volksduitsers
aanwezige bereidheid tot het verlenen van hulp aan Duitsland maakte het de Abwehr - de organisatie van de Duitse weermacht die de
spionnage, de contra-spionnage en de commando-operaties voor haar rekening nam -
gemakkelijk, het offensief tegen Polen op tal van wijzen te ondersteunen. Onder
de jonge Volksduitsers die in geval van oorlog gemobiliseerd zouden worden, was
zowel door de Abwehr als door instellingen van de NSDAP het
parool verspreid, zich niet voor mobilisatie te melden; kon men daaraan niet
ontkomen, dan moest men niet op Duitse troepen schieten doch bij de eerste de
beste gelegenheid naar hen overlopen.2 Dat is in een aantal gevallen geschied.3 Andere Volksduitsers hadden | | | | opdracht, in het leger défaitistische propaganda te voeren;
overeenkomstige opdrachten waren aan Oekraïners verstrekt - ook al
vertegenwoordigers van een door Polen onderdrukte minderheid.1
Weer andere Volksduitsers en Oekraïners hadden in Duitsland een opleiding
ontvangen om hen geschikt te maken voor sabotagewerk en het voeren van de
guerrilla. Er zijn wellicht verschillende soorten cursussen geweest. Eén
opleidingskamp bevond zich in het Dachsteingebergte ten Zuidoosten van Salzburg;
zogenaamd vond daar een sportopleiding plaats van boeren uit de bergstreken, in
werkelijkheid werden er vanaf 1 Augustus 1939 ongeveer 250 Oekraïners2 geschoold in ‘het zelfstandig uitvoeren van kleine, op list en
verrassing gebaseerde acties door stoottroepen’3.
Deze en dergelijke aanvalsdetachementen hadden opdracht, straatversperringen op
te ruimen ten behoeve van de naderende Duitsers, te verhinderen dat de Polen
bruggen en straatwegen zouden vernielen, guerrilla te voeren en de Poolse
verbindingen te verbreken. Sommige leden der detachementen zouden in
burgerkleding opereren; zij hadden in dat geval een rode doek met grote gele
cirkel in het midden, een lichtblauwe armband met geel centrum of een armband
met het hakenkruis als onderscheidingsteken. Hun wachtwoord was ‘echo’. Andere
leden zouden optreden in beige overall met gele tekens op kraag en mouw of als
parachutist in een groenachtig-grijze overall, eveneens met gele tekens.
Bepaalde parachutisten zouden in burgerkleding afgeworpen worden.4
Welke omvang de operaties dier agenten aangenomen hebben, is niet te zeggen. Van
Duitse zijde wordt beweerd dat door het snelle oprukken van de Duitse divisies
veel sabotage- en guerrilla-opdrachten niet uitgevoerd
zijn.5
Dat bepaalde opdrachten wel uitgevoerd werden, is een felt.
opper-silezië - Het Oberkommando der
Wehrmacht was er in het bij- | | | | zonder in geinteresseerd, te
verhinderen dat de Polen in het belangrijke industriegebied van Oostelijk
Opper-Silezië de gelegenheid kregen, vernielingen uit te voeren.1
Daartoe werd de grote electrische centrale in Chorzow tijdig onklaar gemaakt
zodat de electrische ontstekingen van de dynamietladingen die de Polen
aangebracht hadden, niet langer functionneerden.2 Voorts had het Abwehr-bureau in Breslau een detachement van drie- tot vijfhonderd
Sudetenduitse nationaal-socialisten gevormd en opgeleid die in de nacht voor het
Duitse offensief begon, in burgerkleding over de grens glipten teneinde in
samenwerking met nationaal-socialistische Volksduitsers de belangrijkste
fabrieken en mijnen te bezetten. De Volksduitsers wezen daarbij de weg.3 Hierbij zij nog
vermeld dat een overeenkomstige, eveneens enkele honderden personen tellende Kampf- und Sabotage-Organisation van Oekraïners in Slowakije
gereed stond, gerecruteerd uit kringen van de door Overste Melnyk geleide
Organisatie van Oekraïnse Nationalisten, OUN4; zij werd niet ingezet teneinde de Sowjet-Unie niet te
prikkelen.5
Admiraal Canaris, hoofd van de Abwehr, ontving op 12 September
instructie, in het Oekraïnse deel van Polen een volksopstand te ontketenen,
‘gericht op de vernietiging van de Joden en de Polen’6. Of die instructie uitgevoerd
is, is niet bekend. Er hebben zich tijdens de Poolse veldtocht in Zuidoost-Polen
waar de Oekraïners woonden, wel ongeregeldheden voorgedaan. Dat Duitse agenten
daarmee te maken hadden, staat niet vast.
weichselbruggen - Aan plannen tot de verovering-bij-verrassing
van twee voorname bruggen in de Poolse Corridor was door Hitler persoonlijk
grote aandacht besteed. Het betrof hier de spoorwegbruggen van Dirschau,
ongeveer 20 km. ten Zuiden van Danzig aan de Weichsel gelegen, en van Graudenz,
60 km. verder Zuidwaarts. Voor het vormen van een snelle verbinding met
Oost-Pruisen van waaruit Duitse legers tot achter Warschau moesten oprukken,
waren beide bruggen van vitale betekenis. Het plan was, met parachutisten en als
spoorwegpersoneel verklede militairen de Poolse bezetting te overrompelen.
Uiteindelijk werd de aanval op Graudenz niet uitgevoerd - de kansen op succes
werden te gering geacht7 - die op Dirschau ging door, en wel met inschakeling van twaalf
ter plaatse goed bekende SS-ers en een compagnie geniesoldaten die in
burgerkleding op een goederentrein die door een pantser- | | | | trein
gevolgd werd, de spoorbrug zouden naderen terzelfdertijd dat het Poolse
bewakingsdetachement gebombardeerd werd. De overval mislukte echter en de Polen
konden de brug tijdig opblazen.
danzig - In de Vrijstaat Danzig werden de Poolse ambtenaren en
troepen in de vroege ochtend van 1 September 1939 overvallen door leden van de
Brigade Eberhardt, aldus genoemd naar de commanderende
generaal, die in het geheim gevormd was uit leden van de SA, de SS en de
plaatselijke politie.1
spontane volksduitse hulp - Het is waarschijnlijk dat naast al
deze van te voren door de Abwehr en andere Duitse instellingen
georganiseerde operaties op verschillende plaatsen aan de oprukkende Duitse
divisies door Volksduitsers spontane hulp geboden is. Het blad Flieger, Funker, Flak, van de Luftwaffe schreef kort
na het einde van de veldtocht dat de Volksduitse mannen ‘de beste kameraden van
onze soldaten’ geworden waren: ‘Zij hebben geholpen op de wegen de
boomversperringen en stenen hindernissen op te ruimen. Zij hebben geweten en
gespionneerd waar de Polen valstrikken gelegd hadden. Zij hebben bomen
geveld om te helpen bij het vervangen van vernielde bruggen, tot grote
vreugde van onze genietroepen. Zij zijn door de aanplant en door het
struikgewas gekropen om samen met de soldaten, zo goed zij maar konden, de
bossen te zuiveren van Poolse struikrovers.’2
In Pless (Oostelijk Opper-Silezië) werd op de tweede dag van
het Duitse offensief een Duitse tank door Volksduitsers gerepareerd. 3 Daar trad ook een Volksduitser als gids op
waartoe hij plaats had genomen in de auto van de regiments-commandeur. 4 Bij Lemberg wees
op 12 September een Oostenrijker de Duitsers de weg. 5 Het is alleszins waarschijnlijk dat deze en dergelijke vormen
van assistentie zich veel meer voorgedaan hebben. Waar de Duitse troepen
verschenen, werden zij door de Volksduitsers hartelijk begroet en veelal met
feestmaaltijden verwelkomd. 6
spionnage - Omtrent de door Rijks- en Volksduitsers
uitgevoerde spionnage is van Poolse zijde bekend geworden dat het aantal
processen wegens spionnage dat van 1935 tot 1938 300 per jaar bedragen had, in
de zes maanden van Maart tot Augustus 1939 verdubbeld werd.7 Men mag gevoegelijk aannemen dat er in dat laatste halve jaar, voor
het sein tot | | | | de aanval gegeven werd, met ijver gespionneerd is. Al
in October 1938 was aan een ambtenaar van het Auswärtige Amt
gebleken dat op de Volksduitsers regelmatig een beroep gedaan werd om militaire
spionnage te bedrijven; hij achtte het vooral gevaarlijk dat men daarbij
personen betrok die in het Duitse verenigingsleven een leidende rol speelden. De
Abwehr beloofde beterschap en deed de toezegging dat men
voortaan zo weinig mogelijk Volksduitsers zou inschakelen; ‘het zou echter niet
mogelijk zijn’, werd verklaard, ‘geheel afstand te doen van hun
medewerking.’1
Het verdient vermelding dat na het begin van het offensief de Duitse militaire
attaché in Warschau die met het overige personeel der ambassade het land
verliet, op 3 September per telefoon van uit het Litause Kowno alles aan Berlijn
kon berichten wat zijn geschoolde blik tijdens de treinrit van dertig uren
gezien had.2
provocaties door de sicherheitsdienst - Ook andere acties zijn
voor het uitbreken van de oorlog uitgevoerd. Zo zond de Duitse Sicherheitsdienst agenten naar Polen, die tot taak hadden, misdrijven
te plegen die men de Polen in de schoenen kon schuiven en die zowel bij de
Volksduitse minderheid als in Duitsland verontwaardiging en verbittering zouden
wekken. De plannen voor het bedrijven van dergelijke provocaties die de Sicherheitsdienst zorgvuldig uitgewerkt had, waren van
aanzienlijke omvang. Zij hadden betrekking op meer dan 200 verschillende acties
die vermoedelijk in de maand Augustus 1939, bij voorkeur in de tweede helft,
uitgevoerd moesten worden door minstens een twaalftal Kommandos (kleine, uit slechts enkele personen bestaande groepjes),
waarbij ook in Polen woonachtige Duitsers ingeschakeld waren.3 Boerderijen
en schuren van Volksduitse boeren moesten in brand gestoken worden, Volksduitse
verenigings- en coöperatiegebouwen opgeblazen. In Danzig zou men o.a.
schijnaanslagen plegen op de Duitse radiozender en het hoofdpostkantoor. Daar en
in enkele steden in Oost-Opper-Silezië waar grote spanning heerste, zouden de
Kommandos van de Sicherheitsdienst
Duitse gedenktekenen opblazen. Ook drukkerijen en fabrieken, aan Volksduitsers
toebehorend, zouden vernietigd worden, o.a. in Bielitz het bureau van de Jungdeutsche Partei; daarvan verwachtten de organisatoren van
de aanslag ‘grosse moralische Wirkung’.4 In Bromberg moesten twee particuliere
gymnasia en de Deutsche Bühne, toch maar een | | | | oud
en lelijk gebouw, in vlammen opgaan. Weer elders, bij Hohensalza, kon de Sicherheitsdienst zorg dragen voor het verontreinigen van uit
de eerste wereldoorlog daterende Duitse soldatengraven en het vernielen van de
kransen die er neergelegd waren.1
In hoeverre deze provocaties uitgevoerd zijn, staat niet vast, doch men kan zich
nauwelijks indenken dat de Sicherheitsdienst het bij papieren
plannen gelaten heeft. Het was aan de leiding van de Abwehr
bekend dat het een aantal provocateurs van de Sicherheitsdienst gelukt was Polen binnen te dringen ter uitvoering van
verstrekte opdrachten2 en uit een uit Augustus 1940 daterend overzicht blijkt
bovendien dat de Sicherheitsdienst met ‘bijzondere
detachementen (Einsatzkräfte) voor het uitvoeren van illegale
acties’ betrokken geweest was bij de ‘voorbereiding van de oorlog tegen
Polen.’3
andere intriges - Waarschijnlijk is voorts, dat de z.g. Volksdeutsche Mittelstelle een actievere rol gespeeld heeft
dan uit het voorgaande gebleken is en dat vermoedelijk ook organisaties der
NSDAP als de Hitler-Jugend geheime betrekkingen met
vertegenwoordigers der Volksduitsers onderhouden hebben. Hieromtrent kan echter
niets met stelligheid beweerd worden. De archieven zijn vernietigd, de getuigen
hebben gezwegen.
omvang der acties - Tenslotte bestaat evenmin zekerheid,
hoeveel Rijks-en Volksduitsers in totaal bij de op touw gezette geheime
operaties betrokken zijn geweest. Het waren er minstens vele honderden, wellicht
enkele duizenden. Inschakeling van een belangrijk groter aantal personen zou de
geheimhouding, waarop Hitler en de Duitse militaire leiders in het algemeen hoge
prijs stelden, in gevaar gebracht hebben. Het lijkt waarschijnlijk dat de grote
meerderheid der Volksduitsers tot aan de komst der Duitse troepen een passieve
rol gespeeld heeft.
٭
onbevestigde berichten - Veel door de Polen waargenomen
Vijfde-Colonne-verschijnselen, die wij in hoofdstuk I geschetst hebben, stemmen
overeen met de geheime operaties die, naar thans uit Duitse bronnen gebleken is,
inderdaad op touw gezet en uitgevoerd zijn.
De Poolse bronnen maakten echter ook melding van andere operaties, zoals:
| | | |
De Volksduitsers brachten op hun dak figuren aan, verfden hun schoorstenen in
bepaalde kleuren, zetten hun stromijten op een vreemde wijze neer, maaiden hun
gras ‘volgens plan’ en stampten of ploegden figuren in de grond - dat alles
teneinde afgesproken signalen te geven aan de Duitse weermacht, in het bijzonder
aan de Luftwaffe;
de Volksduitsers wezen de Luftwaffe de weg door het licht in
hun huizen te laten branden, het door de schoorstenen omhoog te laten stralen,
lucifers af te strijken, of tekens te geven met rook, met spiegeltjes of met
witte stof;
de Volksduitsers maakten zich als agent aan elkaar kenbaar door middel van
bepaalde knopen, pullovers of halsdoeken;
de Volksduitsers bedreven spionnage, vermomd als priesters en monniken;
de Volksduitsers stonden met de Duitse troepen in contact door middel van
talrijke geheime zenders, sommige in holle bomen of graven verborgen, andere zo
klein dat ze in een doosje, niet veel groter dan een lucifersdoosje, pasten. -
Bewijzen, dat deze, door de Polen gerapporteerde waarnemingen herleid moeten
worden tot acties van Volksduitsers die met de Duitse militaire operaties in
enig verband stonden, zijn niet voorhanden. Men zal ze ook vergeefs zoeken in de
uitgave The German Fifth Column in Poland, waaruit wij veel
dergelijke waarnemingen aanhaalden. Over de waarde dier uitgave als historische
bron kan men twisten. Er werden minstens 500 verklaringen voor verzameld1,
waarvan echter slechts 109, de meeste fragmentarisch, afgedrukt werden. Bedoelde
verklaringen zien er in zoverre betrouwbaar uit, dat wij niet de indruk hebben
dat de getuigen die er in aan het woord komen, niet inderdaad weergeven wat zij
met eigen ogen gezien of met eigen oren gehoord hebben. Dat desniettemin voor
vele der gerapporteerde waarnemingen ieder aantoonbaar verband met de Duitse
militaire operaties ontbreekt, is een opmerkelijk feit dat wij hier voor het
eerst tegenkomen.
|
1C-120, IMT, dl XXXIV, p. 380-1.
1PS-2327, No. 6, IMT, dl XXX, p. 190. Brief, 28 Juni 1939, van de Arbeitsstab Rundstedt, NOKW-215.
2Volgens mededeling van prof. K. Rheindorf werd het Poolse
mobilisatie- en operatie-plan door een officier van de Poolse generale staf,
die op grand van zijn homosexualiteit door de Duitse Abwehr gechanteerd werd, aan de Duitsers prijsgegeven. Het staat niet
precies vast wanneer dit geschied is.
3C-120, IMT, dl XXXIV, p. 380-422; C-126, Ibid.,
p. 428-58; C-142, Ibid., p. 493-500; PS-2327, IMT, dl XXX, p. 180-200.
4Jahrbuch der Auslands-Organisation der NSDAP, 1940 (Berlijn,
1939), p. 278.
1Notitie, 21 Aug. 1939, van Schliep, verbonden aan de
Duitse ambassade te Warschau, bestemd voor het Auswärtige
Amt, NG-2427.
3Jodl: Dagboek, PS-1780,
IMT, dl XXVIII, p. 390.
4Documents on German Foreign Policy 1918-1945, serie
D, dl V (Washington, 1953), p. 51. Voortaan te citeren als: Doc. Ger. For. Pol., D.
1Hugo Landgraf: Kampf um
Danzig (Dresden, 1940), p. 62.
2Mededeling van
generaal Lahousen.
3Kurt Lück's uitgave Volksdeutsche Soldaten unter
Polens Fahnen geeft een treffend beeld van de wil tot desertie bij
de Volksduitse gemobiliseerden. Andere voorbeelden: Der Sieg in
Polen, p. 45 en Leo Leixner: Von Lemberg bis
Bordeaux (München, 1941), p. 67.
1Mededeling van generaal Lahousen.
3Bevel
van generaal Lahousen, 4 Aug. 1939, NOKW-423. Het gestencilde document is
ondertekend ‘Lehmann’. Dat dit ‘Lahousen’ moet zijn, blijkt uit het verslag
van het proces tegen de Duitse generaals, gevoerd voor een der Amerikaanse
Militaire Gerechtshoven, Neurenberg, Case XII, p.
1240.
4Deze bijzonderheden zijn vermeld in het op p. 57-8 genoemde Merkblatt zur Bekanntgabe an die gegen Polen eingesetzten
Truppe. Er zou reden zijn, aan de betrouwbaarheid van dit slordig
getypt document te twijfelen, ware het in zijn wezenlijke passages niet
identiek met een stuk waarin generaal Lahousen d.d. 23 Aug. 1939 instructies
geeft voor de wijze waarop de Duitse commandanten de in de rug van de vijand
opererende personen moeten opvangen, NOKW-083. Een brief die ik de
vermoedelijke ondertekenaar van het Merkblatt deed
toekomen, bleef onbeantwoord.
5Mededeling van generaal Lahousen.
1C-120, No. 13, IMT, dl XXXIV, p. 408.
2Kurt
Franz: ‘Erste Fahrt in die befreite Heimat’. Deutschtum im
Ausland, 1939, p. 526.
3Mededeling van generaal Lahousen.
4Karl Heinz
Abshagen: Canaris (Stuttgart, 1949), p. 214-5. Brief, 15
Juni 1939, van Deckert, Stabsleiter des Aussenpolitischen Amtes
der NSDAP, aan Lammers, Chef der Reichskanzlei,
PS-1365.
5Mededeling van generaal Lahousen.
6Canaris' Kriegstagebuchaufzeichnungen über die Konferenz im
Führerzug in Illnau am 12. September 1939, bij: Abshagen: Canaris, p. 208-9.
7Mededeling van generaal
Halder.
1Landgraf: Kampf um
Danzig, p. 10.
2Geciteerd in: Deutschtum im Ausland, 1939, p.
528.
3Die polnischen Greueltaten an den Volksdeutschen
in Polen, p. 122.
5Kampferlebnisse aus dem Feldzug in Polen (Berlijn, 1941),
p. 68.
6Voorbeelden bij Leixner: Von Lemberg bis Bordeaux, p. 65, 74-5, 90.
7The German Fifth Column in Poland, p.
37-8.
1Memorandum, 15 Nov. 1938, van von
Heyden-Rynsch betreffende een bespreking met de Abwehr, Doc.
Ger. For. Pol., D dl V, p. 113, noot 3.
2Verslag van het gesprek, 12 Aug. 1940, van
Oberheeresarchivrat Goes met generaal-majoor Himer.
Deense Enq. Comm., dl XII (docum.), p. 260.
3Overzicht bij: Edmund Jan Osmanczyk: Dowody
prowokacji. Nieznane Archiwum Himmlera [‘Bewijzen van provocatie,
Het onbekende Himmler-archief’] (Krakau, 1951), p. 35-48.
1Osmanczyk: Dowody prowokacji. Nieznane Archiwum Himmlera, p. 44.
2Mededeling van generaal
Lahousen.
3Notitie, 8 Aug. 1940, betr. de Einsatz des SD im Ausland, NG-2316.
1Op p. 58 wordt verklaring No. 512 vermeld.
|
|