terug  begin  verderprepost
[p. 409]

Besluit

DE angst voor een universele Duitse Vijfde Colonne heeft zich, zoals wij in de Inleiding bij het eerste deel aanduidden, eerst na en door de Anschluss van Oostenrijk en de annexatie van het Sudetengebied over een groot deel van de aarde verspreid. Dat waren de twee grootste, eigenlijk de twee enige belangrijke successen die Hitler door het manipuleren van een massabeweging in den vreemde heeft kunnen boeken, en in beide gevallen waren zij mede resultaat van specifieke geografische, sociaal-economische en historische factoren die vooral in het Sudetengebied van bijzondere kracht waren.

Voor die factoren heeft men buiten Duitsland nauwelijks oog gehad. Men had geen behoefte zich in de ingewikkelde relaties tussen de Duitsers en de Slavische volkeren in het hart van Europa te verdiepen. Het ene overheersende feit had zich voorgedaan dat binnen een bepaalde staat een groep burgers zich er toe geleend had, als werktuig, als breekijzer in Hitlers hand te fungeren. Zij waren Duitsers - zij waren nationaal-socialisten. Sprak het niet vanzelf dat men in alle landen tegen de Duitsers en de nationaal-socialisten als groep verdenking ging koesteren - een verdenking waaraan deze, door zich in hun politiek consequent naast Hitler te plaatsen, voortdurend voedsel gaven? Voor de verschillende historische geaardheid der Volksduitse groepen, voor de betrekkelijke lauwheid waarmee vele in den vreemde wonende Rijksduitsers tegenover het nationaal-socialisme stonden, had men geen aandacht. Men kon de werkzaamheid van al die Duitse instellingen en instituten die wij in ons vorig hoofdstuk schetsten, niet in de juiste proporties zien. Volksdeutsche Mittelstelle, Sicherheitsdienst en Abwehr werkten trouwens volkomen in het geheim en van de Auslands-Organisation en het Aussenpolitische Amt der NSDAP bleven, als van het Auswärtige Amt, de wezenlijke werkzaamheden eveneens verborgen. Men voelde zich bedreigd. En terecht! Hitlers strategie bestond uit een combinatie van politieke en militaire aggres-

[p. 410]

sie. Van het wapen der interne militaire Vijfde Colonne heeft hij minder gebruik gemaakt dan men buiten Duitsland aannam; hij kon niet anders: de geheimhouding, essentieel onderdeel van zijn gans beleid, eiste het. Het wapen der interne politieke Vijfde Colonne hanteerde hij daarentegen van 1933 af zonder ophouden, met volleerd meesterschap, met diabolische fantasie, met superieure minachting voor verdrags- en fatsoensregels. Dat hij er niet altijd zijn doel mee bereikte, lag niet aan hem: het lag aan het verzet dat zijn streven opwekte. Hoezeer ook de in de jaren '33 tot '39 ontstane voorstellingen die van een Duitse politieke Vijfde Colonne gewaagden, in bijzonderheden overdreven of onjuist zijn geweest - in wezen waren zij niet bezijden de waarheid. Ja in veel opzichten is de werkelijkheid erger geweest dan men vóór de tweede wereldoorlog durfde veronderstellen.

Was het daardoor niet onvermijdelijk dat men, toen die oorlog eenmaal door Hitler ontketend was, bij iedere nieuwe aggressie aannam dat die groepen die hem zo lang politiek bijgestaan hadden, het hem aan militaire hulp niet lieten ontbreken? De militaire Vijfde Colonne die men meende te ontwaren, was veelal zo al niet geheel, dan toch grotendeels de transformatie, de oorlogs-verschijningsvorm van de politieke Vijfde Colonne. Men arresteerde en vervolgde mensen van wie men aannam, en in veel gevallen terecht, dat zij met de vijand heulden en in beginsel bereid waren hem bij te staan. Men schreef hun daarbij vaak daden toe die zij niet bedreven hadden, maar de gezindheid waaruit die daden zouden kúnnen voortvloeien, zag men scherp en juist.

In ons relaas hebben wij het oorspronkelijk beeld van de Duitse Vijfde Colonne in de tweede wereldoorlog eerst in zijn nog niet critisch onderzochte ononderscheidenheid geschetst; het viel bij onderzoek in een imaginaire en een reële Vijfde Colonne uiteen; de reële op haar beurt in een politieke en een militaire; de militaire in een externe en een interne. Nu mogen wij zeggen dat de reële politieke en de reële militaire Vijfde Colonnes tot het ontstaan van het door imaginaire bestanddelen versterkte oorspronkelijke beeld moesten leiden. Dat de alom-aanwezige militaire Vijfde Colonne die men meende te ontwaren, niet bestaan heeft, is zeer zeker een curieus feit; het verliest in historisch perspectief een deel van zijn betekenis. De angst voor die Vijfde Colonne was overdreven, maar niet absurd. Had het van Hitler afgehangen, hij had de ganse wereld van binnen uit gecorrumpeerd, gesaboteerd, en, zonder dat een schot gelost behoefde te worden, aan zijn duivelse wil onderworpen. Tenslotte had hij voor ongestoord intrigeren in het buitenland maar zes-en-een-half jaar de tijd. Wat hij in die korte spanne heeft weten te bereiken, moge op militair gebied minder geweest zijn dan men aangenomen heeft - mag men wat zich wèl voorgedaan heeft, niet ontstellend -, huiveringwekkendveel noemen? Ganse groepen in het buitenland heeft hij weten te infecteren met een kwalijke, aggressieve, verraderlijke gezindheid.

[p. 411]

Erkend moet worden dat de angst voor de Duitse Vijfde Colonne er ook toe geleid heeft dat men in enkele landen - wij denken in de eerste plaats aan Frankrijk en Engeland - een groep waarvan men nu juist de gezindheid verkeerd beoordeelde, aan harde maatregelen onderworpen heeft: de vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. Hen hebben, toen de oorlog eenmaal uitgebroken was, veel Franse autoriteiten met nauwelijks gemaskeer de vijandigheid bejegend. De Engelsen getroostten zich de moeite, naar hun gezindheid een eerlijk, kostbaar en tijdrovend onderzoek in te stellen. Dat men op een moment van opperst gevaar en dodelijk risico, door onjuiste berichten van het vasteland van Europa misleid, de uitslag van het onderzoek overboord wierp - het is voor de slachtoffers hard geweest, doch ons terugverplaatsend in de zomer van 1940 en ons voor de geest halend hoe men de wereld na 1933 zich had zien ontwikkelen, voelen wij ons niet gerechtigd, de autoriteiten te laken die voor de internering der refugees verantwoordelijk zijn geweest. De historicus die, als het gevaar geweken is, jaren later in de rust van zijn studeerkamer het vóór en tegen van bepaalde acties kan afwegen - hoe gemakkelijk heeft hij het, vergeleken met de staatsman die op het moment zelf, door duizend dreigingen besprongen, alle onzekerheden ten spijt, beslissingen nemen moet waar wel en wee van een ganse gemeenschap van afhangen! Voor de vervolgingen, mishandelingen en moorden waarvan schuldigen en onschuldigen als werkelijke, potentiële of alleen maar vermeende Vijfde Colonnisten het slachtoffer zijn geworden, moet men uiteindelijk Hitler en allen die hem met overtuiging volgden, aansprakelijk stellen.

 

٭

 

Onbillijk zou het zijn, in gevallen als die van de Sudetenduitsers en van de Volksduitsers in Polen en Zuid-Slavië niet ook te wijzen op wat een rechter verzachtende omstandigheden zou noemen. Ze zijn als minderheid in de verdrukking geraakt en vaak kleingeestig of zelfs hard behandeld. Dat was gevolg van een ontwikkeling van eeuwen - ontwikkeling echter waarvan deze Volksduitse groepen de onvermijdelijkheid niet inzagen. Voor volkeren geldt als voor mensen dat de een in de regel bitter weinig begrip en aandacht heeft voor hetgeen de ander diep-innerlijk beweegt. Wat interesseerde de Sudetenduitsers of de Volksduitsers in Polen en Zuid-Slavië de geschiedenis van Tsjechen, Polen en Slowenen? Zij voelden zich bedreigd en achteruitgezet en in hun rancune leenden zij het oor aan leiders die hun het herstel van hun bevoorrechte of oppermachtige positie beloofden.

Menend eigen onrecht ongedaan te maken, maakten zij zich op, anderen nog groter onrecht aan te doen.

Tegen het volgen van het gevaarlijk pad waarop Hitler de Volksduitse

[p. 412]

groepen trachtte te lokken, hebben oude, bezadigde leiders hun stem verheven. Ook in de Volksduitse gemeenschappen in Zuid-Amerika heeft het niet aan waarschuwingen ontbroken. Evident was het immers dat al die groepen en gemeenschappen, kleine eilandjes in een zee van andersgeaarde volkeren, indien zij zich in dienst stelden van een ideologie die door die volkeren als een dodelijke bedreiging gevoeld werd, een golf van haat zouden opwekken die in de eerste plaats henzelf zou overspoelen. De waarschuwingen baatten niet. Och - de eenvoudige Volksduitse boeren, industrie-arbeiders en handwerkers uit de Corridor, Oost-Opper-Silezië, het Sudetengebied, Zevenburgen, het Banaat en Slowenië hebben waarlijk niet man voor man als spion, politiek agitator en guerrillastrijder gefungeerd. Naar verhouding waren het misschien slechts weinigen die zulks deden. De collectiviteit werd medeplichtig doordat zij hen hun gang liet gaan. Daardoor werd zij - en voor de groep der in den vreemde wonende Rijksduitsers gold hetzelfde - meer-en-meer geïdentificeerd met leiders die de loyaliteit jegens de gemeenschap in wier midden zij als burger of gast leefden, verwierpen en zich leenden als instrument, eerst van politieke, daarna ook van militaire aggressie. Heel veel leden van die collectiviteit, simpele lieden, zagen dat niet eens in. Geboren in een milieu dat zij niet geschapen hadden, werden zij door een worsteling meegesleurd die zich aan hun begrip en voorstellingsvermogen, en a fortiori aan hun beheersing onttrok. Tragiek der geschiedenis!

 

٭

 

Und alles kam wie es kommen musste...’

De oorlog was het, die het aanvankelijk nog onvolledig bondgenootschap tussen Hitler en de Duitse en ‘inheemse’ nationaal-socialisten en fascisten buiten Duitslands grenzen versterkte. Het ging hard tegen hard. Men was vriend of vijand. De nuances verdwenen.

Hitler heerste. Waar de Duitse chauvinisten onder Bismarck en Wilhelm de Tweede, tijdens eerste wereldoorlog en republiek van Weimar van gedroomd hadden - hij verwezenlijkte het. Elzas-Lotharingen, Luxemburg, Eupen-Malmédy, de Corridor, Posen, Oost-Opper-Silezië, Slowenië, Zuid-Tirol - al deze gebieden lijfde hij in feite bij het Duitse Rijk in. Met dwang en geweld verduitste hij er de ganse bevolking. Hij domineerde Denemarken en Noorwegen, Nederland, België en Frankrijk, Tsjechoslowakije en Hongarije, Zuid-Slavië en Griekenland. Hij beroofde Polen van zijn intelligentsia en te vuur en te zwaard verwoestte hij het ganse Westen van de Sowjet-Unie. In West-Europa richtte hij honderdduizenden -, in Oost-Europa en op de Balkan millioenen ellendig te gronde en in de Duitse smidse dwong hij andere millioenen de ketenen te smeden van een bestiale tyrannie die haar symbolische uitdrukking vond in concentratiekamp en gaskamer.

[p. 413]

Met die heerser en met dat systeem raakten Rijks- en Volksduitsers steeds meer vereenzelvigd. Bij de in den vreemde wonende Rijksduitsers nam, zolang Hitler aan de winnende hand was, het nationaal-socialisme aan kracht toe. In alle bezette landen werden zij deel van een bestuurs-apparaat dat men steeds feller haatte. Bij de Volksduitse groepen in Polen, Hongarije, Roemenië en Zuid-Slavië nam de SS-richting alle macht in handen. De economische en militaire krachten waarover die groepen beschikten, werden voor Duitslands strijd gemobiliseerd. Spoedig stond een kwart millioen jonge kerels in de Waffen-SS. De tegenstelling tussen de Volksduitse groepen en de Tsjechoslowaken, Hongaren, Roemenen en Zuid-Slaven die op materieel gebied voortdurend schrijnender werd, vond formeel haar uitdrukking in de steeds verder gaande autonomie dier groepen die tenslotte een regelrechte staat in de staat vormden. Toen was de uiterlijke Nazificering compleet.

Andere Volksduitse groepen dwong Hitler, huis en hof te verlaten. Grotendeels liet hij hen door Himmler koloniseren op van Polen gestolen grond. Meer dan honderd-duizend hunner verplaatste hij uit de Baltische staten, meer dan tweehonderd-duizend uit het Westen van de Sowjet-Unie, honderd-vijf-en-twintig-duizend uit Zuidoost-Polen, honderd-duizend uit de Boekowina, negentig-duizend uit Bessarabië, veertien-duizend uit de Dobroedsja, veertig-duizend uit Zuid-Slavië, honderd-duizend uit Zuid-Tirol. Wat zij van geslacht op geslacht opgebouwd hadden, moesten zij achterlaten. Pionnen waren zij in het waanzinnig gambiet dat hij speelde.

Maar de ontreddering die hij, zich heer en meester van Europa wanend, in hun leven teweegbracht - zij was als een idylle vergeleken bij wat volgde. Onvermijdelijk was het dat onder de ruïne van het Derde Rijk vooral de nog in den vreemde wonende Rijks- en Volksduitsers bedolven werden. Zij waren de dichtstbijzijnde weerloze vijanden: op hen regenden de eerste en de hardste slagen neer. Uit Polen, Tsjechoslowakije en Zuid-Slavië werden zij nagenoeg geheel, uit Hongarije en Roemenië grotendeels verdreven. Duizenden werden daarbij vermoord, tienduizenden verloren anderszins het leven, honderdduizenden moesten dwangarbeid verrichten, millioenen restte niets anders dan om samen met de uit vrijwel alle oorlogvoerende staten gedeporteerde Rijksduitsers als berooide vluchtelingen in Duitsland en Oostenrijk een nieuw bestaan op te bouwen.

En de voormannen?

Door een ten ondergang gedoemd systeem meegesleurd, liep het met de meeste hunner slecht af.

Staf de Clercq, de Vlaamse fascistenleider die met de Abwehr in contact had gestaan, en Josef Bürckel, de gelijkschakelaar van het Saargebied, gingen tijdens de oorlog dood; Fritz Kuhn, leider van de German-American Bund, stierf na de oorlog in München, een vergeten drogist. De Lan-

[p. 414]

desleiter van de illegale Oostenrijkse NSDAP, Theo Habicht en Hauptmann Leopold, sneuvelden, evenals de leiders van de Duitse volksgroepen in de Dobroedsja, in Zevenburgen en in Zuid-Tirol en de laatste Stabsleiter van de Volksbund für das Deutschtum im Ausland. Prof. Csaki, directeur van het Deutsche Ausland-Institut in Stuttgart, viel met een vliegtuig te pletter. Heydrich, eerste chef van Sicherheitsdienst en Sicherheitspolizei, werd doodgeschoten.

Na de ooriog vluchtte de leider van de Waalse fascisten, Léon Degrelle, in ballingschap. Hitlers eerste minister van buitenlandse zaken, baron von Neurath, Bohle, Gauleiter van de Auslands-Organisation, Lorenz, hoofd van de Volksdeutsche Mittelstelle, en Dehottay, organisator van het Heimatfront in Eupen-Malmédy, werden tot lange gevangenis-straffen veroordeeld. Lahousen, hoofd van de sabotage-afdeling van de Abwehr, hield men jaren vast, zijn collega Pieckenbrock, hoofd van de spionnage, verdween in Rusland, zijn chef Canaris was op last van Himmler opgehangen. Bohle's superieur Rudolf Hess en admiraal Raeder die bij de overval op Noorwegen een belangrijke rol gespeeld had, kregen levenslang. Quisling en Hagelin die Noorwegen aan de Duitsers in handen hadden willen spelen, Mussert die hen in Nederland met gekruiste armen had willen afwachten, en Herdtmann die de verraderlijke overval op de Maasbruggen had helpen organiseren, eindigden hun leven voor het vuurpeloton, Dr Roos, leider der Elzasser Nazi's, was al in 1940 doodgeschoten.

Men hing von Ribbentrop op, evenals Alfred Rosenberg, hoofd van het Aussenpolitische Amt der NSDAP, Alfred Jodl en Wilhelm Keitel, naaste militaire medewerkers van de Führer, Heydrichs opvolger Kaltenbrunner, Behrends, de werkelijke leider van de Volksdeutsche Mittelstelle, Arthur Greiser en (vermoedelijk) Albert Forster, de twee veroveraars van Danzig, Seyss-Inquart die in de Anschluss verstrikt was geraakt, Krebs die de Duitse Nazi-partij in het Sudetengebied geleid had, Karl Hermann Frank die Henleins rechterhand was geweest, en Basch, leider van de Duitse volksgroep in Hongarije. Zij allen eindigden hun leven aan de galg.

Musserts verbindingsman met Berlijn, Rost van Tonningen, wierp zich te pletter. Henlein sneed zich de polsen open. Goebbels schoot zichzelf dood. Himmler en Goering slikten vergif, hun Führer volgend, die zich, menselijk wrak, in de ruïnes van zijn pompeuze Rijkskanselarij een kogel door de kop joeg.

prepostterug  begin  verder