
Het thema van een man die een vrouw geld aanbiedt is door Ter Borch enkele malen in beeld gebracht. De galante krijgsman dateert van omstreeks 1662-63.1 Zonder twijfel draait het in deze voorstellingen om koopbare liefde of om liefde die te koop wordt gevraagd. Daarbij lijkt de verhouding tussen sfeer en onderwerp iets tegenstrijdigs te hebben, althans voor de 20ste eeuwse kijker. Deze tegenstrijdigheid berust vooral op het feit dat de personages van deze kunstenaar vrijwel altijd een zekere voornaamheid uitdragen en de prostitutie bovendien verre van evident wordt bedreven, zoals bijvoorbeeld bij Jan Steen wél het geval is.
Het manipuleren met een muntstuk komt meer voor in erotisch getinte uitbeeldingen. Zo op een schilderij van Pieter Quast, dat een groepje zwierig geklede figuren in een bordeelachtige entourage situeert. Naar het rechtergedeelte van dit schilderij is door Salomon Savrij een gravure gestoken waarop een staande cavalier

1a Salomon Savrij naar Pieter Quast, Dats de Bruydt daermen om danst (gravure)

1b Cornelis van Haarlem, Het z.g. wonder van Haarlem. Haarlem, Frans Halsmuseum
en een zittende vrouw elkaar bij de hand grijpen, terwijl de man haar een penning voor de neus houdt (afb. 1a).2 ‘Dats de Bruydt daermen om danst’, staat er onder, wat zoveel betekent als ‘dat is de zaak waar het (onder de schijn van iets anders) om te doen is’.3 Het geld is hier de bruid waarom gedanst wordt. Uiteraard krijgt het woord ‘bruid’ in dit frivole tafereel een zekere dubbelzinnigheid.
Op Ter Borchs Galante krijgsman maakt niet alleen het geld dat de militair in zijn open handpalm houdt ons attent op de erotisch geladen situatie, ook de vruchten in de schaal op de tafel lijken in deze richting te wijzen. Vruchten en liefde vormden een welbekende combinatie in de 17de eeuw, waarbij men aan liefde op uiteenlopende niveaus dient te denken. Enerzijds zijn bijvoorbeeld personificaties van de wellust en de dwaze maagden dikwijls met vruchten toegerust, zoals eveneens ‘Broeder Cornelis en zijn meisje’ op het schilderij van Cornelis Cornelisz., dat ook wel Het wonder van Haarlem wordt genoemd (afb. 1b).4 Anderzijds werd de meer respectabel geachte liefde aan vruchten gerelateerd, zoals onder meer blijkt uit de titel van een boek uit 1602, van Pieter Lenaerts vander Goes, met ‘veelderhande

1c Egidius Sadeler naar Hans van Aken, De heilige Familie (gravure)
Amoureuse Liedekens’, genaamd Den Druyven-Tros der Amoureusheyt.5 Dat een schaal met vruchten zich daarenboven leende tot symbolische toepassing op religieus niveau, daarvan getuigen ettelijke voorstellingen van de heilige familie, waaronder bijvoorbeeld een gravure van Egidius Sadeler naar Hans van Aken (afb. 1c).
Ter Borch schonk zijn vrouwelijke figuur in elk geval een ‘druiventros der amoureusheid’ tot attribuut. In verband met de andere vruchten op de schaal zou men kunnen denken - als één uit talrijke teksten - aan de volgende versregels van Jacob Westerbaen, afkomstig uit zijn bewerking van Ovidius' Ars amandi (De kunst van het vrijen):
Bij de samenstelling van dit elegante prostitutietafereel koos Ter Borch verscheidene ingrediënten uit oude voorraad: de haardracht van het meisje, haar jakje, de tafel en de schoorsteenmantel komen alle reeds in vroeger ontstane schilderijen voor.7 Een dergelijk economisch gebruik van beeldelementen treffen we bij vele 17de eeuwse kunstenaars aan.