
Een typische ‘momentopname’ - dat is de suggestie die van Kornelis de Mans Schaakspelers uitgaat. Het meisje is juist aan zet en terwijl zij een der witte stukken opheft, kijkt ze veelbeduidend over haar linkerschouder het beeldvlak uit, als het ware in een terzijde tot de buitenstaander, zoals we dat ook van andere kunstenaars wel kennen.1 Haar tegenstander heft beide handen op, kennelijk in verlegenheid gebracht door haar manoeuvre.
In het licht van de iconografische traditie lijkt er veel voor te zeggen dit tafereel als een amoureuze aangelegenheid op te vatten. Deze traditie, die tot in de 19de eeuw doorloopt, vindt haar oorsprong in een ingewikkelde middeleeuwse gelijkenis omtrent het schaakspel als een spel van de liefde.2 Zowel de beeldende kunst als de literatuur heeft dankbaar gebruik gemaakt van deze vergelijking, die soms ver kon worden doorgevoerd, getuige het omstandige dichtwerk van een onbekend auteur, Les échecs amoureux geheten, dat rond 1400 zal zijn geschreven. Bij al wat dit werk inhoudt, is het ook een poëtische projectie van een liefdesgeschiedenis op het schaakbord.3
Vooral in de 14de eeuw legden Franse en Duitse kunstenaars, met name ivoorsnijders, zich toe op het uitbeelden van schaakspelers in een amoureuze toonzetting. Niet toevallig werden schakende paren soms centraal gesitueerd in een zogenaamde liefdestuin, een allegorische conceptie op zichzelf.4 Ook de beide hoofdrolspelers van Les échecs amoureux bevinden zich in zo'n paradijselijke omgeving waar de liefde allegorischerwijs bedreven en beleefd wordt. Een wat later voorbeeld uit de beeldende kunst, ontstaan kort na het midden van de 15de eeuw, stamt van de hand van Meester E.S., en

36a Meester E.S., Liefdestuin (gravure)
stelt opnieuw een schakend paar in het midden van een minnetuin voor (afb. 36a). Meer bekend is de intrigerende uitbeelding van een schaakpartij in een niet nader gedefinieerde omgeving, die Lucas van Leyden aan het begin van de 16de eeuw schilderde.5
Al deze voorstellingen vormen tot op zekere hoogte één groep, waarvoor de specifieke denkbeelden over de liefde zoals deze in de middeleeuwse literatuur zijn verwoord, bepalend zijn. Het schaakspel als metafoor van de liefde is afkomstig uit een hoofse cultuur en droeg daar oorspronkelijk de kenmerken van. In de loop van de tijd zou dit beeld worden gevulgariseerd. Het schilderij van De Man, uit de tweede helft van de 17de eeuw, is een product waarvan de inhoud werd afgestemd op de meer triviale smaak van een burgerlijk publiek.
Het aantal voorstellingen van schakers dat uit het 17de eeuwse Holland bekend is, is niet bijzonder groot en staat in geen verhouding tot bijvoorbeeld de hoeveelheid voorstellingen van het triktrakspel, dat door zijn eenvoudig karakter zeker ook op groter schaal

36b Adriaen van der Werff, Het schaakspel. Dresden, Staatliche Kunstsammlungen
gespeeld werd.6 Daarenboven is de iconografie van het schaken minder exemplarisch dan die van het triktrakken, waarvan het toevallige spelverloop zich immers bij uitstek leende voor velerlei moralisatie.
Dat echter het schaakspel als beeld van de manvrouw-relatie ook in de 17de eeuw zijn aantrekkingskracht bleef behouden, spreekt uit een schilderij uit het einde van deze eeuw, gemaakt door Adriaen van der Werff, waarop we een heer en een dame achter de stukken zien zitten (afb. 36b). Uitzonderlijkerwijs laat de stand van het spel zich reconstrueren: de zwarte koning van de vrouw blijkt te zijn mat gezet door de witte koningin van de man. Beiden wijzen op het resultaat van de laatste zet. Het paradoxale daarbij is dat achter háár een beeld van de Overwinning staat. Daaruit moet worden geconcludeerd dat de overwinning van de man geen echte overwinning is en dat zij, zijn koningin, degene is die uiteindelijk triomfeert.
Een geheel andere, maar even belangwekkende bijdrage aan het thema van het schakende paar in de Hollandse kunst vinden we op een tekening van Honthorst (afb. 36c). Aan de bedoeling valt niet te twijfelen. We zien, behalve twee geamuseerde omstanders, een lachende vrouw die partij geeft aan een man wiens ogen door een aanvliegende cupido worden geblinddoekt. De man, door liefde verblind, zal niets anders dan een domme zet kunnen doen; gezien het feit dat hij naar zijn beurs tast heeft hij misschien zijn partij bij de hoeren al verloren.
Zo amoureus geladen als de Honthorst-tekening is het enkele decenniën later gemaakte schilderij van Kornelis de Man niet. Dat valt ook niet te verwachten: het ten tonele voeren van amor in persoon, wat een

36c Gerrit van Honthorst, De schakers (tekening). Moskou, Poesjkin Museum
schending van het realiteitskarakter van een voorstelling tot gevolg heeft, kwam in genreschilderijen in de 17de eeuw slechts bij uitzondering voor.7 Het erotische is door De Man meer ingehouden en alleen suggererenderwijs naar voren gebracht. Hij deed dit door de traditioneel bepaalde schaakpartij te omgeven met enkele clichématige details, bestaande uit de naar de vrouw opkijkende kat, het snaarinstrument aan de lambrizering en de blaasbalg voor de open haard, stuk voor stuk toespelingen die ook elders in amoureuze sfeer voorkomen.8