begin  verder

[p. 1]

I Jan Trioen, een theoreticus van de vroege Verlichting

I.1 Introductie

Vermoedelijk tussen 1690 en 1692 houdt de Haarlemse apotheker Jan Trioen (1657-1721) een lezing over taalkunde, de ‘ Redeneringh over de talen in 'tgemeen soo als die gesproken en geschreven werden’. De tekst van deze lezing is bewaard gebleven in een handschrift in de Stadsbibliotheek te Haarlem, samen met teksten over onder meer het Tabaksoproer (1690), diaconale zaken, natuurkunde, geschiedschrijving en tijdgenoten. Uit de inhoud van de teksten blijkt dat ze bij verschillende gelegenheden tussen 1690 en 1700 tot stand gekomen zijn als voordracht, 1 kopij of als schriftelijke fixatie van wat voor Trioen op enig moment van belang was. De ‘Redeneringh over de talen’ verdient het om verschillende redenen alsnog in druk te worden uitgegeven. In de eerste plaats is de tekst een totdusver veronachtzaamde bron voor de filosofie van de verlichtingstaalkunde. Vervolgens omdat de tekst tot stand is gekomen in Haarlem toen daar de Zwitserse foneticus Johann Conrad Amman (1669-1724) opzienbarende resultaten behaalde met het spraakonderwijs aan de doofstomme Haarlemse koopmansdochter Hester Koolaart. En tenslotte omdat er aanwijzingen zijn dat er contact geweest is tussen Trioen en de Amsterdamse doopsgezinde taalkundige Lambert ten Kate (1674-1731), die in 1699 een ‘ Klankkunde’ schrijft, maar pas na 1710 door de ontdekking van de ablaut als grondlegger van de historisch-vergelijkende taalkunde wereldroem zal oogsten (cf. Jongeneelen 1992).

[p. 2]



illustratie
Oude Apotheek te Haarlem

1Het woord ‘Redeneringh’ betekent bij Trioen ‘redevoering’ (hs. f. 79). Alleen van de ‘Redeneringh over de fysica van Jacques Rohault’ staat vast dat die voor het Collegium Physicum Harlemense is gehouden; van de andere lezingen is dat waarschijnlijk.

 begin  verder