terug  begin  verder

[p. 3]

I.2 Korte biografie

Jan Trioen wordt in 1677 als 21-jarige ingeschreven aan de Leidse universiteit. 2 In 1684 trouwt hij en in 1685 vestigt hij zich als apotheker in Haarlem. In de periode van zijn opleiding, 3 voltrekt zich aan de Leidse universiteit de overgang naar de achttiende-eeuwse bloeiperiode onder Herman Boerhaave (1668-1738). De iatrochemici en cartesianen moeten door de paradigmawisseling die zich in 1672 met de val van het bewind van Johan de Witt voltrekt, tijdelijk gas terugnemen en plaatsmaken voor door de fysica van Isaac Newton (1643-1727) geïnspireerde iatro-mechanici. 4 De periode van zijn opleiding bestemde Trioen voor om de Verlichting van de achttiende eeuw bij zijn stadgenoten voor te bereiden. Vanaf 1692 fungeert hij regelmatig als deken van het gilde van artsen en apothekers, het Collegium Medico-Pharmaceuticum, en is hij diaken van de hervormde kerk. Ook vinden vanaf die tijd de samenkomsten plaats van het Collegium Physicum Harlemense, een informeel natuurkundig genootschap, dat mogelijk de voorloper is geweest van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen (1752; cf. Mijnhardt 1983:81). Door het optreden van ‘enkele Haarlemse regenten’ werd de voor een genootschap noodzakelijke status verkregen. Als secretaris van dit gezelschap treedt Trioen regelmatig naar buiten. Van de personen die Trioen in deze colleges ontmoet, schetst hij karakteristieken die in het Haarlemse handschrift bewaard zijn gebleven (f. 131-166). De meesten lijken te hebben behoord tot het Collegium Physicum, hetzij met de plicht lezingen te houden als actief lid; hetzij als be

[p. 4]

schermheer om een verbod van de zijde van de locale overheid te voorkomen. 5

2Dekker 1979:11. Het door Dekker meegedeelde geboortejaar 1659 is onjuist. Zelf deelt Trioen mee, in 1692 vijfendertig jaar oud te zijn (hs. f. 91).
3Een dissertatie is niet bekend. Wel van Cornelis Trioen (17 maart 1710): ‘Cornelis Trioen, Harlemo-Batavus, De partu difficili, Med.’ (Molhuysen 1920:252*). Een exemplaar van de dissertatie (zie bibliografie) bevindt zich in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek in een convoluut met 42 andere zeventiende- en achttiende-eeuwse medische dissertaties. Uit de opdracht (‘Venerando artisque chirurgices ut & Pharmaceutices experientissimo viro Johanni Trioen, Patri suo indulgentissimo’ (p. A 1 verso) blijkt dat deze Cornelis Trioen de zoon van Jan Trioen was uit diens eerste huwelijk met Anna de Klerck (cf. Wiechmann 1987:253 n.8).
4Zie voor deze termen Daremberg 1870, Metzger 1974, Puschmann 1889, Surinchar 1860-66. Algemeen tijdens de vroege verlichting als reactie op het cartesianisme is een empiristische tendens. Over de rol van Spinoza daarbij hoop ik elders te publiceren (cf. Van riel 1992).
5De overgang van religieuze naar natuurwetenschappelijke sociabiliteit voltrekt zich aan het einde van de zeventiende eeuw (Mijnhardt 1983:54-56, 97). De karakters van de personen met wie Trioen blijkbaar in contact treedt, voldoen reeds aan het profiel van de genootschapsleden uit de tweede helft van de achttiende eeuw. Cf. Ornstein 1963, Roche 1980 en Wiechmann 1987:67-102.

terug  begin  verder