terug  begin  verder

[p. 11]

I.5 Trioen en Ten Kate in conflict met Pieter Rabus

In 1696/7 raakt Trioen in conflict met de Rotterdamse uitgever van De Boekzaal van Europe, Pieter Rabus (1660-1702). Diens echtgenote beschikt over het door Trioen in twijfel getrokken vermogen met de wichelroede goud te vinden (cf. De Vet 1980:77). Trioen treedt bij die gelegenheid naar buiten als woordvoerder en secretaris van het Haarlemse Collegium Physicum. 15 In De Boekzaal van 1697 (mei-juni) doet Rabus verslag van wat zich totdantoe heeft afgespeeld. Een doopsgezinde collegiant, Ten Kate - naar mijn mening de taalkundige Lambert ten Kate - heeft in een koffiehuis op de Dam gewed met Rabus' drukker Pieter van der Slaart om enige ducaten, dat het onomstotelijke bewijs voor de werking van de wichelroede als metaaldetector voor goud niet was te leveren (Rabus 1697:392, 396). Door enige Haarlemmers wordt Rabus met zijn echtgenote naar het buiten van Ten Kate gebracht, waar met succes de proef wordt genomen. Van der Slaart eist z'n geld, maar Ten Kate weigert. Volgens Rabus (1697:394-395) uit collegiantengierigheid. Er worden met wisselend resultaat nieuwe proeven genomen; onder andere bij John Locke's voormalige gastheer, de Quaker Benjamin Furly in Rotterdam en bij de Haarlemse arts Antoni van Dalen (cf. De Vet 1980:205). Bij deze laatste gelegenheid is ook Trioen aanwezig, samen met de eerder genoemde koopman Pieter Koolaart. Aan Ten Kate's eis dat de werking van de wichelroede door herhaalde experimenten wordt bewezen, is niet voldaan. Rabus valt zijn echtgenote echter niet af en probeert de mislukkingen weg te redeneren. Uit zijn reactie op een (niet achterhaalde brief) van Trioen namens het Collegium Physicum blijkt (cf. Rabus 1697:412 sqq.) dat Trioen heeft betoogd dat de werking van de wichelroede in strijd is met de cartesiaanse fysica. Rabus (1697:419 sqq.) meent echter dat de Haarlemse filosofen tekortschieten in hun kennis van de natuurkunde van Descartes om de werking van de wichelroede te kunnen doorgronden. In zijn ‘Satyrische verantwoordingh voor de Hr: Pr: Rabus onder de naam van nodige verantwoording’ (hs. f.108-129), door Trioen met hulp van Ten

[p. 12]

Kate te Amsterdam opgesteld, 16 reageert hij op Rabus' Boekzaalverslag zonder er nog iets nieuws aan toe te voegen.

15Cf. Mijnhardt 1988:81. Trioens lezing over de natuurkunde van Rohault behandelt dezelfde tegenstelling tussen het copernicaanse en het ptolemaeische wereldbeeld als zijn jongere stadgenoot Pieter Langendijk (1683-1756) in de Wiskunstenaars (1715).
16Trioen heeft het, over de stijl van Rabus sprekend, over een ‘dommend en brommend geluyd, dat het de heel uurs Klok hier tot Amsterdam op de Wester toren niet behoevde te weiken’. (f. 119) Mijns inziens duidt ‘hier tot Amsterdam’ erop dat hij samen met Lambert ten Kate de ‘Satyrische Verantwoordingh voor de Hr: Pr: Rabus’ geschreven heeft: op beide adressen aan de Keizersgracht waar Ten Kate gewoond heeft (cf. Ten Cate 1987:9-16) is het carillon van de Westerkerk ook nu nog zeer goed hoorbaar. Van de ‘Satyrische Verantwoordingh’ bestaat een gedrukte versie zonder titelblad, bijgebonden achter Rabus 1692 (Nodige Verantwoordinge; zie bibliografie). De toeschrijving door De Vet (1980:77) aan François van Bergen is onzeker, omdat uit de verschillen tussen handschrift en druk blijkt, dat de tekst van Trioen een afschrift is van de kopij die voor de druk gebruikt is. Ik laat enkele voorbeelden volgen. Hs. f. 117 quod attestor wordt dr. p. 11 attestor; hs. f. 121 of brons is dr. p. 16 weggevallen; hs. f. 124 Harlemense wordt dr. p. 18 Haarlemse; hs. f. 126 een blindelinxe wordt dr. p. 19 blindelinx; hs. f. 127 wiens wordt dr. p. 21 wien.

terug  begin  verder