[Alle vleysch is hoy, alsoo men siet]

 Alle vleysch is hoy, alsoo men siet:


[fol. 31r] origineel

 
 Want sonder Godt is sijn vermoghen niet,
 Ydel is al


[fol. 31v] origineel

 sijn leven.
 Sijn glorie is als een bloeme des gras,
 Int verdorren ras,
 Wiltet gheen aenschouwen gheven.
  


[fol. 32r] origineel

 
 Sijn glorie is als een wallemte hier,
      Als een belleken op dat water fier,
      Vol loghen unde schanden:
      Godts Woordt blijft inder eewicheydt,
      Dat nu verbreydt,
      Soo verre in alle Landen.
  
 Godts Woordt heeft inden beginnen gheweest,
      Sijn cracht, sijn macht inden Heylighen Gheest,
      Voetsel van onser Zielen:
      Die Wech, die Waerheyt, die Wijngaert-stam,
      T'onbevleckte Lam,
      Wilt dat alleenich knielen.
  
          Finis. Anno 1535.