begin  verderprepost
[p. 7]

Woord vooraf.

Dit boek heeft niet de pretentie een geschiedenis te geven van het ontstaan, het aan de macht komen en het heersen van het ‘fascisme’, een woord, dat ik gebruik, om de opvattingen en methoden, die zowel in het tegenwoordige Duitsland, als in het tegenwoordige Italië heersen, benevens de opvattingen en methoden van de geestverwanten der Duitse en Italiaanse heersers, in andere landen, aan te geven - een woord, dat juist omdat het nieuw en speciaal voor een nieuwe beweging gemaakt is, beter het bijzondere der bedoelde bewegingen, systemen, opvattingen doet uitkomen, dan b.v. het woord ‘nationaal-socialisme’.

Er is geen gebrek aan werken, die deze geschiedenis, hetzij fragmentarisch, hetzij in haar geheel behandelen. Natuurlijk zou het mogelijk zijn, een critische samenvatting te geven van de reeds bijna niet meer overzienbare litteratuur die over dit onderwerp bestaat, maar daarvoor zou een boek nodig zijn, dat enige malen de omvang van het mijne zou overtreffen.

Nog veel minder kon ik er toe overgaan een ideeën-geschiedenis van het fascisme te schrijven. Het schrijven van zo'n geschiedenis, los van de concrete maatschappij-geschiedenis, beschouw ik als een onderneming, die ongetwijfeld veel dat het lezen en het overdenken waard is, kan opleveren, maar die nooit tot een bevredigend resultaat kan leiden.

Alle pogingen in die richting bewijzen slechts, hoeveel geestelijke voorouders van het fascisme ook de meest belezen schrijvers niet blijken te kennen; en tegelijkertijd, hoe gemakkelijk het is de een of andere denker tot voorloper van het fascisme te verklaren, als men slechts de lamst van het negéren en interpreteren machtig is.

In een speciaal geval, dat van Georges Sorel, die algemeen tot de geestelijke vader van syndicalisme, bolsjewisme en fascisme werd verklaard, meen ik afdoende te hebben aangetoond, dat er geen sprake is van geestelijk vaderschap, voor zover het syndicalisme en bolsjewisme betreft, en dat, terwijl het sorélisme en

[p. 8]

het fascisme op een aantal punten overeenstemming vertonen, een onverzoenlijke tegenstelling in de hoofdzaken aanwezig is1). Wat bewijst, dat ideeën-geschiedenis - afgezien nu nog van het feit dat ze alleen maar mogelijk is als men idee en maatschappij voortdurend in contact weet te brengen - alleen waarde heeft als ze zorgvuldig en tot in détails onderzoekt en onderscheidt.

Het is dus duidelijk, dat een niet al te omvangrijk geschrift over het fascisme, noch de sociaal-politieke, noch de ideeën-geschiedenis kan geven.

Ik heb dus die sociaal-politieke geschiedenis als bekend verondersteld, en wel telkens naar concrete feiten en gebeurtenissen verwezen, doch er van afgezien ze als samenhangend verhaal te beschrijven. Ik heb, daarnaast, alleen dieideeëen besproken, die me voor de wording en voor de geestelijke inhoud van het fascisme essentieel leken te zijn. Waarom ik ze essentieel acht voor het fascisme, moet natuurlijk blijken uit het betoog, dat hierachter volgt.

Dat dit betoog er een is van een anti-fascist, zij hier vooropgesteld. Want, ofschoon ik naar objectiviteit gestreefd heb, nu dit objectieve onderzoek me geleid heeft tot een verwerping van het fascisme, niet alleen voor zoover het z'n praktijk betreft, maar ook in al z'n essentiële ideeën, zullen wel allen voor wie het fascisme een geestelijke of practische behoefte is, de objectiviteit van het onderzoek in twijfel trekken, niet begrijpend dat de bewuste en daarom zichzelf controlerende subjectiviteit waarmee ik mijn onderzoek begon en voortzette, de grootst mogelijke waarborgen biedt voor het komen tot een standpunt, dat men met recht objectiviteit mag noemen.

Mijn anti-fascisme is echter in het geheel niet van dat slag, dat alles wat zich aan argumenten en gevoelsuitstortingen tegen het fascisme aanbiedt, klakkeloos en met vreugde aanvaardt. Integendeel er is veel anti-fascisme dat ik noch als ernstig, noch als eerlijk kan aanvaarden - en er is fascisme dat ik onvoorwaardelijk als ernstig en eerlijk en dus als, voor het geestelijk leven, belangrijk erken. Dat het fascisme belangrijk is als maatschappelijke macht zal wel niemand wagen te ontkennen.

Welnu, dit in alle opzichten belangrijke fascisme, heeft recht op een ernstig onderzoek. Een onderzoek dat laat zien waarom onze we-

[p. 9]

reld het fascisme moest voortbrengen, en waarom de krachten die de groei van dit fascisme wilden belemmeren of beletten, te kort moesten schieten.

Een onderzoek naar de oorsprongen en de historische rechten van het fascisme, naar zijn plaats in de geschiedenis, naar zijn mogelijkheden, naar zijn beperkingen, begrenzingen en naar de gevaren die het voor maatschappij en cultuur in zich draagt, zo'n onderzoek is dringend nodig, juist en vooral voor anti-fascisten die beseffen, dat men zich tegenover een vijand moet kunnen rechtvaardigen, de betrekkelijke rechten die hij heeft moet durven erkennen en zich niet te hoog moet achten van hem te leren, wil men werkelijk zijn meerdere zijn of worden.

Mijn afwijzing van het totalitaire stelsel, als wereldbeschouwing en als regeringssysteem, beperkt zich niet tot het fascisme, doch omvat ook het bolsjewisme. Als ik in dit boek slechts bij uitzondering over en tegen het bolsjewisme schrijf, dan moet men dat dus niet opvatten als een blijk van genegenheid voor dat régime, doch eenvoudig als de overtuiging, dat ik na een vroegere afrekening met het bolsjewisme1) geen nieuwe meer nodig achtte, doch al m'n krachten wilde concentreren op een afrekening met het fascisme.

Dat het niet genoeg is alleen maar anti-totalitair te zijn, besef ik volkomen. Maar in de eerste plaats is het fascisme zèlf in zodanige mate anti, dat het anti-fascisme kàn bestaan in de verdediging van grootse en edele positieve waarden, en in de tweede plaats moet het mogelijk zijn, juist door onderzoek van het fascisme, de nieuwe mogelijkheden te zien die onze tijd zowel biedt als nodig heeft.

In hoever èn het critische èn het positieve deel van mijn studie geslaagd zijn, in hoever dus hier werkelijk wordt aangegeven, wat de quintessence van het fascisme is, en wat de quintessence moet zijn van het streven om boven het fascisme uit te komen, zal wel blijken uit de weerklank die mijn boek vindt.

1)Zie mijn ‘Georges Sorel; bet einde van een mythe’. (Amsterdam, 1938).
1)Zie mijn ‘Van Tsarisme tot Stalinisme. Een critische geschiedenis der Russische revolutie’ (Antwerpen, 1935).
prepost  begin  verder