‘Fascisme’, men kan het dagelijks horen, ‘is moord’, het is bovendien oorlog, het is tegelijkertijd het terugvallen in een primitieve, barbaarse geestesgesteldheid, het buiten werking stellen van rede en bezinning, om de vrije loop te laten aan alle dierlijke driften en instincten, het is een stompzinnige poging om de wereld van de groot-industrie en de Internationale economie terug te wringen in middeleeuwse gilden-vormen en nationale zelfgenoegzaamheid, het is de dood van de humaniteit en van de religie, het einde van cultuur en kunst en wetenschap, fascisme is de zelfmoord van een pervers geworden mensheid, het is het begin van de grote duisternis, de uitdoving, het Niet!
‘Fascisme’, men kan het dagelijks horen, ‘is de wedergeboorte van het idealisme’, het is een nieuwe organische levensleer, wortelend in de gezondste en krachtigste menselijke instincten, een protest tegen de bandeloosheid van een alleen intellectuele, alleen naar genot strevende wereldbeschouwing, het is de tucht van het gezonde lichaam, dat z'n natuurlijke verbondenheid met ras en volk, met land en staat weer beseft, het is de nationale orde, gebouwd op de natuurlijke verschillen tussen de begaafdheden der mensen, het is de wereldorde, geregeld volgens de kwaliteit der naties, het is het einde van de wereld der slimme sjacheraars en het begin van een nieuwe georganiseerde wereld van arbeid en talent, het begin der vernietiging van het parasiterende individualisme, het begin van de heerschappij der gemeenschap, van de gezonde vrijheid onder de koepel van een sterk gezag!
Woorden, niets dan klinkende, holle, bedrieglijke en bedriegende woorden, zeggen de tegenstanders van het fascisme weer, concentratiekampen en martelkelders, sadistische ranselaars, morfinisten, homosexuelen, losbandigen, mislukten, dieven en moordenaars, nieuwe baantjesjagers, onbekwaam, maar brutaal en hebzuchtig en ijdel, die met hun schitterende auto's langs de wegen
rijden, terwijl de grote massa zwoegt en hongert; uitmoorden van minderheden, vernietiging van zwakkere staten, walgelijk byzantinisme, heerschappij van de knuppel en van de corruptie, de oude kapitalistische uitbuiterswereld, maar ontdaan van al haar progressieve trekken, dom, brutaal en wreed.
Uiterlijkheden en overgangstoestanden, antwoorden de fascisten. Wat wij verrichten is een revolutie, en revoluties worden niet met rozenwater gemaakt; de afrekening met het verleden is niet mogelijk zonder dat haat- en wraakgevoelens naar boven komen en zich doen gelden; onzuivere elementen dringen naar voren, maar de grote stroom reinigt op den duur zichzelf; er moet nog gewerkt worden met de mensen der oude wereld en men moet soms een hoge prijs betalen voor hun nog onmisbare medewerking, maar de nieuwe generatie, volgens onze beginselen opgevoed, zal al die bijkomstigheden overwinnen, al die tekortkomingen te boven zijn; wat is een halve eeuw als men een duizendjarig rijk bouwt; en bovendien, onze revolutie heeft minder slachtoffers geëist, minder verwarring gebracht, dan welke andere ook, wij zijn op de goede weg.
Maar de tegenstanders van het fascisme blijven het antwoord niet schuldig; zij kennen de methode van het geven van wissels op de toekomst, van het beroep op eeuwen en generaties; zij weten, dat een generatie, die opgroeit te midden van beestachtigheid en corruptie niet beter kan zijn dan haar voorgangers, doch eerder nog slechter zal zijn - want haar ontbreekt zelfs dat kleine beetje idealisme, dat de eerste fascisten in hun strijd tegen de gevestigde machten nodig hadden, zij is gedwongen zich te bewegen binnen de grenzen, die door de machthebbers zijn gesteld, en waar eerbied voor de gestelde machten de opperste wet is, daar komen zij naar voren, die kunnen likken en met de ellebogen kunnen werken... En zo zou het debat kunnen voortduren, zonder ons een stap nader bij ons doel te brengen.
Ons doel? De tegenwoordige maatschappij, wier diepe, alzijdige malaise nagenoeg door niemand meer wordt ontkend, te helpen bij het vinden van de weg naar herstel en gezondheid.
Ik heb met opzet de biologisch-medische beeldspraak gekozen, omdat die op het ogenblik zo sterk in de mode is, en omdat ik daartegenover onmiddellijk wil vaststellen dat een dergelijke beeldspraak er alleen dàn mee door kan, als we haar geen andere
dan een oppervlakkige waarde toekennen. En ik zou niet graag verward worden met de eerbiedwaardige figuren, die aan de sponde van onze zieke maatschappij zitten en een diagnose van haar geestelijk lijden geven, om haar tenslotte een helleenschristelijk geneesmiddel voor te schrijven.
Over deze medische methode heeft Chesterton, lang vóór de oorlog, het nodige gezegd: ‘The hospital, by necessity, may send a man home with one leg less: but it will not (in a creative rapture) send him home with one leg extra. Medical science is content with the normal human body and only seeks to restore it’. En verder: ‘The social case is exactly the opposite of the medical case. We do not disagree, like doctors, about the precise nature of the illness, while agreeing about the nature of health. On the contrary, we all agree that England is unhealthy, but half of us would not look at her in what the other half would call blooming health’ (‘What 's wrong with the World’).
Dat is juist. Maatschappelijk herstel is niet te verkrijgen door de wereld terug te brengen tot een vaststaand normaaltype, waarvan ze te onzaliger ure afgeweken zou zijn; maatschappelijke gezondheid kan alleen worden verkregen door nieuwe, tot dusver niet bestaande functioneringsmogelijkheden te geven, door volkomen nieuwe organen te scheppen en aanwezige organen totaal te wijzigen. Maar daarover worden we het niet eens, omdat we het niet eens kunnen worden over het maatschappelijk ideaal. Een gezonde maatschappij, zoals de fascist die ziet, is half-gevangenis, half-gekkenhuis in het oog van zijn tegenstanders. En omdat de critiek op de bestaande maatschappij altijd in grote mate afhankelijk is van het maatschappelijk ideaal, dat we ons stellen en dat ons de normen geeft, waarmee we de bestaande maatschappij vergelijken, is het ook onjuist, dat er in de critiek op de bestaande maatschappij een andere dan een zeer vage, algemene en nietszeggende overeenstemming zou zijn. In dat opzicht heeft Chesterton ongelijk. Wij zijn het niet eens over de gezondheid, maar ook niet over de ziekte en nog minder over de oorzaken van de ziekte. En ons doel, een weg te vinden uit de tegenwoordige malaise, ons doel, dat alleen te bereiken is, als we kunnen uitmaken, of het fascisme juister is dan b.v. het socialisme of het liberalisme, schijnt een illusie te zijn, omdat we op deze wijze slechts terecht komen bij de ‘discussie in permanentie’, die, zoals Balzac reeds vaststelde, iedere politiek, iedere daad en beslissing uitsluit.
Willen we tot resultaten komen, dan zullen we dus een andere methode moeten aanvaarden.
We zullen ervan moeten afzien, door abstracte redeneringen uit te maken, wie van de twee, fascist of anti-fascist, gelijk heeft. We zullen moeten uitgaan van het feit, dat het fascisme er is, dat het overal in onze maatschappij ontstaat en dat het door z'n verbazingwekkend snelle groei bewijst een typisch en historischnoodzakelijk product van onze maatschappij te zijn. Het fascisme is een massa-beweging en zoals iedere massa-beweging wordt het grootste deel van z'n aanhangers gedreven door niets anders dan door de wil tot bevrediging van stoffelijke behoeften. Men kan pogen, dit te ontkennen, iedere nauwkeurige onderzoeking zal uitwijzen, dat dit het geval is, en er is geen reden, dit als een kenmerk van minderwaardigheid ener beweging te beschouwen. Zelfs de legendarische dichters, die hun zolderkamertjes tot hemelen en paleizen kunnen om-dromen, verhuizen zo spoedig mogelijk naar behoorlijke woningen, als ze de kans krijgen. En de meer normale zolderbewoners, die de vertroostingen van de droom en van de cultuur niet kennen, maar de ongemakken der zolderkamers des te beter, kan men moeilijk verwijten, dat ze tot het gemiddelde peil willen afdalen.
Het is de vraag, en ook dat moet onderzocht worden, of, en in hoever de ‘idealen’ dezer grote massa op den duur het fascistisch ideaal zullen beheersen en vervormen, precies zoals in een vorige periode de ‘idealen’ der socialistisch-gezinde arbeidersmassa's, het socialistisch ideaal der oorspronkelijke socialisten hebben vervormd. Maar voorlopig is het fascisme nog in z'n eerste faze, de eerste grote stormloop is nog bezig, en er zijn nog geen tekenen van stilstand, van het gedwongen-zijn te erkennen, dat het tempo vertraagd moet worden, van een daaruit voortvloeiende aanpassing en vervlakking. En in die eerste periode bepaalt de massa der meelopers slechts in geringe mate het karakter der beweging. Niet de meelopers, maar de voorlopers, de pioniers en de idealisten, die de kern, het hart en de ruggegraat der beweging vormen, zijn de hoofdzaak.
Wie dus het fascisme wil leren kennen, zal goed doen zich, veel meer dan met de motieven der meelopers, bezig te houden met de gevoelens en gedachten van de fascistische kern. Alleen op die wijze kan men iets leren verstaan van de aantrekkingskracht, die
de beweging op het ogenblik heeft. Want het is duidelijk, dat men er niet komt, door de beweging te verklaren uit de nood der tijden en de economisch-politieke grondslagen van die nood aan te geven. Een dergelijke ‘verklaring’ geeft alleen een duidelijker beeld van toestanden, wier bestaan door niemand ontkend wordt. Maar reeds de vraag: waarom zijn de socialistische of de communistische partijen niet, of ternauwernood, versterkt door de opstandigheid en de ontevredenheid, welke uit die ellende en ontreddering opsteeg, kan alleen beantwoord worden, als men beseft, dat ellende zonder meer slechts een toestand is, en dat de wijze, waarop de ellendigen hun ellende voelen en zich bewust worden van dat gevoel, eerst de overgang geeft van toestand naar werkende kracht. Maar ook zó is men nog lang niet aan een verklaring toe. Die begint eerst te schemeren, als men nagaat, waarom bepaalde ideeën zo snel weerklank konden vinden bij de fascistische kern, waarom de kern gereed stond om die ideeën te ontvangen. Het fascisme, zo hoort men vaak, heeft geen theorie, het is slechts een lappendeken van onklare gevoelens en onrijpe gedachten, Inderdaad het fascisme heeft geen ‘theorie’, of juister nog, het construeert zich naderhand de theorie of de theorieën die het nodig heeft. Doch een theorie is ook slechts een rationalisatie, een, schema van een gevoels- en gedachtenwereld, een theorie is gemakkelijk en overzichtelijk en in bepaalde omstandigheden goed hanteerbaar en uiterst bruikbaar. Maar een theorie is ten slotte op z'n best het bewijs van het rationeel verantwoord zijn ener bepaalde gevoels- en gedachtenwereld. Zo'n wereld kan echter bestaan en werken, geweldig en hevig werken, zonder rationeel verantwoord te zijn. En alleen de kleine rationalist meent, als hij geen theorie ontdekt of slechts een onbeholpen theorie, dat er dan ook geen gevoels- en gedachtenwereld is.
Die fout wordt ook vaak met betrekking tot het fascisme gemaakt. Men ziet een schamele theorie, zooals die van Hitler's vijf-entwintig punten, en men meent, dat men daarnaar het fascisme kan beoordelen. En men beseft niet, dat die armoedige vijf-entwintig punten slechts een bijkomstigheid zijn. ‘Hitler houdt geen politieke redevoeringen, hij filosofeert slechts’, zeiden zijn tegenstaaders geringschattend. Maar hij kon filosoferen, omdat hij een filosofie, een gevoels- en gedachtenwereld, een wereldbeschouwing had. En dat ‘filosoferen’ kon indruk maken, omdat zij, die later de fascistische kern zouden vormen, in diezelfde sfeer leefden,
terwijl ook een deel van de meelopers in meerdere of mindere mate verbonden was met die wereldbeschouwing.
Wat dus nodig is, wil men over liet fascisme kunnen oordelen, dat is, dat men doordringt in de gevoels- en gedachtenwereld van het fascisme, in plaats van zich tevreden te stellen met een critiek der fascistische theorie. Men moet die fascistische wereld kennen, want daaruit komt het gevaar voor onze wereld op, daarin wortelt de kracht van onze vijanden.
En dan is er nog iets.
Die aanval op onze wereld zou niet dat fenomenale succes gehad hebben, als onze wereld niet in vele opzichten aanvechtbaar ware geweest. En met onze wereld bedoel ik nu niet alleen en zelfs niet in de eerste plaats de bestaande toestanden en de heersende machten. Dat die aanvechtbaar, ja onhoudbaar zijn, is bijna een gemeenplaats. Maar met onze wereld bedoel ik ook de wereld van die vijanden der bestaande orde, die zich al gereed maakten, haar opvolgers te worden. Zij, wier historische rechten op de toekomst reeds onwrikbaar vast stonden, naar zij zelf meenden, en naar bijna ieder meende. Zij zijn in vele gevallen, terwijl zij reeds vlak vóór de zege meenden te staan, neergeveld door een plotseling opkomende vijand, door het fascisme. Men kan dit zo ‘verklaren’, dat men het fascisme eenvoudig als hulptroep en trawant van de thans heersende orde, de kapitalistische, beschouwt. Met een dergelijke verklaring echter, we zullen dit later aantonen, snijdt men zich de weg tot ieder begrip en iedere kennis af.
Beschouwt men echter het fascisme als een nieuwe, of in vele opzichten nieuwe macht, dan is zijn groei slechts te begrijpen, als men aanneemt, dat het fascisme, bij zijn aanval op het socialisme, een deel van zijn successen te danken had, niet aan eigen kracht, maar aan de fouten, de gebreken, de zwakheden van het socialisme. En dit wordt nog belangrijker, als wij zien, dat het fascisme zèlf overal als sociale, als een andere socialistische beweging optreedt. We staan dan midden in de strijd tussen twee socialisme uit verschillende wereldbeschouwingen voortgekomen.
Maar als dat het geval is, dan is dat duel der twee socialismen, het duel van marxisme en fascisme, wel degelijk tot een andere oplossing te brengen dan het eeuwigdurend debat. Dan is de vraag, die men stellen moet, niet: Wie van de twee heeft gelijk? maar: Waar ligt, buiten die twee, een wereldbeschouwing, die
en het traditionele marxistische socialisme, èn de noodzakelijke kritiek hierop (die een der elementen van het fascisme is) tot zijn recht doet komen, een wereldbeschouwing, die haar aanspraken op de toekomst niet wil afleiden uit de onmogelijke positie van ‘boven de partijen’ te staan, maar uit de enig mogelijke positie, van beide partijen te kennen en in hun juiste betekenis te zien - en daarna partij te kiezen, met kennis van zaken. Partij te kiezen voor geen van de bestaande, maar voor een nieuwe, nog te scheppen ‘partij’ die méér is dan een traditie en méér ook dan de eenzijdige verblinde critiek op die traditie.
Anders gezegd: het traditionele socialisme wortelt in een wereldbeschouwing, die niet meer van onze tijd is, maar dat wil nog niet zeggen, dat het fascisme, schoon onmiskenbaar van onze tijd, een wereldbeschouwing zou hebben, die wèl van onze tijd is; het bevat op zijn best enige elementen, die in een moderne wereldbeschouwing niet mogen ontbreken, maar het heeft die elementen, door ze te isoleren en te overvoeden, zo wanstaltig gemaakt, dat ze voor tallozen zelfs niet meer te herkennen, laat staan te waarderen, zijn. Niettemin geeft een nauwkeurig onderzoek van het fascisme inzicht in gevoelens en verlangens, in meningen en opvattingen, die essentieel zijn voor iedere maatschappelijke beweging, die toekomst wil hebben. Alleen door het fascisme te bestuderen kunnen wij tot het inzicht komen van wat onze tijd nodig heeft, want het fascisme is het, tot een haatgrijns verwrongen en verstarde, gezicht van de verlangens en behoeften van onze tijd. Maar wat onbruikbaar en dodelijk is in z'n fascistische vorm, dat is noodzakelijk en weldadig, als het in een ander verband tot een normale werking kan komen.
Tegenover de fascistische wereldbeschouwing, die dus de mismaakte wereldbeschouwing van onze tijd is, moet de werkelijke bij onze periode behorende wereldbeschouwing gesteld worden en uit het voorafgaande volgt, dat die wereldbeschouwing eveneens staat tegenover heel veel van de elementen van het traditionele socialisme. Zien we het fascisme als een noodzakelijk, maar eenzijdig, mismaakt en mislukt protest tegen de oude kapitalistische en socialistische wereld, dan is nodig: niet het afwijzen van dat protest, maar het opstellen van het gerechtvaardigd protest, het formuleren van de wereldbeschouwing die het fascisme heeft willen, maar niet heeft kunnen geven.
Naast de grote vraag: ‘Waarom was het protest nodig? En wat
moet de werkelijke inhoud ervan zijn?’ komt dan de minder belangrijke vraag: waarom moest het fascistisch protest een mislukking worden? Minder belangrijk, omdat de hoofdzaak niet is te ontdekken, wat er rot in en aan het fascisme is, want dat hebben de critici van democratische en socialistische kant reeds onophoudelijk en overvloedig aangetoond, maar te ontdekken, wat er sterk, gezond en waar aan het fascisme is.
Want daaraan heeft het fascisme een groot deel van z'n successen te danken. Daardoor was het in staat, een kern van overtuigden en idealisten te winnen, daardoor was het in staat, massa's met zich mee te slepen.
Natuurlijk, men kan dit van de aanvang af ontkennen, men kan in het fascisme alleen een speculeren op alles wat slecht en laag is, zien, en men kan de millioenen aanhangers van het fascisme als geesteszieken, als losgebroken wilde dieren, als gevaarlijke krankzinnigen beschouwen. Komt men op die manier verder? Als men de millioenen-aanhang van de socialistische of liberale, conservatieve of religieuze partijen gaat beschouwen, komt men dan werkelijk tot de conclusie, dat de massa, die vóór 1920 of 1930 altijd verstandig was, na 1920 of 1930 plotseling gek geworden is? Maar zelfs als dat het geval mocht zijn, blijft het feit bestaan, dat de fascisten er niet alleen in geslaagd zijn, zich aan het hoofd dier massa te stellen, maar ook, die massa in bedwang te houden, aan zich te onderwerpen. En daardoor is het probleem van de fascistische kern toch weer een ander dan dat van de massa's, die deze kern heeft weten te gebruiken en aan zich ondergeschikt te maken. Hoe belangwekkend de psychologie der meelopers ook is, de psychologie van de kern is nog belangwekkender.
Met die fascistische kern zullen we ons dus in hoofdzaak bezig houden. Uit haar sterke kanten en uit haar zwakke zijden zullen wij pogen af te leiden: een wereldbeschouwing en een politiek, die niet, zoals de fascistische, op sommige punten, een uitdrukking is van de behoeften van deze periode, maar die een integrale uitdrukking dezer behoefte is.
Zo alleen komt men werkelijk boven het fascisme uit. Alleen deze vorm van critiek is van waarde en is in wezen een dodelijke critiek. En daarom is het ons te doen, want we willen het geen ogenblik verbergen: we zijn doodsvijanden van het fascisme. Doch wij haten het fascisme, zoals wij ook het stalinisme-bolsjewisme haten, niet omdat het alleen maar iets slechts is, doch omdat het de
pervertering van zoveel goeds is. Hoe verschillend hun oorsprong en ontwikkeling ook, alle twee, Stalinisme en fascisme, zijn vervalste en verknoeide socialismen, alle twee zijn ze ook protesten, zowel tegen het reformistisch socialisme, als tegen de kapitalistische maatschappij, protesten tegen de levenssfeer van de kleinburgerlijke arbeiders en van de groot-burgerlijke speculant. Dat protest te verdiepen, het van zijn eenzijdigheid te ontdoen, het alzijdig en constructief te maken, dat is de enige mogelijkheid om boven het fascisme - en het bolsjewisme - uit te komen. Dat is de weg die wij, in deze studie, zullen inslaan, de enige weg ook om boven het eindeloze en vruchteloze debat uit te komen. Die weg brengt met zich mee, dat wij de gangbare, gemakkelijke en populaire bestrijding van het fascisme versmaden en dat we niet zullen aarzelen, het fascisme in tal van gevallen en tot op een bepaalde hoogte gelijk te geven. Ja, wij erkennen het fascisme als een gelijkwaardig tegenstander, om het des te zekerder te kunnen treffen en te kunnen doden.
Maar deze methode zal ongetwijfeld niet de instemming hebben van degenen, die menen, dat bestrijding van het fascisme slechts mogelijk is, als men het fascisme ‘ontmaskert’ als een schurkerij zonder weerga, een volksbedriegerij, zo grof, dat men niet begrijpen kan, hoe ooit iemand erin is gelopen, of zo geraffineerd, dat het onverklaarbaar is, hoe de fascisten zelf niet in al hun strikken verward zijn geraakt. Volgens deze lieden is er slechts één houding ten aanzien van het fascisme: men moet het als één, in alle opzichten negatief, blok, verwerpen. Wie dat weigert, wordt van fascistische sympathieën beschuldigd, wordt beschouwd als een onbruikbare aarzelaar, onbetrouwbaar als bondgenoot in een strijd, waarbij het om dood of leven gaat, of erger nog, als een verrader, die achterdeurtjes opent voor de fascistische vijand en die de goede anti-fascistische strijdgeest verzwakt.
Welnu, ik heb maling aan die goede anti-fascistische strijdgeest, ze is niets anders, dan een gebrul der anti-fascistische massa's, even stompzinnig als het gebrul der fascistische massa's, en men zou dat gebrul nog kunnen dulden, als het enige waarde had als strijdmiddel tegen het fascisme. Dat is echter allerminst het geval. Het democratische gebrul heeft nog alleen maar tot fascistische triomfen geleid; het ‘revolutionaire’ Volksfrontgebrul, zal, als het niet dezelfde resultaten heeft, alleen maar leiden tot de ‘dictatuur van het proletariaat’, tot de triomf van Stalinisten
of hun geestverwanten, een toestand die geen haar beter is dan de triomf der fascisten, en die, na 25 jaar, ook geen haar meer ervan verschillen zal.
Dat de democraten het winnen van de fascisten, dat zou ik toejuichen en ik zou er gaarne aan meewerken, als ik niet wist, dat de democraten, zoolang ze blijven wat ze op het ogenblik zijn, en in de afgelopen periode geweest zijn, onmogelijk kùnnen winnen, omdat hun wereldbeschouwing, hun inzicht en hun kracht, op een aantal beslissende punten een tekort vertonen, een tekort, dat men slechts kan begrijpen en kan verhelpen, als men het fascisme ernstig bestudeerd heeft.
Een overwinning van de z.g. revolutionairen, d.w.z. in laatste instantie van de Stalinisten op de fascisten, heeft niet de minste betekenis voor allen, die het verblijf in een Siberisch Concentratiekamp niet verkiezen boven dat in een Pommers Concentratiekamp. Een overwinning der anti-fascisten heeft alleen dàn betekenis, als die anti-fascisten iets anders en iets meer zijn dan de fascisten. En trouwens, alleen in dat geval is zo'n overwinning mogelijk.
De meningen echter van een groot deel der lieden, die zich zelf voor anti-fascisten houden, maar die in werkelijkheid op z'n best verouderde democraten, op z'n slechtst óók fascisten, (van lompen-proletarischen huize) zijn, laten me dus koud, omdat ik de strijd tegen het fascisme van den aanvang af zie als een strijd, die I eveneens tegen deze elementen gevoerd zal moeten worden, een strijd die gericht is tegen al het verouderde en al het vervuilde, en ook tegen alles, wat weliswaar nieuwe elementen bevat, maar zoo vermengd met het verouderde en vervuilde, dat het als geheel waardeloos en schadelijk is.
Ook ik verwerp het fascisme als geheel, maar ik verwerp het, wetend, dat het naast veel oude rottigheden en nieuwe rottigheden, ook nieuwe elementen van waarde bevat, en dat het voor een belangrijk gedeelte juist aan dit nieuwe zijn buitengewone aantrekkings- en werfkracht dankt.
Zij, die het fascisme willen bestrijden en overwinnen, zullen vooral ook deze kanten van het fascisme moeten kennen, omdat alleen een onderzoek naar wat nieuw, noodzakelijk en levenskrachtig in het fascisme is, de weg kan wijzen naar een nieuwe wereldbeschouwing, die de meerdere is van die der fascisten. Wie meent, dat de overwinningen der fascisten alleen maar veroorzaakt zijn door
meerdere brute kracht en meerdere demagogische geslepenheid, vergist zich. Die brute kracht, en die demagogie hebben hun rol gespeeld, maar het is huichelarij om het te doen voorkomen, alsof de anti-fascisten ze ooit versmaad zouden hebben. Op z'n best was de politieke machtsstrijd er een, waarbij beide partijen beproefden, zoveel mogelijk brute kracht en demagogie aan hun eigen kant te concentreren, om er den tegenstander mee te verpletteren. Als de fascisten hierbij de overhand hadden, dan is er ook op dat gebied nog iets van hen te leren, want dat ze er in slaagden, dat bewijst ook, dat ze de stukken op het schaakbord der politiek het best wisten te hanteren, dat wil zeggen, dat ze de beste schakers waren, de wereldbeschouwing hadden, die, in het veld der practijk, superieur was aan die van hun tegenstanders. Wie verliest, heeft altijd op een aantal punten ongelijk en wie in de politiek verliest, heeft altijd ongelijk op een aantal punten van wereldbeschouwing. Wie dat niet erkennen wil, zal er nooit in slagen, de tegenstander te verslaan. In deze studie wordt zonder aarzelen erkend, dat en waar het fascisme gelijk had, boven het traditionele socialisme, de democratie en het kapitalisme uit. En met die methode proberen we hier de weg te vinden, om boven het fascisme uit te komen. Nogmaals, dat is een erkenning, dat we er nog niet boven uit zijn. En ook een erkenning, dat het niet gemakkelijk is, er boven uit te komen.
Wie meent, dat hij niets van het fascisme te leren heeft, wie meent, dat hij de overwinning op het fascisme al in zijn zak heeft, zal dus deze studie als overbodig voelen. Wat ons betreft, wij voelen zijn belangstelling als overbodig, en we hebben dus bij voorbaat willen waarschuwen tegen de verwachting, dat men hier een brok anti-fascisme van het oude bekende merk zal krijgen, dat er als zoete traditionele koek ingaat.
Wij waarschuwen nogmaals. Er zullen hier vele harde en bittere dingen gezegd worden aan het adres van onze vrienden, de anti-fascisten, de democraten, liberalen en socialisten. Er zal hier met respect gesproken worden over de gevoels- en gedachtenwereld van onze vijanden, de fascisten. Wie daar niet tegen kan, moet dit boek niet lezen. Het heeft geen zin voor hem, wat hij zou er alleen maar opgewondener en troebeler door worden dan hij al is. Het heeft geen zin voor ons, want hopeloze zieken zijn niet meer te genezen.
Alleen wie de mogelijkheid erkent, dat onze methode tot belang-
wekkende resultaten zou kunnen leiden, alleen wie erkent, dat het fascisme een ernstige zaak is, die onderzocht moet worden door mensen die willen beginnen met aan te nemen, dat het fascisme zijn geheimen heeft, die men moet pogen op te sporen, dat het zijn waarden heeft, die men moet pogen te overtreffen, dat het een antwoord geeft op vragen, waarop tot dusver geen ander een zo goed antwoord gaf, en dat alleen het afluisteren van die fascistische gesprekken ons in staat zal stellen, een nog beter antwoord te geven, alleen zij zullen zich voor deze studie interesseeren. En zij zullen mij ook deze lange inleiding vergeven, die nodig was om de sfeer aan te geven, van het hier volgend onderzoek, en om vriend, half-vriend en vijand te waarschuwen, opdat allen bij voorbaat weten, welke maatstaven zij moeten aanleggen bij het waarderen, negéren of afwijzen van dit boek.
Of zo'n waarschuwing, misverstand en verkettering zal voorkomen betwijfel ik, maar de strijd tegen het fascisme is zó ernstig, dat men in ieder geval moet proberen, van het begin af aan duidelijk te maken, dat de strijd, die hier gevoerd wordt, wel anders is, dan die met welke men gewoonlijk in aanraking komt, doch dat ze daarom niet minder dan die andere strijdmethode de bedoeling heeft den vijand in het hart en in het hoofd te treffen. Als men bij voorbaat van die ernst overtuigd is, zal men ongetwijfeld deze studie anders lezen en er misschien ook iets uit leren.