De geschiedenis der ontdekkingen van planeten


auteur: Friedrich Kaiser


bron: Friedrich Kaiser, De geschiedenis der ontdekkingen van planeten. J.C.A. Sulpke, Amsterdam 1851  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

De geschiedenis der ontdekkingen van planeten

Friedrich Kaiser

bron

Friedrich Kaiser, De geschiedenis der ontdekkingen van planeten. J.C.A. Sulpke, Amsterdam 1851

codering DBNL-TEI 1
dbnl-nr kais003gesc01_01
logboek

- 2008-12-04 CB colofon toegevoegd

verantwoording

gebruikt exemplaar

exemplaar universiteitsbibliotheek Nijmegen, signatuur: 172 C 11

 

algemene opmerkingen

Dit bestand biedt, behoudens een aantal hierna te noemen ingrepen, een diplomatische weergave van De geschiedenis der ontdekkingen van planeten van Friedrich Kaiser uit 1851.

 

redactionele ingrepen

Bij de omzetting van de gebruikte bron naar deze publicatie in de dbnl is een aantal delen van de tekst niet overgenomen. Hieronder volgen de tekstgedeelten die wel in het origineel voorkomen maar hier uit de lopende tekst zijn weggelaten. Ook de blanco pagina's (p. I, II en XXX) zijn niet opgenomen in de lopende tekst.

 

[pagina III]

DE GESCHIEDENIS

DER

ONTDEKKINGEN VAN PLANETEN,

ALS EEN TAFEREEL

VAN

HET WEZEN EN DEN TOESTAND DER STERREKUNDE,

IN DE TAAL VAN HET DAGELIJKSCHE LEVEN VOORGEDRAGEN,

DOOR

F. KAISER,

hoogleeraar te leiden.

TE AMSTERDAM,

BIJ J.C.A. SULPKE.

1851.

 

[pagina IV]

GEDRUKT BIJ J.C. LA LAU TE LEIDEN.

 

[pagina XV]

BLADWIJZER.


EERSTE HOOFDSTUK.
 
de oude meeningen omtrent het bestaan van nog onontdekte planeten.
Bladz. 1-43.
 
Inleidende vermelding van het gewigt der geschiedenissen, in dit boek algemeen verstaanbaar voorgedragen.
Bladz. 1-4.
 
De oudste meeningen omtrent de planeten, tot aan den tijd van Keppler.
Bladz. 4-11.
 
  Bladz.
De eerste onderscheiding tusschen vaste sterren en planeten 4.
Het getal der planeten bij de ouden bekend, en hunne meening omtrent het stelsel dat zij vormen 5.
De namen door de ouden aan de planeten gegeven. Door copernicus werd, in onze aarde, eene nieuwe planeet aan het stelsel toegevoegd 7.
Keppler was de eerste, die het bestaan van eene nog onontdekte planeet vermoedde. Dit vermoeden, dat hij zelf in lateren tijd bestreed, is met de ontdekking zijner wetten naauw verbonden 9.

 

 

[pagina XVI]


De geschiedenis van de ontdekking der wetten van Keppler.
Bladz. 11-34.
 
  Bladz.
Blik op het leven en het werken van keppler 11.
Zonderlinge meening van keppler, die zijne verrigtingen ten leiddraad strekte 12.
Meeningen van keppler omtrent de spheren, welke de ouden aan de planeten en de vaste sterren toekenden 14.
Het eerste zoeken van keppler, naar eene wet van schoonheid, tusschen de afstanden der planeten, bragt hem op het vermoeden, dat twee planeten aan het zonnestelsel ontbraken. Hij kwam van dit vermoeden terug, toen hij meende, dat het zonnestelsel naar de vijf regelmatige ligchamen geschapen was 15.
Verklaring van de regelmatige veelhocken 17.
Verklaring van de vijf regelmatige ligchamen 18.
Verklaring van de wet van schoonheid aan de regelmatige ligchamen ontleend, naar welke keppler meende dat de afstanden der planeten tot de zon geregeld waren 22.
Die wet kon aan den bouw des zonnestelsels niet getoetst worden, tenzij men den vorm van de loopbanen der planeten bepaalde 24.
Keppler verbond zich aan tycho, om diens waarnemingen, voor de bevestiging van zijne vermeende wet van schoonheid, te kunnen aanwenden, en ontdekte langs dien weg zijne twee eerste wetten 26.
Dé wet van schoonheid, aan de regelmatige ligchamen ontleend, kon den bouw des zonnestelsels niet volkomen verklaren, daarom zocht keppler eene tweede wet van schoonheid in de leer der harmonie 28.
Verklaring van de harmonie des hemels naar keppler, en van de wijze, waarop dit droombeeld hem voerde naar de ontdekking van zijne derde wet 30.
Aanmerkingen omtrent de ontdekking der wetten van keppler, naar haren oorsprong en beteekenis 32.
 
De meeningen omtrent het bestaan van nog onontdekte planeten na den tijd van Keppler.
Bladz. 34-41.
 
De ontdekkingen en meeningen van galilei en huygens 34.
De meeningen van wolf, lambert en kant 36.
De wet van titius. Hare geschiedenis en invloed op het vermoeden, dat eene planeet was onbekend gebleven 38.
Nadere beschouwing van de wet van titius, en het regtmatige van den genoemden invloed 40.

 

 

[pagina XVII]


TWEEDE HOOFDSTUK.
 
de ontdekking van de planeet uranus.
Bladz. 43-111.
 
De kenmerken, door welke de planeten zich kunnen of moeten verraden.
Bladz. 43-52.
  Bladz.
Noch in den bouw des zonnestelsels, noch in de grondkracht die het beheerscht, kunnen wij hulpmiddelen vinden, om op het spoor van nog onbekende planeten te geraken 43.
De planeten zijn niet altijd door haar voorkomen te kennen 47.
De beweging is het eenige onfeilbare kenmerk, waardoor de planeten zich van vaste sterren onderscheiden 50.
 
De geschiedenis der ontdekking van Uranus.
Bladz. 52-89.
 
De planeet Uranus het eerst door herschel als eene komeet aangekondigd 52.
Eerste poging om de loopbaan dier vermeende komeet te bepalen 55.
Het hemellrcht deed zich, door zijn voorkomen en zijne beweging, als een planeet kennen, en daardoor werd de algemeene aandacht op herschel gevestigd 56.
Korte schets van den levensloop van herschel, tot aan de ontdekking der planeet Uranus 59.
Eene stelselmatige doorzoeking van den hemel deed herschel, geholpen door de kracht van zijne teleskopen, de planeet Uranus ontdekken 61.
De ontdekking van Uranus deed herschel, in Koning george iii, eenen beschermer vinden, door wiens tusschenkomst hij zich geheel aan de sterrekunde kon toewijden 64.
De namen, die men aan de nieuwe planeet gegeven heeft, en van welke ten laatste alleen die van Uranus is behouden gebleven 66.
De eerste onderzoekingen, de schijnbare en ware beweging der planeet Uranus betreffende 67.
De eerste pogingen om de storingen te bepalen, die Uranus ondergaat en teweegbrengt 71.
De wachters van Uranus door herschel ontdekt 74.
Latere onderzoekingen, de wachters van Uranus betreffende, door den jongeren herschel en lamont 77.

 

 

[pagina XVIII]


  Bladz.
Vermoedelijk bestaan van negen wachters van Uranus, naar lassell, o. struve en dawes 78.
Uranus werd, lang vóór hare ontdekking als planeet, door flamsteed en mayer waargenomen 81.
Oude waarnemingen op Uranus. in de dagboeken van bradley en lemonnier gevonden 83.
Talrijke waarnemingen op Uranus, door flamsteed en lemonnier, vóór hare ontdekking als planeet, vobragt, en eerst veertig jaren na die ontdekking opgemerkt 85.
Opmerkingen aangaande de waarnemingen op Uranus, die vóór hare ontdekking als planeet hebben plaats gehad 87.
 
De teleskopen van Herschel en zijnen tijd.
Bladz. 89-111.
 
De teleskopen door herschel vervaardigd, vóór de ontdekking van Uranus. 89.
De veertigvoets teleskoop door herschel vervaardigd, onder begunstiging van Koning george iii. 90.
De voornaamste teleskopen door herschel aan anderen afgeleverd 92.
Pogingen der Franschen, om, zonder de hulp van herschel, groote teleskopen te vervaardigen 95.
Geschiedenis des teleskoops van noël en caroché 97.
Het metaal der spiegels van teleskopen. Pogingen der Franschen om die uit platina te vervaardigen 102.
Herschel vond waardige mededingers in schrader en schröter 105.
De strijd om den voorrang, tusschen de kijkers uit glazen zamengesteld en de spiegelteleskopen 107.
 
DERDE HOOFDSTUK.
 
de ontdekking der planeten ceres, pallas, juno en vesta.
Bladz. 111-209.
 
Het vermoeden, dat eene nog onbekende planeet moest bestaan, en de pogingen om haar te vinden.
Bladz. 111-117.
 
Het gevoelen, dat tusschen de loopbanen van Mars en Jupiter nog eene planeet moest bestaan, werd door de ontdekking van Uranus  

 

 

[pagina XIX]


  Bladz.
verlevendigd. Pogingen van von zach, lalande, burckhardt en délambre 111.
De vereeniging van Lilienthal, die de nog onontdekte planeet zoude opsporen 114.
 
De ontdekking van Ceres.
Bladz. 117-149.
 
De plaatsbepalingen van vaste sterren, die de nog onbekende planeet hadden kunnen verraden 117.
De waarnemingen van piazzi, die hem eene bewegelijke ster deden ontdekken 118.
De eerste pogingen om de loopbaan dier bewegelijke ster, uit de ruwe opgaven van piazzi, afteleiden. De eerste meeningen omtrent hare natuur. 122.
Piazzi deelde zijne waarnemingen, in vertrouwen, aan slechts weinige sterrekundigen mede 124.
Burckhardt berekende de loopbaan, uit drie waarnemingen 126.
Het nieuwe hemellicht, ook door piazzi, voor eene planeet verklaard. De naam der nieuwe planeet 128.
Bespiegelingen tot welke de planeet, in het tijdvak van hare onzigtbaarheid, aanleiding gaf 130.
De planeet werd vruchteloos gezocht, toen men meende haar te zullen wedervinden. Spot der menigte met de teleurstelling der sterrekundigen 133.
De eerste onderzoekingen van gauss, de loopbaan der planeet Ceres betreffende 137.
De planeet door von zach en olbers wedergevonden en daarna door velen waargenomen 140.
De latere waarnemingen en berekeningen tot welke Ceres aanleiding gaf. 143.
Het uitwendig voorkomen der planeet Ceres. De ongegrondheid van het vermoeden, dat zij in eenen nevel gehuld zoude wezen 146.
 
De ontdekking van Pallas.
Bladz. 149-167.
 
De ontdekking van Ceres deed vermoeden, dat geene onbekende planeten meer konden zijn overgebleven 149.
De wijze waarop olbers de planeet Pallas ontdekte 151.
De eerste onderzoekingen de planeet Pallas betreffende 153.
De verwarring tot welke de planeet Pallas, zonder de tusschenkomst van gauss, aanleiding had kunnen geven 156.
De methode van gauss, met schitterende gevolgen, op de planeet Pallas toegepast 157.
De verdere bespiegelingen, tot welke de planeet Pallas aanleiding gaf. 160.
De stelling van olbers omtrent den oorsprong der twee kleine planeten 164.

 

 

[pagina XX]


De ontdekking van Juno.
Bladz. 167-182.
 
  Bladz.
De zamenhang tusschen de ontdekkingen in de sterrekunde, door de nieuw ontdekte planeten aangetoond 167.
De behoefte aan uitvoerige sterrekaarten, om de planeten Ceres en Pallas te kunnen vinden 169.
Harding heeft de vervaardiging van zulke kaarten ondernomen 171.
De zodiaken der kleine planeten, bij welke harding zich bepalen kon. 173.
Harding, zijne eerste kaart bij den hemel vergelijkende, ontdekte eene nieuwe planeet 175.
Berekeningen van gauss de nieuwe planeet betreffende, welke den naam van Juno ontving 176.
Verdere onderzoekingen de planeet Juno betreffende 178.
 
De ontdekking van Vesta.
Bladz. 189-194.
 
De bijzonderheid dat drie planeten waren ontdekt, die denzelfden rang in het zonnestelsel bekleeden. Nadere beschouwing der stelling van olbers 182.
Olbers, naar aanleiding van zijne stelling, nog onbekende planeten regtstreeks opsporende, mogt eene vierde kleine planeet ontdekken. Berekeningen van gauss aangaande die planeet, welke den naam van Vesta ontving 186.
De waarnemingen op Vesta. Verval der sterrekunde in Frankrijk. Dood van lalande 188.
Bijzonderheden aangaande de vier kleine planeten. Vruchtelooze poging om een grooter getal van die ligchamen te vinden 191.
 
Het gewigt van de ontdekking der vier kleine planeten.
Bladz. 194-209.
 
Het gewigt van de ontdekking der vier kleine planeten, in het algemeen 194.
Het gewigt van de ontdekking der vier kleine planeten, door haren regtstreekschen invloed op de volmaking der sterrekunde. Door haar werd de bepaling van de loopbanen der hemellichten verbeterd 197.
De nieuwe planeten hebben gewigtige onderzoekingen uitgelokt, de storingen der hemellichten betreffende 200.
Middelijken invloed van de nieuw ontdekte planeten op den voortgang der sterrekunde 205.

 

 

[pagina XXI]


VIERDE HOOFDSTUK.
 
de ontdekking der planeten astraea, hebe, iris, flora, metis, hygieia en parthenope.
Bladz. 209-486.
 
De werkzaamheden der sterrekundigen, die nieuwe ontdekkingen van planeten hebben voorbereid.
Bladz. 209-254.
  Bladz.
In weerwil van de vruchtelooze pogingen en aanleidingen, om nog onbekende planeten te ontdekken, bleven de sterrekundigen geloof hechten aan haar bestaan 209.
Omstandigheden, die het bestaan van nog onontdekte planeten waarschijnlijk maakten, in het acht-en-dertigjarige tijdvak, gedurende hetwelk geene is ontdekt geworden 212.
Het eenvondigste hulpmiddel om op het spoor van onbekende planeten te komen, bestaat in uitvoerige afbeeldingen van den hemel. Zij vorderen een' tweeledigen arbeid, de plaatsbepaling der meer heldere en de afteekening der kleinere sterren 216.
De plaatsbepaling van omtrent vijftig duizend sterren, door de twee sterrekundigen lalande 219.
De plaatsbepaling van omtrent zeventig duizend sterren door bessel 223.
De plaatsbepaling van daizendtallen van sterren, door lamont, argelander en anderen 226.
Het gewigt dier ondernemingen voor de sterrekunde in het algemeen, ook als grondslagen van uitvoerige afbeeldingen des hemels 230.
De oorsprong der Berlijner sterrekaarten 236.
De voortgang der Berlijner sterrekaarten 240.
Kritische beschouwing der Berlijner sterrekaarten 242.
De kaarten, uitsluitend bestemd voor het opsporen van nog onbekende planeten, wier vervaardiging werd aanbevolen door valz en ondernomen door hind en bishop 250.
 
De ontdekking van Astraea.
Bladz. 254-290.
 
De Astronomische Nachrichten en de circulairen uit Altona, in hare betrekking tot de jongste sterrekundige ontdekkingen 254.
De eerste circulaire, betreffende eene nieuwe planeet, ontdekt door hencke te Driessen. De wijze waarop die ontdekking heeft plaats gehad 260.

 

 

[pagina XXII]


  Bladz.
Eerste waarnemingen en berekeningen, de nieuwe planeet betreffende, uit welke bleck, dat zij tot de groep der, in het begin van deze eeuw, ontdekte planeten behoorde 263.
Verdere bemoeijingen met de nieuwe planeet, tot welke de laatste openlijke mededeeling van bessel behoort 264.
Her verband tusschen de nieuwe ontdekking en de vroegere van dien aard. De naam Astraea. Belooningen hencke toegewezen 268.
Beoordeeling van den vooruitgang der sterrekunde, uit de bemoeijingen met de planeet Astraea blijkbaar 271.
Het geschil tusschen twee beroemde sterrekundigen, tot hetwelk de eerste waarnemingen omtrent Astraea aanleiding gaven 275.
De verdere onderzoekingen de planeet Astraea betreffende 284.
 
De ontdekking van Hebe.
Bladz. 290-311.
 
De rijkdom van het jaar 1846 in nieuw ontdekte hemellichten. De reden waarom aan de ontdekking der planeet, welke het opleverde, in dit boek, een afzonderlijk hoofdstuk wordt toegewijd 290.
Rijkdom van het jaar 1847 in nieuw ontdekte planeten. De ontdekking van eene nieuwe planeet, door hencke, op den 1sten Julij van dat jaar 294.
De eerste onderzoekingen omtrent de nieuwe planeet 296.
Gauss gaf aan de nieuwe planeet den naam van Hebe. Nieuwe eerbewijzen door hencke ontvangen 298.
De verdere onderzoekingen de planeet Hebe betreffende 302.
Overwegingen, tot welke de ontdekkingen der planeten Astraea en Hebe aanleiding geven 307.
 
De ontdekking van Iris.
Bladz. 311-333.
 
Het regt van Duitschland en Engeland op de ontdekking van eene planeet. Eindelijke ontdekking van eene planeet in Engeland door hind te Londen. De wijze der ontdekking van deze planeet, welke den naam van Iris verkreeg 311.
Het gewigt van eene nadere kennisneming van de verrigtingen, tot welke de jongst ontdekte planeten aanleiding hebben gegeven. Iris is tot die meer uitvoerige beschouwing gekozen 315.
Overzigt over de waarnemingen, volbragt op de planeet Iris, gedurende het eerste tijdvak van hare zigtbaarheid 318.
Nadere beschouwing van die waarnemingen 318.
De voorloopige bepalingen der loopbaan, gedurende het eerste tijdvak van de zigtbaarheid der planeet 320.

 

 

[pagina XXIII]


  Bladz.
Overzigt over die bepalingen. Vermelding van andere berekeningen, omtrent de planeet Iris in dat tijdvak ondernomen 322.
De onderzoekingen omtrent de planeet Iris, in de tijdruimte tusschen hare beide eerste verschijningen volbragt 326.
Het wedervinden der planeet Iris in het jaar 1848, en de onderzoekingen, tot welke zij daarna aanleiding gaf 330.
 
De ontdekking van Flora.
Bladz. 333-369.
 
De ontdekking van Flora door hind, op den 18den October 1847 333.
De eerste waarnemingen en berekeningen omtrent Flora. De onderzoekingen van brünnow te Bilk bij Dusseldorp 336.
Geschiedenis van het observatorium te Bilk bij Dusseldorp, tot aan den dood van renzenberg 338.
Latere geschiedenis van dat observatorium 343.
Verslag van de berekeningen door brunnow, aangaande de planeet Flora ondernomen 345.
De belooningen hind en bishop toegewezen, voor de ontdekking van Iris en Flora 350.
De ontdekking der planeten Iris en Flora geeft aanleiding tot eenige inlichtingen, omtrent het observatorium te Leiden. De geschiedenis van dat observatorium, tot aan de veranderingen, welke het omstreeks het jaar 1818 onderging 353.
De geschiedenis van het observatorium te Leiden, van zijne verandering omstreeks het jaar 1818, tot aan die in het jaar 1837 356.
Het observatorium te Leiden, in zijn' tegenwoordigen toestand, als hulpmiddel voor het onderwijs 360.
Het observatorium te Leiden, als hulpmiddel voor het volbrengen van sterrekundige waarnemingen 364.
 
De ontdekking van Metis.
Bladz. 369-423.
 
Het observatorium van e. cooper te Markree-Castle in Ierland. Zijne geschiedenis en merkwaardige werktuigen 369.
De ontdekking van eene nieuwe planeet, op den 25sten April 1848, door graham, op het observatorium van cooper 376.
De waarnemingen en berekeningen, tot welke deze planeet, Metis genaamd, aanleiding gaf 379.
De onderzoekingen aangaande de planeet Metis volbragt in Noord-Amerika, en de toestand der sterrekunde daar te lande 382.
De ontdekking der planeten Iris, Flora en Metis, leidt tot eene beschouwing der Britsche sterrewachten. De sterrewachten in

 

 

[pagina XXIV]


  Bladz.
Groot-Brittanje, die aan den staat toebehooren, van Greenwich en Edimburg 390.
De sterrewachten van Cambridge en Oxford, aan welke, even als aan die van Greenwich en Edimburg, regelmatig de dagboeken hunner waarnemingen worden uitgegeven 395.
De sterrewachten in Groot-Brittanje, behoorende aan stichtingen van hooger onderwijs, en de stedelijke sterrewacht te Liverpool 399.
De sterrewacht van Lord rosse te Birr-Castle in Ierland. 403.
De sterrewacht van lassell te Liverpool 412.
De teleskopen van ramage en eenîge der meest merkwaardige bijzondere sterrewachten in Groot-Brittanje 417.
 
De ontdekking van Hygieia.
Bladz. 423-441.
 
De Berlijner sterrekaarten hebben, behalve de ontdekking van planeten, ook die van veranderlijke sterren opgeleverd 423.
Zij leidden, op den 11den April 1849, de gasparis te Napels tot de ontdekking van eene nieuwe planeet. Berigten omtrent het observatorium te Napels 425.
De eerste onderzoekingen omtrent de nieuwe planeet, die den naam van Hygieia verkreeg, en tot de groep, tusschen de loopbanen van Mars en Jupiter, bleek te behooren 429.
De verdere onderzoekingen omtrent de loopbaan der planeet Hygieia, gedurende het eerste tijdperk van hare zigtbaarheid 434.
De onderzoekingen omtrent de loopbaan der planeet Hygieia, na haar wederverschijnen uit de zonnestralen 438.
 
De ontdekking van Parthenope.
Bladz. 441-459.
 
De ontdekking van Parthenope door de gasparis te Napels, en de eerste waarnemingen en berekeningen aldaar omtrent haar volbragt 441.
De verdere waarnemingen en berekeningen omtrent de planeet Parthenope 444.
De onderzoekingen, welke de gasparis tot de ontdekking van zijne beide planeten geleid hebben 446.
Beschouwing van den toestand der sterrekunde in Italië, naar aanleiding van de ontdekking der planeten Hygieia en Parthenope 452.
 
Algemeene gevolgtrekkingen uit de jongste ontdekkingen van planeten.
Bladz. 459-486.
 
Gevolgtrekkingen, afgeleid uit het getal der bekende kleine planeten 459.
Gevolgtrekkingen, afgeleid uit de loopbanen der bekende kleine planeten 465.

 

 

[pagina XXV]


  Bladz.
De gevolgtrekkingen, omtrent den oorsprong der kleine planeten, die ons door hare loopbanen worden toegelaten 470.
De onvolkomenheden der theoretische sterrekunde, door de jongst ontdekte planeten aangewezen 477.
De onvolkomenheden der praktische sterrekunde, door de jongst ontdekte planeten aangewezen 482.
 
VIJFDE HOOFDSTUK.
 
de ontdekking der planeet neptunus.
Bladz. 486-000.
 
De eerste openlijke bemoeijingen met eene onverklaarde storing in de beweging der planeet Uranus.
Bladz. 486-515.
 
De vroegere meeningen omtrent het bestaan van eene planeet buiten den loopkring van Uranus. De ontdekking van zulk eene planeet heeft plaats gehad, en moest het onderwerp van een bijzonder hoofdstuk in dit boek uitmaken 486.
De trapsgewijze voortgang der theoretische en praktische sterrekunde, door welke de planeten-tafelen ten laatste een' hoogen graad van volkomenheid verkregen 491.
Verklaring der planeten-tafelen 494.
De tafelen van Uranus. De onmogelijkheid voor bouvard om, door zulke tafelen, de waargenomene beweging van Uranus met juistheid voor te stellen 499.
De verlegenheid der sterrekundigen, met eene onverklaarde storing in de beweging van Uranus, door de tafelen van bouvard aangewezen 503.
Die onverklaarde storing wees op het bestaan van eene planeet, die zich buiten den loopkring van Uranus om de zon bewoog 508.
 
De onderzoekingen van Leverrier en hare gevolgen.
Bladz. 515-568.
 
Leverrier, door arago opgewekt, om zich aan een onderzoek, omtrent de onverklaarde storing in de beweging van Uranus over te geven. Vroegere verrigtingen van leverrier 515.

 

 

[pagina XXVI]


  Bladz.
Het eerste verslag van zijnen arbeid, door leverrier gegeven, behelzende eene nieuwe theorie van de planeet Uranus 521.
Het tweede verslag van leverrier, behelzende de vergelijking van zijne theorie met de waarnemingen. Die vergelijking bewees de onmogelijkheid, om, door de aantrekking der bekende planeten, van de beweging van Uranus rekenschap afteleggen 527.
De oorzaak der gevondéne afwijking, door leverrier, in de werking van eene onbekende planeet, buiten den loopkring van Uranus, aangewezen 532.
De reden, waarom men de onbekende planeet niet onmiddellijk, na de eerste aanwijzing van leverrier, heeft opgespoord 542.
De meer naauwkeurige bepaling van de loopbaan en de plaats der planeet, uit wier aantrekking zich de onregelmatigheid in de beweging van Uranus liet verklaren. Leverrier bepaalt de grenzen, die zijne planeet niet kon overschrijden 545.
De laatste onderzoeking van leverrier, en de ontdekking zijner planeet, door galle te Berlijn, op den 23sten September 1846 552.
De reden, waarom men te Parijs de planeet van leverrier niet heeft opgespoord. Berigten omtrent het observatorium te Parijs 557.
De opschudding, tot welke de ontdekking der planeet door galle aanleiding gaf. De eerbewijzen door leverrier ondervonden 564.
 
De onderzoekingen van Adams en Bessel.
Bladz. 568-622.
 
De eerste berigten van herschel, airy en challis, aangaande de plaats en de loopbaan eener onbekende planeet, door adams te Cambridge, vóór leverrier, uit de beweging van Uranns afgeleid 568.
De bestrijding dier berigten door arago 573.
De briefwisseling omtrent de vroegere bemoeijingen met de planeet Uranus, en eene onbekende planeet buiten haren loopkring, door airy uitgegeven 576.
De onderzoekingen van adams en hare vergelijking met die van leverrier 584.
Het stilzwijgen van adams en de belooningen, die hem voor zijne onderzoekingen zijn ten deel gevallen 597.
Het stilzwijgen van airy en challis beoordeeld 602.
De onderzoekingen van bessel 608.
De voorgaande beschouwingen leiden tot de gevolgtrekking, dat de ontdekking der planeet buiten den loopkring van Uranus, een noodwendig uitvloeisel is geweest van den toestand der sterrekunde 615.

 

 

[pagina XXVII]


De onderzoekingen, tot welke de planeet Neptunus, na hare ontdekking, aanleiding gaf.
Bladz. 622-670.
 
  Bladz.
De verschillende namen voor de nieuw ontdekte planeet voorgesteld, van welke ten laatste alleen die van Neptunus is behouden 622.
De eerste waarnemingen omtrent de schijnbare plaatsen van Neptunus 626.
De bepalingen van de loopbaan der planeet Neptunus, vóór dat eene oude waarneming op haar was ontdekt geworden 629.
De eerste pogingen om de planeet Neptunus, onder oude waarnemingen omtrent vaste sterren te vinden. De ontdekking van walker, dat de planeet Neptunus, reeds op den 10den Mei 1795, door lalande, onder eene menigte sterren was waargenomen 633.
De ontdekking dier zelfde oude waarneming door petersen, en hare merkwaardige bevestiging door de handschriften van lalande 639.
De onderzoekingen omtrent de loopbaan en de storingen van Neptunus, na de ontdekking der oude waarneming van lalande. De verrigtingen van pierce en walker 645.
De uitkomsten door pierce en walker verkregen, konden, in de eerste jaren, alleen verbeterd worden door de ontdekking van nog onbekende oude waarnemingen op Neptunus, of eene verbeterde kennis der massa van Uranus. Waarnemingen op Neptunus bij lamont ontdekt. Massa van Uranus bepaald door lassell, adams en struve 656.
De onderzoekingen omtrent de grootte en de massa der planeet Neptunus. De ontdekking en waarneming harer wachters. De storende invloed dier planeet op de beweging van Uranus, door pierce bepaald 661.
 
De twijfelingen aan de overeenstemming tusschen de ontdekte en voorspelde planeet en de pogingen om die te ontknoopen.
Bladz. 670-743.
 
De eerste twijfelingen, geopenbaard door pierce in Noord-Amerika, in het begin des jaars 1847 670.
De twijfelingen, in het jaar 1848, hernieuwd door babinet. Het vermeende bestaan van eene nog onbekende planeet, aan welke door babinet den naam van Hyperion werd gegeven. Bestrijding door leverrier 674.
De indruk door het vertoog van babinet te weeg gebragt. Hernieuwde bestrijding door leverrier 678.

 

 

[pagina XXVIII]


  Bladz,
De verdere vertoogen van babinet en leverrier, ter verdediging van hunne planeten 684.
De beantwoording der vraag, of de ontdekte planeet Neptunus aan de beweging van Uranus voldoet 690.
De meeningen van struve, herschel en pierce, omtrent de overeenstemming of het verschil tusschen de ontdekte en voorspelde planeet, toegelicht en beoordeeld 697.
Aanwijzing van de redenen, die het mogelijk maken dat, overeenkomstig met de stelling van pierce, meer dan ééne uitkomst aan de voorwaarden van het vraagstuk kan voldoen, dat leverrier en adams hadden optelossen 708.
De drie denkbeeldige planeten van pierce, die, even goed als de voorspelde, de onregelmatigheid in de beweging van Uranus konden verklaren. De hernieuwde oplossing van het vraagstuk door adams 717.
Het raadselachtige, dat in de ontdekking der planeet Neptunus is overgebleven. De oorzaak daarvan ligt in de onmogelijkheid om het vraagstuk, waaruit zij is voortgevloeid, op eene algemeene en volledige wijze, optelossen 722.
Onderzoek of de planeet Neptunus eerlang de ontdekking van eene planeet buiten haren loopkring belooft, op dezelfde wijze als zij door de beweging van Uranus is ontdekt geworden 729.
Het oogpunt, waaruit de ontdekking der planeet Neptunus in Europa en in Noord-Amerika is beschouwd geworden. Gevolgtrekking, waartoe zij voeren moet 736.
 
EERSTE BIJVOEGSEL.
 
De ontdekking van de planeet Victoria en van eene nog onbenoemde door de Gasparis.
Bladz. 743-750.
 
De betrekking van dit boek tot de toekomstige ontdekkingen van planeten 743.
De ontdekking van Victoria 745.
De ontdekking der derde planeet van de gasparis 748.

 

 

[pagina XXIX]


TWEEDE BIJVOEGSEL.
 
Zamenstelling der hoofdpunten de nieuwere planeten betreffende.
Bladz. 750-756.
 
  Bladz.
Het wenschelijke van een overzigt over de hoofdpunten, de nieuw ontdekte planeten betreffende. Verklaring der volgende tafels 750.
Eerste Tafel. Overzigt over de tijden waarop, en de sterrekundigen door wie de nieuwere planeten zijn ontdekt geworden 752.
Tweede Tafel. Overzigt over de grootte en de gedaante van de loopbanen der planeten in het algemeen 753.
Derde Tafel. Overzigt over de omloopstijden der planeten en de ligging harer loopbanen 754.
Overzigt over de teekens, door welke de planeten worden voorgesteld 754.
 
DERDE BIJVOEGSEL.
 
Aanvullingen.
Bladz. 756-764.
 
Het wenschelijke eener aanvulling van het verslag der werkzaamheden, omtrent de kleinere planeten ondernomen, tot den tijd der uitgave van dit boek 756.
De planeet Astraea 757.
De planeet Iris 757.
De planeet Flora 758.
De planeet Metis 758.
De planeet Hygieia 759.
De planeet Parthenope 760.
De ecliptische kaarten van hind en bishop 761.
De sterrewachten der Noord-Amerikanen 762.
De Italiaansche sterrewachten 763.