Neerlands hooft- en wortelsonde


auteur: Jan Willem Kals


bron: Jan Willem Kals, Neerlands hooft- en wortelsonde. Pieter Koumans, Leeuwarden 1756 


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[fol. *******1v] origineel

H.
Brief van d'Eerw. Classis van Amsterdam aan Gouverneur en Raaden in dato 7 September 1750.

Wel Edele Gestrenge Heer,

en

Edele Achtbaare Heeren,

De Missive van Uw Ed. Gestr. en Achtb., waar meede den zelven ons hebben gelieven te vereeren, met het bygevoegde Extract der Resolutien van den Edelen Achtb. Hove van Policie en Crimineele Justitie der Colonie van Suriname, gedateerd den 17 February 1750. nevens bygevoegde Stucken, daar op reflectief, zyn ons in de voorleedene Maand Mey wel ter hand gekomen, gelyk wy aan den eenen kant reedenen hebben, om U Wel Ed: Gestrenge en Ed. Achtb. ons genoegen en onze erkentenis te betuigen, voor het meededeelen der gem. Stucken, dewyl wy daar in aanmerken een bewys, dat het Lichaam onzer Vergadering geenzints veragtelyk is by het hoogste Gerechtshof der Colonie, zoo bedroefde het ons aan den anderen te bemerken, dat die aanzienlyke Vergadering, by aanhoudentheid, wierde lastig gevallen, en met kleinachting behandeld van zulken, die anderen met woord en voorbeeld moesten leeren, de Heerlykheeden niet te lasteren. Evenwel quam het ons geenzints vreemd voor, wanneer wy in aanmerking namen a) voorheenen gebeurde saaken, en gansch breedvoerige tot ons overgezondene Schriften, welke van die uitgebreidheid zyn, dat men met Schrik sig zet om dezelve te leezen, zoo ver is het 'er van af, dat wy zouden hebben willen onderneemen, om 'er behoorlyke en welverdiende aanmerkingen op te maaken; 't quam ons, zeggen wy, Wel Edele Gestrenge en Edele Agtbaare Heeren, gansch niet vreemd voor, dat een Man, b) die alle achting heeft uitgeschud voor een Kerkelyke Vergaade-

[fol. *******2r] origineel

ring, welke hem heeft geordent en gezonden tot den dienst eener buitenlandsche gemeente, en die dezelve niet anders dan met de uiterste versmaading behandelt, ook zoo verre kan komen. En dat hy selve, vergeetende de eerbiedig heit, welke hy aan U Wel-Ed. Gestr. en Ed. Agtb. verschuldigt is, het by anderen ook zoo ver had weeten te brengen, dat die hadden konnen goedvinden een lyn met hem te trekken; Terwyl wy dit nu met smert zagen, en met ernst daar op uit waaren, om (ook met behoorlyke kennis van de Edele Agtbaare Heeren Directeuren der Societeit, en door hunne hulpe) deezen voornaamen Oorsaacker en aanqueeker der oneenigheden in de Kerk der Surinaamsche Colonie, als een ontaarden Zoon tot reeden, en betaamelyk gedrag te brengen, word ons in het zeekere bericht, dat hy, die te vooren al had betuigd sig van ons te ontslaan, syn ontslag van den Predikdienst te Paramaribo by den Kerkenraad en het Hof ook had verzogt; en uit overgezondene Stukken zien wy, dat de Kerkenraad in dat verzoek had bewilligd; zynde het Hof, zoo hy zegt, gescheiden, zonder op syne bekentmaaking van syne ontslaging in den Kerkenraad te antwoorden. Wy zagen deeze Resolutie van den Vriend met genoegen, hoopende, (daar wy ook gereedelyk het onze toe zullen bybrengen) dat de plaats van deesen Heer, door de goede Hand van God vervuld moge worden, met eenen Man der vreede, die niet alleen de Waarheid, maar ook den vreede lief hebbe, en die met leer en wandel daar toe arbeide dat de verwyderingen en verdeeltheden, zoo schadelyk en schandelyk voor Kerk en Burgerstaat, mogen ophouden, en dat b) Moses en Aaron in liefde en vreede zamen mogen verkeeren; voorts denken en hoopen wy, dat zulke en diergelyke onrustige en turbulente geesten, dan best tot reeden zullen gebragt worden, wanneer de Heeren Commissarissen van haare Hoog Mogende, die zoo wy vermeenen, naar Suriname staan te trekken, aldaar zullen zyn aangekomen: Wenschende dat de verrigting van hun Edel Mogende, met zoo hoog een gezag bekleed zynde, van den Heere mogen geregeerd zyn om 't geen wankelen mogt, vast te stellen, en alles by te brengen, waar door het Heil der Kerke, en van de Burgerstaat in Suriname mag bevorderd worden, dit van harte wenschende, en U Wel-Ed. Gestrenge en Ed. Agtb. wier lankmoedige bescheidenheid in deezen betoond, wy als in voorgaande brieven aan andere geschreeven, en nu ook erkennen en roemen, beveelende aan de bestierende Genade van God, byzonderlyk ook in de handhaa-

[fol. *******2v] origineel

ving van Recht en Gerechtigheid, en ter bevordering van den bloeistand der Kerke, hebben wy eere ons zelfs te noemen

 

Wel Edele Gestrenge Heer,

en

Edele Achtbaare Heeren,

 

Uwer Wel Ed. Gestr. en Achtb. volvaardige Dienaars

 

De Leden der Classis van Amsterdam, en uit aller naam

 

(was geteekend)

 

Amsterdam, 7 Sept. 1750.

 

JOHAN TEMMINK, Depp. Cl. b.t. Praes.

JOHANNES vander VORM, Deput. Scriba

 

P.S. Wy hebben ons niet konnen inlaaten in eenige particulariteiten, waarvan in de Resolutie van den Edele Achtb. Hove melding word gemaakt, om dat wy van den Kerkenraad, of de Conventus zelve tot nog toe geen berigt gekreegen hebben, en daarom gansch onkundig zyn van veele gepasseerde saaken.

 

Accordeert met syn Origineel.

 

(was geteekent)

 

E. COMANS SCHERPING. 1751.

 

Accordeerd met de Copie Authentiecq ter Secret. van 't Gouvernement berustende.

 

(was geteekent)

 

JAN HINCKELDEY, Secretaris.

 

VOORSTEL