[p. 105]
De beurtzang der planeeten.
1.
Choor
.
Eeuwige! U eeren wij,
Oorsprong en Ader,
Zon aller sfeeren! Gij,
Hemelsche Vader!
2.
Merkurius
.
Waar ook Uw hemelen
Rollen of wemelen, -
[p. 106]
Rond U vergaârende,
't Duister verklarende,
U openbarende,
Roemen ze U saam!
Maak door Uw zegen
't Schepsel bekwaam
Tot al Uw wegen,
En - heilig Uw Naam!
3.
Venus
.
Wáár is de krachtige,
U, o Almachtige,
Wanorde keerende,
Hoog triomfeerende,
Zalig regeerende
Koning! gelijk?
[p. 107]
De ondank verstomme,
De afgunst bezwijk'!
Koom' eens alomme.
Uw zaligend Rijk!
4.
De aarde
.
Englen omringen U,
Dienen U, zingen U,
Duizendmaal duizende,
D' ether doorkruizende,
Of bij Uw suizende
Palmen geschaard.
Werkzaam gewemel!
Bezige gaard!
Als in den Hemel
Zoo zij het op Aard!
[p. 108]
5.
Mars
.
Alles behoedende,
Houdende, voedende,
Alles doorzwevende,
Zelf eeuwig levende,
Levenskracht gevende
Uit Uwen schoot!
Hoor aller beden!
Zie aller nood!
Geef allen heden
Uw dagelijks Brood!
6.
Jupiter
.
Gij onbevleklijke
Draag al 't gebreklijke!
[p. 109]
Sterk wat versterven zou!
Red wat bederven zou!
Roep wat daar zwerven zou
Buiten Uw baan!
Wildet Gij wijken,
Waàt kon bestaan?
't Licht moest bezwijken,
't Heelal zou vergaan!
7.
Saturnus
.
Ziel van d' Almogende!
Liefde! Meêdoogende,
Eeuwig erbarmende!
Blijf als de omarmende,
Alles verwarmende
[p. 110]
Kracht ons nabij!
Talloze tallen
Wentlen als wij:
De éénheid van allen,
't Groote aspunt, zijt Gij!
8.
Uranus
.
Koning der Koningen!
't Ruischt in Uw woningen,
Kransen zie 'k strengelen,
Paren zich mengelen,
Wezens, als de engelen
Heerlijk gewrocht!
Bleven ze U immer
Needrig verknocht!
[p. 111]
Werden ze nimmer
Tot afval verzocht!
9.
Neptunus
.
Heilge aller heiligen!
Blijf ons beveiligen!
Zweef onze rangen door!
Trek onze gangen voor!
Wat onze zangen stoor',
Regel de maat!
Wek door Uw hoede
't Goede uit het Kwaad,
't Beste uit het Goede,
Dat - nimmer vergaat!
[p. 112]
10.
Choor
.
U de viktorie, Heer!
U al te samen
't Rijk en de glorie, Heer!
Eeuwelijk. Amen!