Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 548]origineel

II. Hoofddeel.
Van den eersten Rang (of Classis) onzer Nederduitsche Werkwoorden.

+TOt dezen Rang schikken we de GELYKVLOEYENDE VERBA, die in alle hare Vervoegingen geene Verwisseling van Wortel-klinker onderworpen zijn.

Dezen geven we den voorrang, niet zo zeer om dat de vorige Grammatici die als de eenige Regelmatigen hebben te boek gestelt, als wel om dat ze alle de andere soorten te samen onvergelijkelijk, om zo te spreken, in getal overtreffen.

I. De Regelmaet van 't Character dezer Verba, die geen verandering van Wortel-Vocael gedoogen, is deze;

Na 't agterafwerpen van EN uit den Infinitivus zet men

in Praet: Imperf: {TE, agter F, K, P, S, T, en CH.}
{DE agter B, D, G, L, M, N, R, V, W, Y, Z.}
in Praeter: Particip: T agter de laetste Letter van 't Zakelijke deel: en GE voor het Zakelijke deel, ten zij 'er een Praepositio Inseparabilis of één dat daer voor t'scheep komt, reets voorstae, waer van we te voren (XII. Redew: §. XLVII, en XIII. Red: §. XXXI.) breeder gesproken hebben.

De Oude Terminatie was in Praet: Imperf: EDE, die, bij inkorting in DE agter de zagte, en in TE agter de scherper Consonanten verwisselt is: gelijk ook het Praeterit: Particip: in ET eertijds uitging. Dus dan nu,

in Infinit: in Praet: Imperf: Ind: & Subj: in Praet: Particip:
A. BLAFFEN BLAFTE GE-BLAFT.
A. DRUKKEN DRUKTE GE-DRUKT.
A. RAKEN RAEKTE GE-RAEKT.

[p. 549]origineel

A. HOPEN HOOPTE GE-HOOPT.
A. STÓPPEN STÓPTE GE-STÓPT.
A. KRASSEN KRASTE GE-KRAST.
A. VERQUISTEN {VERQUISTTE of VERQUISTEDE} VER-QUIST.
A. ZÉTTEN ZÉTTE of ZÉTTEDE GE-ZÉT.
A. POCHEN POCHTE GE-POCHT.
En    
A. KRABBEN KRABDE GE-KRABT.
N & I. GESCHIEDEN GESCHIEDDE GE-SCHIEDT.
A. ZAGEN ZAEGDE GE-ZAEGT.
A. RÉDDEN RÉDDE of RÉDDEDE GE-RÉDT.
A. SPELEN SPEELDE GE-SPEELT.
A. STÉLLEN STÉLDE GE-STÉLT.
A. KAMMEN KAMDE GE-KAMT.
A. RÉNNEN RÉNDE GE-RÉNT.
A. EEREN ÉÉRDE GE-ÉÉRT.
A. BÓUWEN BÓUWDE GE-BÓUWT.
A. ROOYEN ROOYDE GE-ROOYT.
A. LEVEN LEEFDE GE-LEEFT.
A. RAZEN RAESDE GE-RAEST.

NB. V. en Z, ten' einde eener Silbe komende, of tegen een Consonant aenstuitende, veranderen na de gewone Spelling bij ons in F en S, even als hier bij LEVEN en RAZEN: dit zij eens vooral gezeit.

Voeg hier bij

A. WEIGEREN WEIGERDE GE-WEIGERT.
A. LÈVEREN LÈVERDE GE-LÈVERT.

[p. 550]origineel

En verder al de Dubbelstaertige Verba, als mede die op de Bastaert-terminatie EREN accenteren, als

A. BRAVÈREN BRAVÈERDE GE-BRAVÈERT.
A. LAVÈREN LAVÈERDE GE-LAVÈERT, enz:

NB Gelijk ook alle anderen, die zekerlijk van een Substantivum tot een Verbum gemaekt zijn, tot deze I. CL: behooren.

 

Met den verderen grooten hoop der GELYKVLOEYENDE VERBA zou men wel een klein Boekje kunnen beslaen, waerom we die ook hier niet in 't breede zullen optellen.

II. De regelmaet der terminatien agter 't zakelijke deel der verba van deze I. classis is,

In Infinit: EN.
als STELLEN.

Praesens Indic:

Sing: (1. Pers:) Niets, of E; (2. Pers:) T, oul: est; (3. Pers:) T, oul: et.
Plur: (1. & 3. Pers:) EN; en (2. Pers:) T, oul: et.

Als Ik STEL (of Stélle), Gy STELT (oul: Du Stéllest), Hy STELT (oul: Stéllet); en Wy en Zy STELLEN, Gyl: STELT (oul: Stéllet).

 

Praesens Subjunct:

Sing: (1. & 3. Pers:) E; en (2. Pers:) T.
Plural: als in Indicativo.

Als, Ik en Hy STELLE, voorts als in Indicativo.

 

Praeter: Imperf: Indic: & Subjunct:.

Sing: (1. 2. & 3. Pers:) DE of TE, na elks aert: oul: (1. & 3. P:) ede, en (2. P:) edest, of dest.
Plur: (1. 2. & 3. Pers:) DEN of TEN, na elks aert; of ook bij de 2. Pers: DET of TET.

Als, Ik, Gy, en Hy STELDE (oul: ook Ik en Hy Stéllede, en Du Stélledest of Stéldest), en Wy, Gyl: en Zy STELDEN of ook Gyl: STELDET.

 

Imperat:.

2. Pers: {Sing: Niets; als STÉL.
{Plur: T; als STELT.

[p. 551]origineel

Partic:

Praesens, ENDE; als STELLENDE.
Praeter:, T (oul: et); als GESTÉLT (oul: Stéllet).

Aenmerk:

(I.)De eerste Persoon van 't Praesens Indicativi word thans meestal, om van den Subjunctiv: onderscheiden te zijn, zonder iets agter 't Worteldeel, en zelfs met agterlating van eene der verdubbelde Consonanten gebruikt, als IK RED, IK LEEF, enz:, dog oulinks had men E agter 't zakelijke Worteldeel, even als nu nog bij den Subjunct: als, IK REDDE, IK LEVE, enz:. Deze laetste stijl is nog in wezen bij den Koopman, wanneer die, om kortheid-wille, 't Pronomen IK in 't schrijven agterlaet, zettende ZENDE AEN U (mitto tibi), enz:.
(II.)Wanneer men in Gemeenz: Stijl JE in steê van GY gebruikt, en, in gevalle van Vraging of andersints, het Pronomen agter 't Verbum plaetst, zo wil 't Gebruik en de Euphonie standvastelijk, zo wel bij de Ongelijk- als Gelijk-vloeyende Werkwoorden, dat men de Terminatie T van 't Verbum agteraslaet, als LEEVJE? VRAEGJE? ZIEJE? enz:, of, Dus, of Zoo, of Dan, of Egter LEEVJE, VRAEGJE, ZIEJE, enz: dog nimmer Leeftje, Vraegtje, Zietje, enz:, hoewel, JE vooraf komende, de T haer plaets behoud, als JE LEEFT, JE VRAEGT, JE ZIET, enz:
(III.)Ten opzigte van de 2: Pers: Plur: van 't Praeter: Imperf: is de Schrijver van de Idea Linguae Belgicae Grammatica voor DET of TET, als Gijl: HOORDET of HOOPTET; dog Moonen voor DEN of TEN, als Gijl: HOORDEN of HOOPTEN. De gevallen komen zo zeldsaem voor, dat 'er het Gebruik naeulijks scheidsman in kan zijn; evenwel dunkt mij dat de daeglijksche Spreektael thans 't laetste verkiezen zou; dog onze Oudheid is gantschelijk voor 't eerste; en niet alleen Onze, maer 't M-Gottisch, Frank-Duitsch, Alamannisch en Hoogduitsch pleit daer voor: alleenlijk het Angel-Saxisch neemt in dit geval de 2. Pers: Plur: mede op Odon of don of ton, even gelijk zijn 1. & 3. Pers:. Dog dit A-Saxisch kan evenwel hier in te minder toehalen, overmits het de 2. Pers: Plur: altoos even eens heeft als de 1. & 3, en dus ook zelf bij de ONGELYKVLOEYENDE VERBA on of un in de 2. Pers Plur: van 't Praeter:, bij welken nogtans onder Ons en al de andere genoemden die uitgang (zonder mis-
[p. 552]origineel
sen) op D of T, of TH valt; dus in 't A-S, Ge Bundun / dog bij ons Gijl: BOND (oul: Bondet); en bij 't M-G. jus Bunduth; bij 't F-TH, Ir Bundet; bij 't Hoogd: Ihr Bundet; en bij 't Ysl: Thier Bundud.

Voorts, hoe onze Passiva in 't algemeen, en dat bij al de Classes eveneens, gevormt worden, hebben wij in de XIV. Redewissel: vertoont.