VI. Hoofddeel.
Van den Vijfden Rang.
+'T Getal van deze Werkwoorden is klein. Beide Klinker en agterste Medeklinker van 't Zakelijke Worteldeel veranderen in OCHT, zowel in Imperf: als bij 't Praeter: Part:. Daerenboven, die de NG of NK onder de Accent-silb hebben, gebruiken OCHT en ACHT, van beids.
als
| in Infinit: |
Imperf: |
Praeter: Partic: |
| A. BRÉNGEN, adferre |
BROCHT en BRACHT |
{GE-BRÓCHT en}
{GE-BRACHT.} |
| A. DENKEN, cogitare |
DÓCHT en DACHT |
{GE-DÓCHT}
{en GE-DACHT.} |
| A. DUNKEN, putare, videri |
DÓCHT en DACHT |
{GE-DÓCHT}
{en GE-DACHT.} |
DUNKEN, videri, word ook als een Imperson: gebruikt, dat een Pronomen Personale bij zig vereischt in Dat:, als My dunkt, Hém dunkt, het heeft My gedócht, enz:.
| A. KOOPEN, emere |
KÓCHT |
GE-KÓCHT. |
| A. ZOEKEN, quaerere |
ZÓCHT |
GE-ZÓCHT. |
Voorts derzelver Composita.
Aenmerk:
| (I.) | De verdere verandering der Terminatien schikt zig op den zelfden voet als die van de I. CL:. |
| (II.) | De Subjunct: heeft bij 't Praet: Imperf: in de 1: & 3. Pers: Sing: ook E agteraen; als, Ik en Hy KOCHTE, enz:. Op deze wijze wierd eertijds en ook nog wel, schoon zelden, 't Praet: Imperf: van den Indicat: gevormt. Dog, om onderscheid te houden tusschen Indicat: & Subjunct: is de hedendaegsche gewoonte, van in Indicat: die E agter af te laten, te prijzen. Uit twee gebruiken is het best onderscheidende te kiezen. |