|
[p. 596]origineel
Op beide wijzen laet zig ook het Praeter: Indicat: & Subj: maken, als
Dog in 't Praeter: Subj: heb ik nog ook een verzetting van Uitgang ontmoet, te weten bij de 1. Pers: Sing: JAIDAU of AJDAU: 't eerste bij de genen die op JAN / 't andere bij die op AN uitgaen, als Dailjaidau / divisus fuerim. Dit gebruik van N / bij wijze van Inlassing, gaet ook door in 't Praes: & Futur: Indic:, als; Sing: Dailna/ Dailneis/ Dailnith.} De Verzetting van Uitgang heeft 'er ook plaets, als in Sing: Dailjada/ Dailjazai/ Dailjada; en 't Praesens Subj: is nog wat schaerser van Voorbeelden. Evenwel, bij de 3. Pers: Sing: heb ik mede de Inlassing van N gevonden; gelijk 'er ook de Verzetting van Uitgang plaets heeft, bij den Sing: en bij de 2, en 3. Pers: Plur:, als Dailjausa / dividar; Dailjaisau / dividaris. [p. 597]origineel
Van de 1. Pers: Plur: ontbreken mij Voorbeelden.
Dit bovenstaende Gebruik van 't Inlasschen der N / en van de Omschrijving der Hulpwoorden, als mede van een Verzetting van Uitgang, is betreklijk op alle de Werkwoorden van de andere Classes, zo die slegts een Passivum onderworpen zijn.
EINDE
Van de
Regelmaet en Rangschikking der
MOESOGOTTHISCHE WERKWOORDEN.
1714 2/m.
| |
||||||||||||||||||||||||