Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

XV. Hoofddeel.
Van 't Passivum in 't M-Gotthisch.

AEngezien ons van deze Oude Sprake alleenlijk het Euangelium Gothicum overig is, en dat nog verminkt, waer door weinige Voorbeelden, hier toe dienstig, zig opdoen, zo weet ik niet dan gebrekkig van dit Gedeelte der Werkwoorden te spreken. Onze Opmerking nogtans is deze.

 

Op tweederhande wijze word de Infinitivus Passivus gevormt.

Ik: Door Inzetting van N / onmiddelijk agter 't Zakelijke Deel, voor aen de agterste Terminatie van 't Verbum; in welken ge-
[p. 596]origineel
valle de I / als 'er die plaets heeft, word uitgezet: dus word dan, door IAN of AN te verwisselen in NAN / en ON in NON / het Activum verandert in een Passivum; als Dailjan / dividere; Dailnan / dividi: en Salbon / ungere; & Salbnon / ungi, &c.
Ten II. Met Omschrijving door middel van 't Hulpwoord Wairthan of Wisan / gevoegt bij het Praet: Part:, als
Dailiths}
Salboths}
Wairthan of Wisan {dividi.
{ungi.

Op beide wijzen laet zig ook het Praeter: Indicat: & Subj: maken, als

en Dailnoda}
Dailiths wast. of Warth.}
Dividebar, & divisus fuerim.
en Dailnodeis}
Dailiths wast.}
Dividebaris; en zo verder door al de Personen.

Dog in 't Praeter: Subj: heb ik nog ook een verzetting van Uitgang ontmoet, te weten bij de 1. Pers: Sing: JAIDAU of AJDAU: 't eerste bij de genen die op JAN / 't andere bij die op AN uitgaen, als

Dailjaidau / divisus fuerim.
Fastaidau / servatus fuerim, enz:.

Dit gebruik van N / bij wijze van Inlassing, gaet ook door in 't Praes: & Futur: Indic:, als;

Sing: Dailna/ Dailneis/ Dailnith.}
Plur: Dailnam/ Dailnith/ Dailnand.}
Dividor, &c.

De Verzetting van Uitgang heeft 'er ook plaets, als in

Sing: Dailjada/ Dailjazai/ Dailjada; en
in Plur: Dailjanda / dividor, &c.

't Praesens Subj: is nog wat schaerser van Voorbeelden. Evenwel, bij de 3. Pers: Sing: heb ik mede de Inlassing van N gevonden; gelijk 'er ook de Verzetting van Uitgang plaets heeft, bij den Sing: en bij de 2, en 3. Pers: Plur:, als

Dailjausa / dividar; Dailjaisau / dividaris.
Dailnai / & Dailjaidau / dividatur.
Dailjaindau / dividamini, & dividantur.
[p. 597]origineel

Van de 1. Pers: Plur: ontbreken mij Voorbeelden.

 

Dit bovenstaende Gebruik van 't Inlasschen der N / en van de Omschrijving der Hulpwoorden, als mede van een Verzetting van Uitgang, is betreklijk op alle de Werkwoorden van de andere Classes, zo die slegts een Passivum onderworpen zijn.

 

EINDE

 

Van de

 

Regelmaet en Rangschikking der

 

MOESOGOTTHISCHE WERKWOORDEN.

 

1714 2/m.