Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 658]origineel

XXVIII. Hoofddeel.
Van den Tweeden Rang der Hoogduitsche Werkwoorden.

DAt de ONGELYKVLOEYENDE VERBA in 't Hoogduitsch, even als bij Ons, ten onregt voor Onregelmatig wel eer gehouden zijn geweest, zal uit het volgende blijken.

In gelijkervoege als bij Ons en andere Gelijkstammige Talen, hebben deze ONGELYKVLOEYENDE VERBA in 't Hoogd: bij 't Praet: Imperf: een wisseling van Klinker, zonder TE of ETE agter de Accent-Silb; en bij 't Praeter: Partic: den uitgang EN / dog niet ET gelijk bij die van den I. Rang.

Onder deze II. Classis betrekken we die genen, welke bij 't Praet: Imperf: Ind: in Sing: en bij 't Praet: Part: eenerleije Vocaelwisseling aennemen, als;

I. Regelmaet van de vocaelwisseling is.

No. 1 {EI / voor B / D / G / H / N / & S}
{EI / voor CH / FF / SS / & T}
in Infin: verandert in {IE}
{I}
in Imperf: Indic: & Subj:, Sing: & Plur: & in Praet: Part:.

als, Bleiben / manere; Bleib (Subj: Bliebe) / Geblieben.
Reiten / equitare; Ritt (Subj: Ritte) / Geritten.

No: 2. IE}.
No: 3. E}.
No 4. AU.}
in Infinit: verwandelt {in Imperf: Ind: & Praet: Part: op O.
{in Imperf: Subj: op ö.

als,

2.Fliegen / volare, Flog (in Subj:) Flöge) / Geflogen.
3.Flechten / tricare, Flocht (in Subj: Flöchte) / Geflochten.
4.Sauffen / potare, Soff (in Subj: Söffe) / Gesoffen.

Dog dezen van No: 2, 3 & 4, lijden daer en boven nog eene Vocaelwisseling bij den Imperat:, en voornaemlijk bij de 2 en 3. Pers: Sing: van 't Praes: Indicat:, naemlijk

IE / verandert in EU / hoewel bij den Imperat: ook wel IE & EU.
E / ..... in I & E.
AU ...... in EU of äu: dog in Imperat: blijft de AU.
[p. 659]origineel

Dus, Fleug (vola); en, du Fleugest (volas), er Fleugt (volat).
Flicht (trica); en du Flichtest (tricas), er Flichtet (tricat).
du Seuffest (potas), er Seuffet (potat).

II. De regelmaet der terminatien is,

Bij 't Praes: Indicat: & Subj: en bij den Infin: als mede het Partic: Praes: even als bij die van den I. Rang.

in 't Praeter: Imperf:

Agter 't Veranderde Worteldeel.

  Indicat:   Subj:.
Sing: (1.) Niets. (2.) EST. (3.) Niets. Sing: (1 en 3.) E. (2. P:) EST.
Plur: (1 en 3) EN. (2.) ET. Plur: (1 en 3.) EN. (2. P:) ET.
als, ich & er Flog / du Flogest.
wir & sie Flogen / ihr Floget.
als, ich & er Flöge / du Flögest.
wir & sie Flögen / ihr Flöget.

  Imperat:   Particip:.
2. Pers: {Sing: Niets, als Fleug du.}
{Plur: ET / als Fleuget ihr.}
Praeterit: EN / als Geflogen.

Tot No: 2. behooren.

Beissen / mordere, Bisz / gebissen. Dog Beitzen / macerare; is van de I. CL:.
Bleiben / Blieb / geblieben / manere.
ver-Bleichen / ver-Blich / ver-Blichen / expallere; dog 't Activ: Bleichen / insolare lintea, is van de I. CL:.
Deihen / ge-Deihen / Dieh / gediehen / increscere.
Fleissen / be-Fleissen / diligentiam adhibere; Beflisz / Beflissen. Dog Befleissigen / is van de I. CL:.
Freihen / Freyen / ducere uxorem, Friehe / gefriehen: dog is ook van de I. CL:.
Gleichen / Glich / Geglichen / similem esse, & referre. Dus ook ver-Gleichen / adaequare: dog Gleichen / adaequare, is ook van de I. CL: mits als Activ:.
Gleissen / fulgere, nitere, Glisz / Geglissen.
Gleiten / labi, Glitt / Geglitten. Dus ook ent-Gleiten / evadere.
Greiffen / Griff / Gegriffen / corripere.
Kleiben (be-Kleiben) / Klieb / Geklieben / ex insitione valere, adolescere. Dog Kleiben / be-Kleiben / limo incrustare, is van de I. CL:.
Kneiffen / Kniff / Gekniffen / vellicare; dog Kneipen / ab-Kneipen / & Knippen / zijn van de I. CL:.
Leiden / tolerare, ferre, permittere; Dog 't Praeter: Imperf: & Part; word scherp gebruikt, naemlijk Litte / Gelitten; even of de Infinit: ware Leiten. Dog Erleiden / taedium afferre, als mede Leiten / Leyten / duccre, zijn van de I. CL:.
Leihen / Lieh / Geliehen / mutuo dare; dus ook ver-Leihen / concedere.
Meiden / Mied / gemieden / subterfu-
[p. 660]origineel
gere; dus ook ver-Meiden / evitare; dog Meiden is ook van de I. CL:.
Pfeiffen / Pfiff / gepfiffen / fistulare.
Preisen / laudare, Priesz / gepriesen: dog ook van de I. CL:.
Reiben / Rieb / gerieben / terere.
Reissen / Risz / gerissen; rapere.
Reitenn / Ritt / geritten / equitare.
Scheiden / Schied / geschieden / decedere, valedicere: En Scheiden / dividere, eveneens, volgens Schottel; dog als van de I. CL: volgens Bödiker, naemlijk Scheidete.
Scheinen / Schien / geschienen / lucere.
Scheissen / Schisz / geschissen / exonerare alvum.
Schleichen / Schlich / geslichen / repere.
Schleiffen / Schliff / geschliffen; acuere; dog Schleifen / desolare, is van de I. CL:.
Schleissen / Schlisz / geschlissen / scindere, scindi, evanescere.
Schmeissen / Schmisz / geschmissen / projicere, jaculari; dog Schmeissen / excrementa reddere; is van de I. CL:.
Schneiden / abscindere, in Praet: Schnitt / in Praet: Part: ge-Schnitten / even als Leiden. Wijders Verschneyen / dissecare, castrare, Verschnye / Ver-Schnyen.
Schreiben / Schrieb / geschrieben / scribere.
Schreihen of Schreyen / Schrieh / ge-Schriehen; plorare; en ver-Schreyen / infamare; en ver-Schryen / infamatus; zie Diction: Regium.
Schreiten / Schritt / geschritten / transgredi.
Schweigen / Schwieg / geschwiegen / tacere; dog Schweigen / silentium imponere, is van de I. CL:.
Seigen en Seihen / Sieg / gesiegen / colare; waer van afkomstig, Versiegen / exsiccatus: dog Seigen / vincere, victoriam impetrare, als van de I. CL:.
Speyen / Spie / gespien / spuere: dog is ook van de I. CL:.
Spleissen / Splisz / gesplissen / discerpere, distendere.
Steigen / Stieg / gestiegen / scandere; dog Steigern / augere pretium; is van de I. CL:.
Streichen / Strich / gestrichen; fricare, palpare, demulcire; dog Streicheln / palpare, demulcire, is van de I. CL:.
Streiten / Stritt / gestritten; dimicare, disceptare.
Treiben / Trieb / getrieben / propellere, agere; bij ons Dryven II. CL:.
Weichen / Wich / gewichen / cedere; dog Weichen / er-Weichen / emollire, is van de I. CL:.
Weisen / Wiesz / ge-Wiesen / ostendere; dus ook be-Weisen / er-Weisen / probare.
Zeihen / Zieh / geziehen; arguere insimulare: en ver-Zeihen / ver-Zieh / ver-Zeihen / ignoscere, condonare: dog ver-Ziehen / cunctari, behoort onder No: 2.

Dus ook de verdere Composita.

[p. 661]origineel

Tot No: 2.

Biegen / Bog / gebogen / flectere: dog Beugen / flectere; I. CL:.
Be-triegen / zie Triegen.
Bieten / Bot / geboten / liceri, provocatione certare, licitari, offerre, porrigere. Dus ook ent-Bieten / annunciare.
ver-Driessen / ver-Drosz / ver-Drossen / taedere.
Fliegen / volare, Flog / geflogen.
Fliegen / Floh / geflohen / fugere.
Fliessen / Flosz / geflossen / fluere; dog 't Activ: Flöken / Flössen / ratibus, vehere, & Flottern / alis plaudere, zijn van de I. CL:.
Frieren / Fror / gefroren / congelare.
Giessen / Gosz / gegossen / fundere.
Ge-niessen / zie Niessen.
Kiesen / er-Kiesen / (dog Bödiker zet Kühren) eligere, Kohr / ge-Kohren; en Kiesen telt Bödiker onder de GELYKVLOEYENDEN (gelijk ook Schottelius er-Kieset toestaet). De oorzaek van dit verschil ontstaet uit een verloop van de Oudheid. Bij ons is Kiezen, oul: ook Kieren, eligere, van de II. CL: hebbende nu nog van beids Koos en Koor in Imperf: en Gekozen en Gekoren in Praet: Part: dog Keuren, eligere, is van onze I. CL:.
Klieben / findere; Gekloben / fissus: dog Kleuben / findere I. CL:.
Kriechen / Kroch / gekrochen / serpere, repere; bij ons Kruipen, II. CL: (serpere).
Liegen (Bödiker heeft Lügen) mentiri, Log / gelogen: dog Ligen of Liegen / jacere, Lag / Gelegen; zie onder de Onregelmat: en Lugen / providere, speculari, is van de I. CL:.
Lieren / zie ver-Lieren.
Niessen / ge-Niessen / frui, Nosz / genossen.
Riechen / Roch / gerochen / olere; dog Rauchen / fumare, fumum emittere, & Räuchern / aliquid suffire, zijn beiden van de I. CL:.
Schieben / Schob / geschoben / protrudere.
Schiessen / Schosz / geschossen / jaculari.
Schliessen / Schlosz / geschlossen / claudere.
Sieden / fervere; dog 't Praet: Imperf: & Part: word gehandelt als of het ware Sieten / namelijk Sott / (in Subj: Sötte) / gesotten.
Spriessen / Sprosz / gesprossen / surgere in altum, oriri, fruticare: dus ook ent-Spriessen / initium sumere; dog Sprossen / Sprösseln / pullulare, germinare, is van de I. CL:.
Stieben / pulveris instar dissipari, heeft in Imperf: Stob / dog in Praet: Partic: niet alleen Gestoben / maer teffens ook volgens Bödiker Gestieben. Maer Stauben / pulverem excitare, is van de I. CL:.
Trieffen / Troff / getroffen / stillare; bij ons Druipen, Droop, Gedropen.
Triegen en be-Triegen / betrog / be-Trogen / decipere; dog Treugen / desiccare, is van de I. CL:. Bij ons Bedriegen, II. CL:.
ver-Lieren / ver-Lohr / Verlohren / perdere.
Wiegen (librare), Wog (of Wug) / gewogen / bij Bödiker; dog Wegen / Wog / gewogen / bij Schottel; in
[p. 662]origineel
welk laetste geval het onder No: 3. zou behooren. Wijders, Wiegen / cunas motitare, is van de I. CL:.
Ziehen (Act: trahere; & Neutr: proficisci) heeft in Imperf: Zog; en in Praet: Perf: ich habe Gezogen / traxi, & ich bin Gezogen / profectus sum. Dus ook ver-Ziehen / ver-Zog / ver-Zogen / cunctari, procrastinari; waer van transl: ver-Zogen / dilatum, distractum, & educatione corruptum: dog ver-Zögern / tardare, morari, is van de I. CL:.

Dus ook de verdere Composita.

 

Tot No: 3.

Bellen / Boll / gebollen / latrare, gannire, dog is ook van de I. CL:.
Fechten / Focht / gefochten / dimicare.
Flechten / Flocht / geflochten / tricare.
Hehlen / zie ver-hehlen.
Melcken / Molck (& Mulk) / gemolcken / mulgere.
Scheren / Schor / (& Schur) in Subj: Schöre / geschoren / tondere; dog be-Schehren van 't oude Schehren / largiri, is van de I. CL:.
Schweren / Schwor & Schwur (in Subj: Schwüre) / geschworen / jurare; daerenboven zet Bödiker ook nog Schwären / Schwor / geschworen / ulcerosum fieri.
ver-Hehlen / ver-Hohl / ver-Hohlen / celare, dog is ook van de I. CL:.
Wegen / Wog / gewogen / librare, ook Wiegen / volgens Bödiker; zie bij No: 2.

Hier onder schijnen mede plaets te zoeken.

er-Schallen / er-Scholl / er-Schollen / resonare, & patefieri; dog is ook van de I. CL:.
Scharren / Schorr / geschorren / radere, scalpere, dog is ook van de I. CL:.
ver-Wirren / ver-Worr / ver-Worren / intricare; dog is ook van de I. CL:.

Dus ook de verdere Composita.

 

Tot No: 4.

Sauffen / Soff / gesoffen / potare.
Saugen / Sog / ge-Sogen / sugere; dog Seugen / Säugen / lactare infantem, is van de I. CL:.
Schauben / Schob / ge-Schoben / trudere, pellere.
Schnauben / Schnob / geschnoben / anhelare; dog Schnauffen / anhelitare, en Schnobben / praecipitem agi, cespitare, zijn van de I. CL:.

Dus ook de verdere Composita.