Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Eerste deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 679]origineel

XXXV. Hoofddeel.
Van de Yslandsche hulpwoorden.

OM wijders den aert van dezen Kimbrischen Taelstronk nog wat netter te doen kennen, en daer uit te klaerder overtuigt te worden, dat die wel eer van over-oude tijden met onzen Duitschen Tak aen eenen zelfden Stamboom zat, zal ik, eer ik tot de schikking der Verba's overgae, de Conjugatien van de Hulpwoorden Hafa (Hebben), Vera (Zijn), Verda (Worden), en eg Skal of Mun (Ik zal), als mede Vilia (Willen), Meiga (Mogen), en Eiga (even als ons Hébben voor schuldpligtig zijn), vooraf laten gaen, zoodanig als die in de gemelde Yslandsche Grammatica te vinden zijn: waer uit blijken zal dat dezen in hare Onregelmatigheid omtrent net dezelfde streek houden als die van Duitschen Stamme.

Ondertusschen neme men in agt, dat de Yslandsche beneffens de Kimbr: en Deensche V omtrent uit te spreken is, als tusschen onze V en W: en de Yslandsche ø tusschen a & u / volgens Run: Jonasz; dat is omtrent als onze EU, dog kort; zo dat het Yslandsche Nøs / Nasus, weinig in klank verschilt, van ons Nederduitsche Neus.

Van de Hulpwoorden.

No: I. Infin: Ad Vera / Zijn of Wezen.

Praesens

Indic: Subj:.
Sing: Eg Er / thu Ert / hann Er. Ad{S: Eg Sie / thu Siert / hann Sie.
Plur: Vier Erum / thier Erud / their Eru. {Pl: Vier Sieum / thier Sieud / their-Sieu.

Praeter: Indic:.

Sing: Eg Var / thu Varst / hann Var.
Plur: Vier Vorum / thier Vorud / their Vorn.

Praeter: Subj:

Ad {Sing: Eg / thu / & hann Vaere.
{Plur: Vier Vaerum / thier Vaerud / their Vaere.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Ver thu.
{Plur: Vere thier.
Part: Praes: Verande.

[p. 680]origineel

No 2. Infin: Ad Verda / Worden.

Praesens Indic:.

Sing: Eg Verd / thu Verdur / hann Verdur.
Plur: Vier Verdum / thier Verdid / their Verda.

Praesens Subj:.

Ad {Sing: Eg & hann Verde / thu Verder.
{Plur: Vier Verdum / thier Verded / their Verde.

Praeter: Indic:.

Sing: Eg & hann Vard / thu Vardst.
Plur: Vier Urdum / thier Urdud / their Urdu.

Praeter: Subj:.

Ad {Sing: Eg Yrde / thu Yrder / hann Yrde.
{Plur: Vier Yrdum / thier Yrdud / their Yrde.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Verd thu.
{Plur: Verde their.
Part: Praet: Vordenn.

No: 3. Infin: Ad Hafa / Hebben.

Praesens Indic:.

Sing: Eg Heffe / thu Heffur / hann Heffur.
Plur: Vier Høffum / thier Haffed / their Haffa.

Praesens Subj:.

Ad { Sing: Eg Hafe / thu Hafer / hann Haffe.
{ Plur: Vier Hofum / thier Hafed / their Haffe.

Praeter: Indic:.

Sing: Eg Haffde / thu Hafder / hann Haffde.
Plur: Vier Hofdum / thier Hofdud / their Hoffdi.

Praeter: Subj:.

Sing: Eg Hefde / thu Hefder / hann Hefde.
Plur: Vier Hefdum / thier Hefdud / their Hefde.

Imperat: 2. Pers: {Sing: Haf thu}
{Plur: Hafe thier.}
Partic: {Praesens Hafande.
{Praeter: Haffdur.

No: 4. Infinit: Ad Vilia / Willen.

Praesens Indicat:

Sing: Eg Vil / thu Villtt / hann Vill.
Plur: Vier Vilium / thier Vilied / their Vilia.

[p. 681]origineel

Praesens Subj:.

Ad { Sing: Eg Vilie / thu Vilier / hann Vilie.
{ Plur: Vier Vilium / thier Vilied / their Vilie.

Praeter: Indic:.

Sing: Eg Villde /thu Villder / hann Villde.
Plur: Vier Villdum / thier Villdud /their Villdu.

Praeter: Subj:.

Sing: Eg Villde /thu Villder / hann Villde.
Plur: Vier Villdum / thier Villdud / their Villde.

Imperat: ontbreekt'er. Partic: Praes: Viliande.

No: 5. Infin: Ad Meiga / Mogen.

Praesens Indicat:.

Sing: Eg Maa / thu Maatt / hann Maa.
Plur: vier Meigum / thier Meigid / their Meiga.

Praesens Subj:.

Ad {Sing: eg Meige / thu Meiger / hann Meige.
{Plur: vier Meigum / thier Meiged / their Meige.

Praeterit: Indicat:.

Sing: eg Maatte / thu Maatter / hann Maatte.
Plur: vier Mattum / thier Mattud / their Mattu.

Praeter: Subj:.

Sing: eg Maette / thu Maetter / hann Maette.
Plur: vier Maettum / thier Maettud / their Maette.

Imperat: ontbreekt'er. Part: Praes: Meigande.

No: 6. Eg Skal / Ik zal.

Praesens Indic:.

Sing: eg & hann Skal / thu Skallt.
Plur: vier Skulum / thier Skulud / their Skulu.

Praesens Subj:.

Sing: Ad eg & hann Skule / thu Skuler.
Plur: vier Skulm / thier Skuled / their Skule.

Imperfectum.

Sing: eg & hann Skillde / thu Skillder.
Plur: vier Skilldum / thier Skilldud / their Skillde.

[p. 682]origineel

No: 7. Ad Mune; een Hulpwoord voor 't Futurum.

Praesens Indicat:.

Sing: Eg & hann Mun / thu Muntt.
Plur: vier Munum / thier Munud / their Munu.

Praesens Subj:.

Sing: Ad eg & hann Mune / thu Muner.
Plur: Ad vier Munum / thier Muned / their Mune.

Praeterit:.

Sing: Eg & hann Munde / thu Munder.
Plur: vier Mundum / thier Mundud / their Mundu.

No: 8. Infin: ad Eiga. 't Beteekent eigentlijk Hébben, Bezitten. Dog hier, als Hulpwoord, omtrent zo veel als Moeten, even gelijk ons Hébben, in Ik heb te doen, faciendum est mibi, &c. Zie mede p: 113. in Hickes: Gramm: M-Goth: & p: 67. in de Gramm: Yslandica.

Praesens Indicat:.

Sing: eg Aa / thu Aatt / hann Aa.
Plur: vier Eigum / thier Eigud / their Eiga.

Praesens Subj:.

Sing: Ad eg Eige / thu Eiger / hann Eige.
Plur: Ad vier Eigum / thier Eigid / their Eige.

Praeterit:.

Sing: Eg & hann Aatte / thu Aatter.
Plur: vier Aattum /thier Attud / their Aattu.

Praeterit: Subj:

Sing: Eg & hann aette / thu aetter.
Plur: vier aettum / thier aettud / their aette.

Imperat: 2. Pers: { Sing: Eig thu.
{ Plur: Eige thier.
Part: Praes: Eigande.

Hier kan men bijvoegen, Eg aetla / destina, certum mihi est (bij Ons, Ik bén voornemens, Ik méén, enz:) dat bij de Yslanders ook tot Hulpwoord van 't Futurum genomen word; als, Eg aetla ad Giora thad / faciam, vel facturus sum hoc: Ik méén dat te doen.