Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 34]origineel

Grond-slag van geregelde afleiding.

+Tweede Verhandeling.
Berigt van de Woord-ontleding.

+OM den weg van agteren nae te sporen, die de Woorden in haren aenwasch geloopen hebben, is de Kennis van de Woord-ontleding of Ontworteling zo gewigtig, dat men, als bij uitstek, de gantsche Aflei-kunde met dien naem zou mogen doopen: zijnde een stoffe, die, van wegen hare uitnemende rijklijkheid en tevens om hare nieuwigheid, in geen klein vertoog na vereisch is af te handelen; waerom we die voor dit Berigt in 't bezonder gespaert hebben.

 

+In de Woorden zijn aen te merken, elks Wortel- en elks Toevallig-Deel. Wortel- of Zakelijk-Deel noem ik dat gene, waer door het eene Woord van het andere, zonder aemerking van Voorvoegsels of Uitgangen, onderscheiden word, en Toevallige Deelen de zulken die Voor- of agter-aengelascht worden, 't zij bij verbuiginge 't zij bij Afleidinge. Tusschen ons Wortel- en Zakelijk-deel kan men ook nog eenig onderscheid maken, noemende bij uitstek het Wortel-deel, die Accent-silbe, welke bij de Ongelijkvl: Verba, in 't Praes: van den Indic: Subj: Infin: en 't Partic: heerscht, vermits Moeder of de Wortel van de anderen; wordende, om de kortheid, bij ons gemeenlijk 't Worteldeel van 't Praes: of den Infin: genaemt: en de Zakelijke Deelen van de Praeterita zo in Ind: als Subj: & Part: kan men aenzien als voorname Stammen of Veranderde Worteldeelen. Dog dit naeukeurig onderscheid van namen kan ons weinig baten in 't gebruik van de Afleiding, en zou dikwijls meer lastig als dienstig zijn; waerom we somtijds, om de kortheid, en om de gedagten niet te verstrooijen, den naem slegts van Worteldeel in den algemeenen en meestbekenden zin, als iet generaels meenen te gebruiken,

 

+Bij de Woorden die zuiverlijk de onzen en geene Basterden zijn, nogte in 't hart, nogte in den nasleep, valt, gelijk we meermalen gezeid hebben, altoos de Klemtoon op het Zakelijke Deel; en zo het te Zaemgezette

[p. 35]origineel

zijn, dringt op ieders Zaeklijk lid een Nadruk, dog wel de sterkste op het voorste lid, dat de soort aenwijst, als Régt-bank, enz: alwaer Bank het generael is, en Régt-bank een Speciael daer van.

Onder de Zakelijke Deelen zijn 'er eenigen die in 't Conjugeren Verandering van Wortelvocael onderworpen zijn; dog dewijl de meesten onzer Verba van onze eerste Classis zijn, vind men den meesten hoop Onveranderlijk.

 

+Van de Onveranderlijke Worteldeelen der Gelykvloeyende VERBA, vermits zij en alle hare Afgeleide Naemwoorden in 't Conjugeren & Declineren eveneens blijven, valt ten dezen opzigte weinig te zeggen; waerom we maer een enkel Voorbeeld daer van geven zullen; als, ons Déél of deil vervat het Wortel- of Zakelijke-Deel van den Infinit: Deelen of deilen; en van hare Verbuigingen, als Déélt, Deele, déélde, déélden, deelende, gedéélt, gedéélde, gedéélden; als mede van hare Afgeleiden Déél-baer, verdééltheid enz:, blijvende dit Zakelijke Deel allesints zonder kreuk: deze tweederhande Dialect van ei en éé strijd hier niet tegen, vermits ze ook in alle de Verbuigingen en Afleidingen plaets heeft.

 

+Dog de Wortelverandering der Ongelykvloeyende Werkwoorden, die, om gewigtige redenen in onzen Grondslag hier voor ter neder gestelt, het onderwerp onzer Verhandeling zijn zullen, is, benevens de Kennisse van 't geregelde Beloop van die Verandering, schoon tot nog toe van anderen verzuimt, van 't uiterste belang in de Afleiding', en verdient dat we die nettelijk van Lid tot Lid naeloopen, a; waerom we van ijder Classis en hare soorten elk bijzonder zullen handelen, al eer we tot de Voor- en Agter-voegsels van Afleiding overgaen.