Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel


auteur: Lambert ten Kate Hz.


editeur: Marijke J. van der Wal en Jan Noordegraaf


bron: Lambert ten Kate Hz., Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche sprake. Tweede deel (eds. Jan Noordegraaf en Marijke van der Wal). Uitgeverij Canaletto / Repro-Holland BV, Alphen aan den Rijn 2001 (fotomechanische herdruk van uitgave 1723)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

F.

FA.

De Zaek-of Wortel-deelen.

FAK, in Fakken, Fakke en Fakkeel, zie daer van bij VANG, in deze Proeve.

 

FANG, in ontfangen, en ontfangst, &c, bij VANG, in deze Pr.

 

FEINT, in 't Vriesche Feint, adolescens, &c; zie daer van bij VYD, in deze Proeve.

 

FERT, in olfert, zie daer van bij VRYD in deze Pr.

FI.

† FIEK, in † Fieken, jactare, jacere, & figere; zie daer van bij FUIK, in de II. Proeve.

 

† FYK, in † Fyk, pulsus, ictus, & ficus morbus; en † Fyken, pulsare, pellere, & figere; zie daer van bij FUIK, in de II. Proeve.

 

† FIK, in † Fik, ficus morbus; & † Fikken, ferire; zie daer van bij FUIK, in de II. Proeve.

FL.

FLAB en FLAP, zie bij, LEP, in de II. Pr.

 

FLANK, zie daer van bij VLING, in de II. Proeve.

 

FLAT, bij VLÉT, in de II. Proeve.

 

FLÉB, bij LÉP, in de II. Proeve.

 

FLÉED, bij VLIEG, in deze Pr.

 

FLEER, bij VLIEG, in deze Pr.

 

FLÉTS, en FLÉTT, zie daer van bij VLÉT, in de II. Proeve.

[p. 179]origineel

FLIG, bij VLIEG, in deze Pr.

 

FLIK, zie bij BLYK, in deze Pr., en bij LYK, in deze Pr.

 

FLINK, bij VLING, in deze Pr.

 

FLITS, bij VLIED, in deze, en bij VLET in de II. Pr.

 

FLÓD, &c, zie bij VLIEG, in deze Proeve.

 

FLÓK, zie bij LUIK, in deze Proeve, en bij VLEEK, in de II. Pr.

 

FLONK, zie daer van bij VLING, in de II. Pr., en bij BLINK, in deze Pr.

 

FLOOR, zie bij LIEZ, in deze Pr.

 

FLOOT, bij FLUIT, in deze Pr.

 

FLUCHS, FLUKS, en FLUS, bij VLIEG, in deze I. Proeve.

 

FLUIT, zie bij LUIT, in de II. Pr., en bij FLUIT, in deze Pr.

Het Worteldeel.

FLUIT &c, in ons FLUITEN, FLOOT, GEFLOTEN, I. CL: fistula canere, & olim tr: mentiri, blandè dicere; bij sommigen, voornaemlijk aen de Zuid-hollandsche kant, is dit Verbum als Ongelijk-vloeijend in spreektael in gebruik; bij ons geld het meest als I. CL: In 't Hoog-Duitsch heeft men een ander Ongelijkvloeijend Verbum van gelijke waerde, als Pfeiffen / II. CL: 1. Dog van 't onze heb ik onder onze Overblijfsels van de oude verwanten geene Voorbeelden ontmoet.

 

Tot het Wortel-deel met UI, als in het Praes:, behoort ons Fluite, f: H-D, fleute / f: Fistula, tibia, buxus, unde & Ital: flauto, Hisp: flauto & fiuta, Gall: fleute, flute; dit is 't werk-tuig; maer de doening hebben we in ons Fluite, f: Poppysmus; gelijk ook het Verbum daer toe, als Fluiten, I. CL: poppysmo & vocis blandimente demulcere equum; en, zinspelende op het Vogelaers fluitje dat de vlerkelingen in het net lokt, is ook overdragtelijk hier uit gesproten ons Fluite, f: Mendacium blandum, fallacia; en ons bovengenoemde Fluiten, blandè dicere, mentiri.

Nog hebben we ook Fluite, talea, surculus, malleolus; 't gene mede wel uit dezen Stam kan gesproten zijn, vermits de fluitjes allereerst van rietpijpen of hol - agtige boomtakjes gemaekt zijn geweest, volgens 't berigt der oudste Poëten: dog, onder eene voorwerpinge van F, is dit woord mede te betrekken (gelijk we 't ook doen) tot ons Wortel-deel LUIT, in de II. Proeve; en 't konde wel zijn dat dit gansche Fluiten, II. CL: van dat oude † Luiten in geboorte niet verschilde; en dat deze F, een later voorwerpsel ware geweest.

FO.

De Zaek-of Wortel-deelen.

FOER, zie bij VANG, in de I. Pr.

 

FÓK, in Fók, Fókke, propulsus, minimum velum ad proram, & tr: perspicillum, & tunica superior; en Fókken, olim trudere, velificare, vela dare, & tr: fugere, nunc vadere; en een ryke Fókker, qui multa possidet; zie daer van bij FUIK, in de II. Proeve, en in Fókken, accommodare, aptare; zie bij VANG, in de I. Pr.

 

FOOK, zie bij FUIK, in de II. Pr.

 

FOT, in † Fotte en Fotse, cunnus; zie daer van bij VANG, in deze Pr.

FR.

FRAEY, zie bij VRYD, in deze Proeve.

 

FREED, in Frederik, bij VRYD, in deze I. Proeve.

[p. 180]origineel

† FREIS, in Freisel, spuma lethalis; zie bij RAUW, in de II. Pr.

 

FRIED, in Godefried, bij VRYD, in deze I. Proeve.

 

† FRIST, zie bij VAER, in deze Proeve.

 

† FRON, bij † VRAED, in de II. Pr.

 

FRONK, in 't Lovensche Fronkelen, rugare; zie daer van bij REN, in deze Pr.

 

FRONS, in Fronselen, rugare; zie daer van bij REN, in deze Proeve.

 

FROON, bij † VRAED, in de II. Pr.

 

FRÓUW, in Juffróuw, bij † VRAED, in de II. Proeve.

FU.

FUIK, in † Fuik, pulsus, ictus; en † Fuiken, pulsare, trudere, pellere &c; en Fuik, excipulus; zie daer van bij FUIK, in de II. Proeve.

 

FUT, in Futte, cunnus, zie daer van bij VANG, in deze Proeve.