De geest van Waraku
Kritieken over Surinaamse literatuur
Michiel van Kempen
verantwoording
©
2008 dbnl / Michiel van Kempen
Inleiding Waarom Përëpërëwa eerst niet en later wel met Waraku in de hangmat wilde
De smalle taal van de stilte (over Bhai, Vindu )
Het eeuwige bestaansverdriet (over Edgar Cairo, Nyumane )
Op de spie van de taal (over Edgar Cairo, Kopzorg )
De Vijf-Sterren Generaal Des Hemels (over Edgar Cairo, De Jezus Passion, Dante in Motionaeii, Hoogtezang )
Als de pijn van een bruiloftslied (over Cándani, Ghunghru ṯuṯ gail/De rinkelband is gebroken )
De energie van Jules Chin A Foeng (over Juanchi, Wanneer de rukwind komt )
Een leven voor de Surinaamse inheemsen (over André Carolus Cirino)
Omdat ik ben wat in mij is (over Kwame Dandillo, Palito )
Een getuige met gebalde vuisten (over Orlando Emanuels, Getuige à decharge )
Kotsen op de landgenoten (over Rabin Gangadin, Landgenoten )
Het leven een hangmat (over Trudi Guda, Vogel op het licht )
Hoofden van de Suriname (over Albert Helman, Hoofden van de Oayapok !)
Een Surinaamse Zola (over M.Th. Hijlaard, Zij en ik )
Een buffel eet mijn rozen uit de heg (over Antoine A.R. de Kom, Tropen )
Tussen verbeelding en strijd (over Anton de Kom)
De dreigende verdwijning van de staat Suriname (over Rudi Kross, Anders maakt het leven je dood )
Sisterhood en mati-spel (over Rudolf van Lier, Tropische tribaden & Joanna Werners, Droomhuid )
Aanklacht tegen een moeder (over Ken Mangroelal, Distance Call )
Roman over de Boni-tijd mist persoonlijk stempel (over Cynthia McLeod, Hoe duur was de suiker ?)
De eerste en de laatste zinnen (over Ruud Mungroo, Afanaisa )
Dan zal er geen slavernij meer zijn! (over Ruud Mungroo, Tata Colin )
De dubbele immigratie (over Jit Narain, Wie wil wonen op de oever/Mange ghat pe jiwan jhele )
Het lied van verdriet dat de geschiedenis kan helen (over Jit Narain, Agni ke yad/Ter herinnering aan Agni )
Het vergeelde wit van stapels nooit gebruikt linnengoed (over Ellen Ombre, Maalstroom )
Het laatste hoofdstuk moet nog verschijnen (over Benny Ooft)
Bij de walm van kokolanpu (over Eddy Pinas)
Verhalen van een gepensioneerd raadsheer (over Hugo Pos, Het doosje van Toeti )
Het arrangeren van het toeval (over Hugo Pos, Het mausoleum van de innerlijke vrede )
Een nieuwe Johanna Schouten-Elsenhout? (over Celestine Raalte, Akwenda/Streven )
Hoeveel gekheid kan een mens zich permitteren? (over Anil Ramdas)
De betrokkenheid van een arts-toneelschrijfster (over Sophie Redmond, 4 toneelstukken )
Een schaduw in het revolutionaire vuur (over Eugène Rellum, Oembra foe Sranan )
Een geval van selectief geheugen (over Astrid Roemer, Waarom zou je huilen, mijn lieve, lieve ...)
Het leven tot op zijn metafoor gepeild (over Astrid Roemer, Levenslang gedicht )
In memoriam Granmisi Elsenhout (over Johanna Schouten-Elsenhout)
Wat kan een mens als ik nog meer verlangen (over Shrinivási, Sangam )
Een Spaans schilderij van woorden (over Miguel Slory, Poemas contra la agonía )
Een nieuwe weg voor de werkezel van het Sranantongo (over Michaël Slory, Een andere weg )
Wie durft er in tomaten te knijpen? (over Glenn Sluisdom, Ze )
Octopus verleidt vrouw (over Barbara Stephan, Een ruiker in krantenpapier )
Edele Javaanse dauwdruppels (over Surianto, Tetesing bun adi/Edele dauwdruppels )
Wat zullen wij schrijven wanneer er niets meer te protesteren valt (over Corly Verlooghen, Juich maar niet te vroeg )
Verhalen uit het stuwmeer (over Dorus Vrede, Rond het sterfbed van mijn dorp )
Met je borsten als napi-heuveltjes (over Dorus Vrede, Otobanda/De andere oever )
Herinneringen aan een rotjeugd in Suriname (over Don Walther, Swietie Sranang )
Een studentikoze toon (over Frits Wols, Beeldhouwer van het abstrakte )
Het buitenechtelijk kind van Nederland (over Frits Wols, De vicieuze cirkel )
Personenregister